Analyse

PvdA’ers misten scherpte en leiderschap

Kritiek binnen partij Binnen de PvdA woeden al een tijd felle discussies over samenwerken met GroenLinks. Kritiek betrof ook Ploumen.

Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer over de kabinetsformatie in 2021.
Ploumen (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer over de kabinetsformatie in 2021. Foto Bart Maat / ANP

GroenLinks-leider Jesse Klaver wist het al de avond van tevoren, ook Lilianne Ploumens naaste medewerkers waren op de hoogte, net als de Tweede Kamerleden Khadija Arib, Henk Nijboer en Kati Piri. Voor de andere vijf PvdA’ers in de Tweede Kamer kwam het op dinsdag, in de wekelijkse fractievergadering, als een verrassing: Ploumen stapt op.

Al was het ook weer niet de állergrootste verrassing. Voor PvdA’ers was al een tijdje duidelijk dat ze nog maar weinig plezier had in haar werk. Ze twijfelde over haar optredens in de grote debatzaal en leek soms onzeker te worden door de openlijke kritiek die er in de partij op haar was. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart was Klaver juist opvallend zelfverzekerd, hij was weer belangrijke debatten gaan doen, zoals vorige week over de omstreden mondkapjesdeal met ondernemer Sywert van Lienden. Ploumen liet dat debat over aan Attje Kuiken.

De laatste weken waren er in de PvdA-fractie felle discussies over de nauwe samenwerking met GroenLinks – vooral ervaren Kamerleden als Kuiken, Nijboer en Arib moesten daar steeds minder van hebben. Nieuwelingen als Piri, Habtamu de Hoop, Joris Thijssen en Barbara Kathmann zagen juist een fusie wel zitten. En Ploumen? Die leek onzeker.

Lees ook: Armpje drukken in de PvdA-top: wel of geen nauwere band met GroenLinks

Dat leek erger te worden naarmate de kritiek ook buiten de fractie steeds luider klonk. In kranten spraken onder anderen oud-minister Ronald Plasterk en oud-partijvoorzitter Hans Spekman zich uit tegen een mogelijke fusie. De partij miste nieuwe ideeën, vonden zij. „Dood water”, volgens Spekman. Hij vond dat de PvdA te veel energie en tijd stak in „konkelfoezen over een fusie met GroenLinks”. Die kritiek ging óók over Ploumen.

Kamerleden zagen dat ze in belangrijke debatten nooit zo scherp, slim of handig was dat het indruk maakte

Dinsdag zei Ploumen dat haar besluit om te vertrekken daar niets mee te maken had. Ze lachte en zei: „Dan overschat u de invloed van Hans Spekman.” Maar ook in haar eigen analyse kwam het gebrek aan ideeën terug. Het was haar niet gelukt om „leidend en opinievormend te zijn op alle onderwerpen” en ook niet om „de partij voor te gaan in idee-ontwikkeling over thema’s waar ik me minder in thuis voel”. Het was van een eerlijkheid die je niet vaak ziet in de Haagse politiek.

Belangrijk moment

Ploumen laat de fractie achter op een voor de linkse samenwerking belangrijk moment, nog geen jaar voor de Eerste Kamerverkiezingen. Aan GroenLinks had Ploumen deze week nog verzekerd dat die partij zich geen zorgen hoeft te maken en dat de plannen ook zonder haar door zouden gaan. Maar dat kan afhangen van wie haar opvolger wordt. Dat de twee partijen steeds meer met elkaar optrekken heeft ook te maken met de goede verstandhouding tussen Ploumen en Klaver. Zij hadden er geen moeite mee om samen op werkbezoek te gaan, campagne te voeren en te laten zien dat het vooral méér samen moest zijn.

Als Ploumen wordt opgevolgd door een van de fractieleden die daar twijfels over heeft, kan dat de samenwerking tussen de fracties in de weg zitten. Kandidaten kunnen zich bij hun fractiegenoten melden, volgende week zal erover worden gestemd. Dan zal Ploumen ook formeel afscheid nemen van de Tweede Kamer.

Moeite met opvallen

Ploumen nam in januari vorig jaar het leiderschap over van Lodewijk Asscher, die aftrad vanwege het toeslagenschandaal – hij was minister van Sociale Zaken geweest in de tijd dat vele duizenden ouders onterecht werden beschuldigd van fraude met de kinderopvangtoeslag. Khadija Arib, de nummer twee op de lijst, had het van hem kunnen overnemen, maar na een paar dagen twijfelen zei ze nee. Ze hoopte toen nog dat ze opnieuw Tweede Kamervoorzitter kon worden. Ploumen, oud-minister in het kabinet-Rutte II, had geen bedenktijd nodig, ze wilde – wisten mensen om haar heen – héél graag.

Maar het lukte Ploumen nooit om op te vallen in een verkiezingsdebat, of later in de Tweede Kamer. In de formatie, in de zomer van 2021, kreeg ze in haar eigen fractie stevige kritiek toen bleek dat ze zich al zo’n beetje bereid had verklaard om samen met GroenLinks één grote fractie te vormen, om mee te kunnen doen als één ‘bijna-partij’ in een kabinet met VVD, CDA en D66, zonder dat de anderen dat wisten. Klaver bleek zijn eigen fractie wel steeds gedetailleerd op de hoogte te hebben gehouden.

De twee partijen vormden géén gezamenlijke fractie, en VVD en CDA bleven zich verzetten tegen een kabinet met twee losse linkse partijen. Het toonde volgens sommige PvdA’ers toen al Ploumens gebrekkige leiderschap aan.

Kamerleden zagen dat ze in belangrijke debatten met het nieuwe kabinet haar best bleef doen, maar nooit zo scherp, slim of handig was dat het veel indruk maakte.

Lees ook: Nu neemt Lilianne Ploumen een hard besluit over zichzelf

Er was in de partij ook kritiek op de manier waarop ze in februari van dit jaar omging met de klachten van seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen Kamerlid Gijs van Dijk. Hij kreeg nauwelijks tijd om achter de schermen te reageren, volgens sommige betrokkenen werd hij telefonisch door Ploumen onder druk gezet om meteen op te stappen. Volgens mensen om Ploumen heen was het Van Dijks eigen besluit om te vertrekken. Al had hij als Kamerlid nauwelijks nog iets kunnen doen als hij wél was gebleven – er was in de fractie beslist dat hij in de Tweede Kamer niet meer het woord mocht voeren zolang er onderzoek werd gedaan naar de klachten.

Het onderzoek tegen Van Dijk, nu vrijwilliger bij de Voedselbank, loopt nog. Hij is wel de eerste die door de Kiesraad gebeld zal worden over de plek die Ploumen achterlaat in de Tweede Kamer: als hij wil, kan hij terugkeren. De vraag is dan of de PvdA hem terug wil hebben zolang de uitkomst van het onderzoek onzeker is. In de Tweede Kamer kon je dinsdag van PvdA’ers horen dat het „heel onverstandig” zou zijn als Van Dijk de plek zou opeisen. Hij kan daar nog vier weken over nadenken, en anders is de volgende op de PvdA-lijst aan de beurt.