Senaat koerst af op einde coronawet

Eerste Kamer Nu senaat steun zo goed als zeker intrekt, wordt het nemen van dwingende coronamaatregelen lastiger voor minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers.

Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie Bruijn tekent de spoedwet voor de avondklok in februari 2021.
Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie Bruijn tekent de spoedwet voor de avondklok in februari 2021. Foto Sem van der Wal/ANP

De ‘coronawet’ waarmee het kabinet crisismaatregelen kan opleggen houdt zo goed als zeker op te bestaan. In de Eerste Kamer, die volgende week weer over de wet debatteert, is op dit moment onvoldoende steun deze wet nogmaals te verlengen, blijkt uit een rondgang. Dat geeft minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid, D66) een probleem: zonder de wet kan hij niet zomaar coronamaatregelen afkondigen bij een opleving van het virus.

De coalitiepartijen hebben in de 75 zetels tellende senaat 32 zetels en hebben dus de steun van minimaal 6 senatoren van de oppositie nodig. Maar de partijen die de vorige verlenging nog steunden, waaronder GroenLinks (8 zetels) en de PvdA (6 zetels), zeggen dat niet nogmaals te doen. Daarmee is een meerderheid uit zicht, omdat bijna alle andere fracties eerder al tegen verlenging stemden.

De coronawet, die in december 2020 van kracht werd, is de juridische basis onder alle coronamaatregelen die sindsdien genomen zijn. In de wet staan de middelen die het kabinet tot zijn beschikking heeft, zoals een mondkapjesplicht, verplicht afstand houden of het sluiten van sectoren. Momenteel zijn er geen coronamaatregelen van kracht, maar het kabinet zou die met de wet veel sneller opnieuw kunnen invoeren dan zonder.

Inmiddels ligt de vijfde verlenging voor in de Eerste Kamer. Kuipers heeft de Tweede Kamer al om een zesde verlenging per 1 juni gevraagd. Het grootste bezwaar is dat de tijdelijke wet steeds wordt verlengd, terwijl het kabinet beloofde dat deze zo kort mogelijk van kracht zou zijn. Nu de pandemie in een minder ontwrichtende fase is beland is verlenging moeilijker te rechtvaardigen, oordeelde eerder de Raad van State.

Verlenging van de wet werd vorige maand in de Tweede Kamer alleen nog gesteund door de vier coalitiepartijen. Om aan de bezwaren van de oppositie tegemoet te komen schrapte Kuipers een aantal maatregelen, zoals het omstreden coronatoegangsbewijs. Ook kondigde hij vorige week aan sneller werk te maken van het aanpassen van de bestaande Wet publieke gezondheid, zodat de virusmaatregelen een plek krijgen in permanente wetgeving. Dit is al langer de wens van de Tweede en Eerste Kamer. Kuipers belooft het parlement die wetswijziging deze zomer te sturen. De minister hoopt dat de Kamers tot die tijd de tijdelijke coronawet willen verlengen.

Lees ook: Kuipers dreigt een vleugellamme coronaminister te worden

Noodverordeningen

In de Eerste Kamer is daar weinig animo voor. Senator Margreet de Boer (GroenLinks): „Bij tijdelijke wetgeving staat altijd de vraag voorop: is de wet nog nodig? Wij zien die noodzaak op dit moment niet.” Jeroen Recourt (PvdA) vindt dat de senaat een grens moet trekken: „Als de noodzaak vervalt dat de overheid zo diep mag ingrijpen in de vrijheid van burgers, moet zo’n wet ook weg.”

GroenLinks en PvdA zijn niet onder de indruk van het voorstel van Kuipers om deze zomer een wijziging van de Wet publieke gezondheid voor te leggen. „Wij vragen hier al anderhalf jaar om, het is rijkelijk laat allemaal”, zegt De Boer. Recourt betwijfelt of het ministerie de wet op tijd kan voorleggen en benadrukt dat de behandeling tot ver na de zomer kan duren. „Dan zouden we steeds de tijdelijke wet moeten verlengen. Dat is onwenselijk.”

Zonder coronawet zou Kuipers voor maatregelen kunnen terugvallen op noodverordeningen, zoals in de eerste golf gebeurde. Margreet de Boer benadrukt dat het parlement in geval van nood, bijvoorbeeld een nieuwe ziekmakende variant, echt wel bereid is snel te handelen: „Kuipers zegt steeds: dan heb je niks meer. Maar als dit najaar de nood aan de man is, kunnen wij echt snel nood- of spoedwetgeving behandelen.”