Reportage

In een huiselijke schuilkelder voel je je veiliger

Schuilkelders Bewoners van Pokrovsk, op vijftig kilometer van het front in de Donbas, moeten soms een paar keer per dag de schuilkelders in. Ze proberen het er gezellig te maken.

De ingang naar een schuilkelder in Pokrovsk.
De ingang naar een schuilkelder in Pokrovsk. Foto Kostyantyn Chernichkin

Het gezicht van ambtenaar Natalja Kasjan vertrekt van medelijden. Voor ouderen is een schuilkelder opzoeken een behoorlijke opgave, verzucht ze. Zeker als het luchtalarm meerdere malen per etmaal loeit en ze hoog in een flat wonen. „Ze worden moe van het rennen”, vertelt Kasjan (66), staande tussen flatgebouwen van acht verdiepingen in de Oost-Oekraïense stad Pokrovsk. „Soms blijven ze daarom de hele dag in de schuilkelder.”

Kasjan – haar witte haar in een staart, haar handen steevast in de zakken van haar jas met zwart-witte strepen - heeft als taak om de bewoners van de Mijnwerkerswijk erop te wijzen dat ze de schuilkelder in moeten als het luchtalarm gaat bij een Russische aanval. Per wijk heeft Pokrovsk hiervoor een ambtenaar in dienst. Kasjan laat drie schuilkelders zien onder de massieve betonnen flatgebouwen van de Mijnwerkerswijk. Ze zijn eenvoudig te vinden: op muren staat met een witte achtergrond in het rood ‘schuilkelder’ met een rode pijl ernaast, wijzend naar een trap naar beneden.

Iedere schuilkelder heeft een hoofd om ervoor te zorgen dat er eten en water op voorraad is, dat het licht werkt en er een wc is. De schuilkelders zijn dag en nacht open. Oorspronkelijk zijn ze niet bedoeld als schuilkelder. Het zijn vaak open ruimtes waar de gas- en waterleidingen doorheen lopen.

Pokrovsk wordt door drie fronten omringd. Het dichtstbijzijnde front ligt vijftig kilometer naar het oosten, en ontstond acht jaar geleden na een oorlog tussen het Oekraïense leger en pro-Russische separatisten die met behulp van Moskou een eigen republiek uitriepen. Het tweede front ligt ruim honderd kilometer naar het noorden, waar de Russische strijdkrachten proberen door te breken. Ten zuiden zijn ze Pokrovsk tot op zeventig kilometer genaderd.

Pokrovsk is dus in afwachting van wat komen gaat. De mijnwerkersstad, die voor de oorlog zestigduizend inwoners telde, ligt in de Donbas, de regio gevormd door de provincies Donetsk en Loehansk die Poccn4 wil veroveren. Vorige maand ontvluchtten inwoners massaal de stad uit angst voor de naderende slag om de Donbas. De artilleriebeschietingen klinken door tot in het centrum van Pokrovsk. In maart trof een Russische Iskanderraket de stad.

Grijze flatgebouwen

In vredestijd zag deze wijk eruit als duizenden andere in Oekraïne, gebouwd in de Sovjet-tijd. Vervallen grijze flatgebouwen met een krakende en verouderde lift, een binnenplaats met een minisupermarkt, parkeerplaatsen en een speeltuin, gepensioneerden die de hele dag op een groen bankje kletsen, een bakje eten voor de zwerfkatten, een enkele dronkaard.

Lees ook deze reportage: Van wat de Sjevtsjenko’s in Borodjanka dierbaar was, resteert alleen as

Nu, in oorlogstijd worden overal in Oekraïne zulke wijken aangevallen, zoals in Volnovacha, Marioepol, Borodjanka, Tsjernihiv, Mykolajiv en Charkov. Hier zitten de bewoners uren, dagen, soms al weken, onder hun flatgebouwen vast, terwijl boven hun hoofden een verwoestende oorlog hun wijk kapot maakt.

Niet alleen onder flatgebouwen vind je in Oekraïne schuilkelders. Je hebt ze in alle soorten en maten. Inwoners van Lviv kunnen in het historische centrum schuilen onder de Petrus en Pauluskerk met zijn dikke witte eeuwenoude muren. Hotels in Zaporizja en Dnipro wijzen hun gasten op de aanwezigheid van een schuilkelder. Het regionale ziekenhuis van Lviv heeft twee schuilkelders. Beroemd zijn de beelden van honderden mensen in de metrostations van Kiev en Charkov.

Kasjan laat drie schuilkelders uit haar Mijnwerkerswijk zien. Ze zijn allemaal verschillend, maar hebben wel een aantal overeenkomsten: ze liggen drie meter onder de grond, de muren zijn zeker een meter dik, ze hebben tientallen liters drinkwater, pasta, boekweit, suiker, bonen, mais in blik en thee op voorraad. Er zijn pallets en planken om op te slapen, een wc en houtblokken voor de oven om te koken. Je kunt beter goed voorbereid zijn op wat komen gaat.

