Paren onder de vleugels van de harlekijnboktor

Het eindexamen Kenners van de diverse vakgebieden recenseren deze weken de eindexamens. Wetenschapsredacteur boog zich over het vmbo-examen biologie. Er was maar één vraag over evolutie.

Harlekijnboktor ontmoet mier.
Harlekijnboktor ontmoet mier. Foto Paul Taylor/Getty

Het ebola-virus, vrijwel uitgestorven korhoenders, oormijten en oogwormen: echt gezellig waren de vragen niet tijdens het vmbo-eindexamen biologie op donderdag. Tussen vragen over de onthoofde koning Lodewijk XVI en een aquarium vol dode vissen moesten dekhengsten en poepende varkens nog wat leven in de brouwerij brengen.

Eén rijtje vragen ging over de menselijke voortplanting, maar die klonken eerder stichtelijk dan pikant. „Seks in de huwelijksnacht” stond er naast een zwart-wit-foto van een bruidspaar. Had dan die korhoen afgebeeld, dacht ik bitter.

De laatste keer dat ik een eindexamen biologie maakte, was in 2008. Ik was toen al vijf jaar van de middelbare school af, maar het betrof een weddenschap met mijn toenmalige vriendje: ik blufte dat ik als aardwetenschapper veel meer wist over natuur dan hij als sterrenkundige. En dus bogen we ons over een online eindexamen. Uiteindelijk scoorde ik een 6,2, hij een 8,4. Te veel vragen over het menselijk lichaam, mopperde ik, en te weinig over ecologie. Alsof de mens het enige interessante dier op aarde is.

Dit jaar mocht ik niet klagen: zelfs een illuster insect als de harlekijnboktor, die zich voedt met rottend hout, kwam aan bod – met illustratie én een smeuïg verhaal: „Voordat een harlekijnboktor naar een andere boom vliegt, kruipen bastaardschorpioenen onder haar vleugels. (…) Op een harlekijnboktor kruipen één mannelijke bastaardschorpioen en meerdere vrouwelijke. Tijdens de vlucht van de harlekijnboktor paren de bastaardschorpioenen.” Ik was zo opgetogen over dit feitje dat ik bij de daaropvolgende vraag („Een mannelijke bastaardschorpioen verjaagt andere mannetjes als die ook op zijn harlekijnboktor willen kruipen. Hoe heet dit gedrag?”) niet meer op het antwoord „territoriumgedrag” kon komen.

Ook elders ging ik de mist in: het bestaan van een „glasachtig lichaam” in de oogbol was ik vergeten – of misschien was ik te veel afgeleid door de levensgrote oogworm die daarin was getekend. Brrr.

Bij die oogworm was een eenvoudige stamboom afgebeeld. Het gehele eindexamen bevatte daarmee welgeteld één vraag over evolutie. Ik dacht terug aan de rel afgelopen najaar, toen uit onderzoek van NRC bleek dat uitgeverijen de inhoud van schoolboeken soms ‘kuisen’ om streng religieuze schoolbesturen niet voor het hoofd te stoten. Dat heeft dus ook gevolgen voor het eindexamen.

Gelukkig was er de terzijde over de bastaardschorpioenen, dacht ik terwijl ik mijn punten bij elkaar optelde – met wat geluk haalde ik net een voldoende. Paren tijdens het vliegen: toch nog wat spannende seks.