In Vlodrop zwegen ze over de oorlog

Vergeten slachtoffers In de laatste oorlogsmaanden werd het dorp Vlodrop in puin geschoten en kwamen honderd mensen om. Waarom werd hierover 50 jaar lang niet gepraat?

De Kerkstraat op de dag van de bevrijding van Vlodrop. In het dorp zaten tijdens de laatste oorlogsmaanden ook vijfduizend evacués.
De Kerkstraat op de dag van de bevrijding van Vlodrop. In het dorp zaten tijdens de laatste oorlogsmaanden ook vijfduizend evacués.

Het ligt voor de hand dat mensen na een dramatische tijd waarin veel slachtoffers zijn gevallen, behoefte hebben aan een monument of een plechtigheid. We hebben het Nationaal Monument op de Dam en het beeld van de Stad zonder Hart in Rotterdam.

Maar niet overal gaat dat zo. Ik ben van 1954, geboren nog geen tien jaar nadat mijn dorp, het Midden-Limburgse Vlodrop, in puin was geschoten. Toch hebben enkele van mijn leeftijdgenoten in dat dorp er hard aan moeten trekken om 73 jaar na dato een monument op te kunnen richten voor de honderd slachtoffers in die kleine gemeenschap.

Het begon bij Henk Wilbers (1955), voormalig onderwijzer. Hij heeft als hobby om vooroorlogse foto’s van straatbeelden van Vlodrop te vergelijken met de latere situatie. Wilbers verbaasde zich altijd over de enorme verschillen die hij zag.

In 1994 zei voormalig gemeenteraadslid Anna Cuijpers dat ze hem iets moest laten zien: „Ik heb nog een envelop met foto’s uit 1945.” De inhoud maakte hem sprakeloos. „Het was een ongelooflijke gewaarwording”, vertelt hij nu. „Dit was de ontbrekende schakel tussen de oude en de nieuwe foto’s in mijn verzameling. Het emotioneerde me. Voor het eerst zag ik welke enorme verwoesting de laatste oorlogsmaanden in Vlodrop waren aangericht.” De foto’s waren op 1 maart 1945 gemaakt door fotograaf Smeets uit Maasbracht, één van de mensen die naar Vlodrop waren geëvacueerd. Via Smeets’ dochter en de burgemeester van Vlodrop waren ze bij Cuijpers terechtgekomen.

In de jaren daarna zocht Henk Wilbers de oudste mensen van het dorp op. Hij schreef zijn bevindingen op in het Jaarboek 1995 van de Heemkundevereniging Roerstreek.

Vijfduizend evacués

In het najaar van 1944 rukten de geallieerden met zware gevechten vanuit het zuiden op langs de Maas. Inwoners van die streek moesten evacueren en vijfduizend van hen kwamen in Vlodrop terecht – dat waren ruim drie keer meer mensen dan er inwoners waren in het eenvoudige dorp zonder voorzieningen en met maar een paar winkeltjes. De evacués verkeerden vaak in slechte gezondheid.

Vlodrop was belangrijk vanwege zijn brug over de Roer. De geallieerden bevrijdden het drie kilometer verderop gelegen dorp Posterholt op 25 januari 1945. Nog dezelfde dag lieten de Duitsers veel inwoners van Vlodrop naar dat bevrijde gebied vertrekken. Zij wilden geen burgers die hen bij de verdediging van de Roerbrug voor de voeten zouden kunnen lopen of sabotage zouden kunnen plegen. Toch bleven zeshonderd mensen in het dorp achter, in de hoop op een snelle bevrijding. Maar die bleef nog weken uit.