Elk gezin een eigen plekje

Slaapplekken in een schuilkelder in Pokrovsk. Foto Kostyantyn Chernichkin

 

Elk gezin heeft zijn eigen plek in de schuilkelder, legt Kasjan uit. In holle vierkante ruimtes staan aan de zijkant pallets of verhoogde planken met matrassen, dekbed, deken of slaapzak erop. Soms zijn ze afgedekt met plastic of er staan tassen met warme kleding op de bedden. De bedden vormen een vierkant om de privéplekjes af te bakenen.

Deze schuilkelder telt vijf ruimtes, waar in totaal driehonderd mensen kunnen verblijven. Het is koel binnen. De ondergrond bestaat uit aarde, zand en stenen. Elke ruimte heeft een lamp die fel licht geeft. Bij de ingang van de schuilkelder liggen houtblokken en een oven. Die kan worden gebruikt om buiten mee te koken. Via een leiding wordt water afgetapt en opgeslagen in een blauwe tank met een kraantje voor gebruik. Het voordeel van deze schuilkelder is dat hij meerdere uitgangen heeft, voor het geval eentje afgesloten raakt.

De bewoners van de Mijnwerkerswijk gaan niet meer zo trouw de schuilkelders in, merkt Kasjan. „Toen de oorlog begon, dook iedereen uit angst meteen de schuilkelder in. Nu zijn ze gewend aan de oorlog en gaan ze niet meer bij elk luchtalarm drie meter onder de grond zitten. Tenzij de aanvallen dichtbij komen, dan komen de mensen alsnog hierheen.”

Doe-het-zelf-schuilkelder

Vitali Chartsjenko en zijn gezin in de schuilkelder die hij bouwde na de oorlog in de Donbas in 2014. Foto Kostyantyn Chernichkin

 

„Deze schuilkelder is echt een schoonheid”, zegt Kasjan trots als ze de trap afdaalt. Ze heeft een punt. Het begint al bij de ingang, waar een deurmat en linoleum op de grond liggen. In de hal kijkt een kerstman op een Coca-Cola-poster je aan, daaronder liggen twee gasmaskers. Aan een muur een kapstok. Via een trappetje kom je bij de wc, compleet met wasbak, kraantje, zeep, handdoek en spiegel.

Vanuit de hal naar links volgt een ruimte met een ingebouwde keuken met op het aanrecht een magnetron, waterkoker en bij de gootsteen afwasmiddel en schuursponsjes. In een van de keukenkastjes een lege frisdrankfles tot aan de nok gevuld met pinda’s. Boven het aanrecht staat op een plank een televisie met ernaast een wifirouter. Bijna alsof het een studentenwoning betreft, bevinden zich in dezelfde ruimte het slaapgedeelte met drie opgemaakte bedden. Aan de muren tapijten en een poster van voetbalclub Sjachtar Donetsk.

Vitali Chartsjenko (37) bouwde de schuilkelder eigenhandig vanaf 2014, het jaar dat de oorlog in Oost-Oekraïne uitbrak. Hij zag deze als een waarschuwing voor wat nog ging komen. Naast hem op een van de bedden zitten zijn vrouw Julia (36) en twee dochters Zjenyja (3) en Sofia (5), beiden met witte mutsjes op. Vitali bouwde de schuilkelder vooral voor zijn gezin, maar anderen zijn ook welkom. Hij schat dat er ongeveer 25 mensen in de slaapkamer en keuken passen. Over de inrichting zegt hij: „Je kunt een schuilkelder beter zo huiselijk, comfortabel en vertrouwd mogelijk maken, dan voel je je veiliger.”

Drinkwater uit de put

In 2014 raakte Pokrovsk tijdelijk afgesloten van de waterleiding. De schuilkelder van Nadezjda Poddoebnaja heeft daarom een waterput. Foto Kostyantyn Chernichkin

 

Met enige inspanning haalt Nadezjda Poddoebnaja (61) water uit de put en schenkt het in vier glaasjes die ze heeft gepakt uit een kast. Proost, zegt ze. Het smaakt koel. In 2014 raakte Pokrovsk tijdelijk afgesloten van het water vanwege de oorlog, legt ze uit. Als antwoord legden de bewoners onder hun flat een waterput aan.

Flatbewoonster Poddoebnaja laat haar schuilkelder zien. Niet alleen de waterput valt hier op. In het midden is een typisch Oekraïense woonkamer nagemaakt. Ook hier een huiselijke sfeer, met donkerbruine meubels bij elkaar opgesteld. Over de bank is een kleed met bloemen gelegd. De grijze betonnen muren zitten verscholen achter bruine planken. In een vitrinekast zelfs pronken porseleinen en glazen beeldjes. In een tweede vitrinekast staan drinkglazen en kopjes. Alles om een huiselijk en vertrouwd gevoel te geven.

Een ruimte verderop waan je je juist in een buitenwijk van een wereldstad à la New York, Parijs of Londen. De muren zijn vol gespoten met graffiti, boven een bed de duivel met een zeis en bij de wc Beavis en Butthead, de twee iconische animatiefiguren uit de jaren negentig. Natuurlijk ook de gewone standaarduitrusting van de schuilkelders van Pokrovsk, met bedden van pallets en matrassen, dekens, slaapzakken en dekbedden. Ziet Poddoebnaja zichzelf hier dagen, weken, desnoods maanden zitten? „We hopen dat het niet nodig is, maar we zijn er klaar voor.”