Al die tijd lag het dorp onder zwaar granaatvuur, niet van de Duitsers maar van de geallieerden, die doorgingen tot het laatste lokale restje van de Wehrmacht zich eindelijk terugtrok. Wekenlang zochten de mensen bescherming in de kelders van hun huizen. Er vielen voortdurend slachtoffers. Onder het kasteeltje van het dorp werd primitieve zorg gegeven. In die laatste weken van de oorlog vielen er bijna honderd doden, onder de dorpelingen, evacués en militairen. De kleine kern lag door het geallieerde vuur volledig in puin. Het opblazen van de Roerbrug en de kerktoren was het werk van de Duitsers. Daarna werd het stil.

Pas toen Henk Wilbers vijftig jaar later met de foto’s van het verwoeste dorp bij oudere mensen aanbelde, kwamen de verhalen los. Want die foto’s deden de mensen denken aan de beelden van de toen woedende oorlog in voormalig Joegoslavië die op tv verschenen. Ze zagen dorpjes en boerderijtjes die in puin lagen. „Wat ik nu op tv zie, zo zag het toen hier uit”, zeiden ze.

Litteken

Tientallen jaren was er niet over gepraat. Ook ik groeide op zonder dat ik wist wat er enkele jaren voor mijn geboorte was gebeurd. Ik wist alleen dat het litteken op de neus van mijn moeder het gevolg was van een gloeiende granaatscherf tijdens de oorlog, maar onder welke omstandigheden dat was gebeurd, bleef onbesproken. Het was geen taboe, maar niemand had in die tijd behoefte dit deel van de geschiedenis aan de orde te stellen. Mijn ouders, buren en dorpsgenoten met wie ik in de jaren zestig en zeventig omging, waren bezig met andere dingen. Want het ging hun voor de wind.

De verwoeste Kerkstraat, van twee kanten gefotografeerd door fotograaf Smeets uit Maasbracht. Op de foto onder is te zien hoe de Kerkstraat er rond 1935 uitzag.

In de naoorlogse tijd was het voor de Duitsers vlak over de grens heel voordelig om boodschappen te doen in Nederland en dat deden ze massaal. Voor zo’n klein dorp hadden we veel winkels; de zaterdagmarkt was tot veertig kilometer verderop in Duitsland bekend.

De inwoners van Vlodrop knapten hun huizen op, werkten op de aspergevelden en vierden de kerkelijke en wereldlijke feestdagen. Als kinderen speelden we in de ruïnes van huizen die hier en daar nog stonden, maar we hadden geen idee hoe die ontstaan waren. Het dorp werd geleidelijk een merkwaardige mix van een paar oude boerderijtjes en een groot aantal – vaak niet zo fraaie – nieuwe huizen.

De schok was groot toen het mijn generatie omstreeks 1995 duidelijk werd wat onze ouders hadden doorgemaakt. En het heeft nog twintig jaar geduurd voordat er een monument tot stand kwam. Er was in ’95 een tentoonstelling over de bevrijding, maar een eerste initiatief voor een herinneringsmonument bloedde dood. Een nieuwe impuls kwam twintig jaar later, toen bij een lezing over die laatste oorlogsmaanden en de restauratie van het Oude Kerkhof uit 1782 de vele oorlogsslachtoffers weer in beeld kwamen. Initiatiefnemers Louis op de Kamp en Ton Wolfwijk en het kerkbestuur lukte het genoeg geld bij elkaar te brengen voor een monument.

Op 3 maart 2018, 73 jaar en twee dagen na de bevrijding, volgde de onthulling op het kerkhof dat nog altijd in gebruik is en midden in het dorp ligt. Voor een ruïne-achtige muur staan een omgevallen kruis en gedenktafels met de namen van alle Vlodropse slachtoffers. En bij iedereen een paar woorden hoe zij of hij om het leven is gekomen, zoals ‘als Rode Kruishelpster door een granaat getroffen’, ‘bij een beschieting vanuit een vliegtuig omgekomen’ of ‘met paard en kar op een landmijn gereden’.

Auf der Schule

Het is aangrijpend. Over de Duitse militairen die in Vlodrop waren omgekomen, zei een van de oudste inwoners bij de onthulling: „Vóór de oorlog hadden wij altijd goede contacten met de Duitse jongens die aan de andere kant van de grens woonden. Die wilden niet in oorlogsdienst, maar ze durfden niets tegen Hitler te zeggen. Het is goed dat we zulke jongens ook herdenken.”

Bevrijders in de Grootestraat in Vlodrop, 1 maart 1945.

Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat ik in de jaren rond 1970 op school alles over de oorlogen van de Grieken en de Romeinen leerde en dat de jongste geschiedenis, die van de twintigste eeuw, niet uitgebreider aan bod kwam. De ervaring met het moeizame herdenken in Vlodrop bevestigde nog eens dat Nederland de Tweede Wereldoorlog lang heeft weggestopt. Ik vroeg me af hoe dat aan de andere kant van de grens, in Duitsland, zou zijn. Dus trok ik per fiets eropuit om contact te leggen met mensen die net als ik kort na de oorlog waren geboren. Ik vroeg hun: hoe hebben jullie geleerd wat er kort voor jullie geboorte met jullie land is gebeurd?

Dat vonden ze een domme vraag: auf der Schule, natuurlijk. In het naoorlogse Duitse onderwijs waren de naziperiode en de oorlog verplichte, zware kost. De inhoud van de lessen was wel afhankelijk van de individuele leraar. Er stonden in de jaren vijftig nog mensen voor de klas die met de nazi’s hadden gesympathiseerd en die hielden een ander verhaal dan de jongere leraren. Bovendien hadden mensen die in Oost-Duitsland naar school waren gegaan, andere ervaringen dan die in West-Duitsland. In de DDR werd de geschiedenisles gegeven door leraren die door de communistische partij waren geselecteerd. Daar was de Duitse historie één heldhaftige beweging tegen het Hitler-fascisme.

Ook in Duitsland zag ik dat de naoorlogse generatie bezig is het verleden van haar ouders levend te houden, zoals in Remagen aan de Rijn. Daar had het Amerikaanse leger het geluk de belangrijke spoorbrug over de rivier in redelijk goede staat in handen te krijgen. De inwoners van Remagen beseften heel goed dat de Amerikanen daardoor sneller Duitsland hebben kunnen verslaan en minder verwoestende bombardementen hebben hoeven uitvoeren. Het museum bij de restanten van de brug was lange tijd verkommerd, maar ik sprak inwoners van de huidige generatie die bezig zijn het weer te openen voor het publiek.

Verwerking

Over die omgang met het verleden las ik tijdens mijn tocht Von den Deutschen lernen, een studie van de Joodse Amerikaanse filosoof Susan Neiman. Zij is heel kritisch over de omgang met het naziverleden in Duitsland, maar concludeert toch dat die bij grote delen van de bevolking goed is verwerkt. De gruweldaden van het naziregime en de Wehrmacht zijn ook voor Neiman met niets te vergelijken. Er zijn geen excuses of verzachtende omstandigheden voor aan te voeren. Maar zij vindt wel dat we van de Duitse verwerking kunnen leren hoe een volk zich na zo’n periode kan herstellen.

Neiman schrijft ook dat de snelle economische groei van de jaren vijftig en zestig daarbij zeker heeft geholpen. De geallieerden hadden weliswaar in hun strijd tegen Hitler vele Duitse steden vernietigd, maar zij legden geen ondraaglijke herstelbetalingen op, zoals na de Eerste Wereldoorlog. De nieuwe welvaart hielp de Duitsers het verleden onder ogen te zien en te verwerken.

Zoals ook in mijn grensdorp de kooplust van de Duitsers hielp om vele jaren niet meer te praten over de doden en verwoestingen van januari ’45. Totdat dit doordrong tot een nieuwe generatie, die verbijsterd kennisnam van wat haar ouders hadden doorgemaakt en alsnog een monument oprichtte. Die generatie maakte een monument voor de emoties waarvoor de oudere generatie na 1945 geen woorden kon vinden.