Via inkomstenbelasting op de zwarte lijst

Rapport over Belastingdienst De werkwijze van de Belastingsdienst staat weer ter discussie. Bijna 115.000 mensen kregen na hun aangifte een aantekening.

Gedupeerde ouders staan voor het Catshuis voor een gesprek over de Toeslagenaffaire.
Gedupeerde ouders staan voor het Catshuis voor een gesprek over de Toeslagenaffaire. Foto Phil Nijhuis / ANP

Een nieuw rapport over de Belastingdienst, kan dat nog choqueren? Ja, blijkens reacties vanuit de Tweede Kamer op de twee rapporten over de fraudeopsporing bij de fiscus die het ministerie van Financiën dinsdag publiceerde. Wie op de zwarte lijst van de Fraudesignaleringsvoorziening (FSV) kwam, kon in grote onzekerheid belanden, ook als er geen bewijs was dat er iets was misdaan.

„Woestmakend en oneerlijk”, vond GroenLinks-leider Jesse Klaver de conclusie dat mensen vanwege hun nationaliteit en uiterlijk op deze zwarte lijst konden belanden. „Een dieptepunt”, twitterde SP-Kamerlid Mahir Alkaya. Denk-voorman Farid-Azarkan sprak van „een racistische bende”. Pieter Omtzigt had het over „ernstige rechtstatelijke problemen”; uit het onderzoek van accountantsbureau PwC blijkt ook dat op grote schaal gevoelige gegevens zijn gedeeld.

De gemene deler

De Fraudesignaleringsvoorziening is al twee jaar uitgeschakeld, maar de aangerichte schade wordt door de onderzoeksrapporten nu pas mondjesmaat duidelijk. Bijna 115.000 mensen belandden – soms terecht, vaak ook niet – vanwege hun aangifte voor de inkomstenbelasting op de zwarte lijst, naast nog eens tienduizenden toeslagontvangers en mkb’ers.

De gemene deler: een plek op de lijst kon onterecht zijn, maar toch tot grote problemen leiden, en je kwam er vrijwel nooit vanaf. Mensen konden worden uitgesloten van de schuldsanering of jaren onder intensief toezicht worden geplaatst, ook als onderzoek geen fraudebewijs opleverde.

Eigenlijk gaat het bij de nieuwe onthullingen niet om de Toeslagenaffaire, het schandaal waarbij de Belastingdienst tienduizenden ouders die kinderopvangtoeslag ontvingen als fraudeurs behandelde. Zij moesten, bijvoorbeeld als ze zonder het te weten klant waren bij een dubieus opvangbureau of als ze een foutje in hun papierwerk hadden gemaakt, opdraaien voor gigantische geldbedragen. Ook via de zorg- en huurtoeslag en via het kindgebonden budget kwamen mensen zo in de problemen.

Dit keer gaat het om mensen die via een hele andere route – hun inkomstenbelasting – op het register belandden. Juist dát is wat het zo explosief maakt. De problemen werden de afgelopen jaren vaak deels afgeschoven op het toeslagenstelsel zelf. Dat is een ingewikkeld web van inschattingen van iemands inkomen, latere verrekeningen en terugbetalingen, aangevuld met regels voor fraudeopsporing.

Geld uitkeren is bovendien een taak die de Belastingdienst niet van oudsher in zijn takenpakket heeft: het toeslagensysteem bestaat pas sinds 2005. Geld innen, dáár is de Belastingdienst voor opgericht. Dat het nu ook daar fout is gegaan, in het hart van de dienst, is een dreun. Het doet de vraag rijzen of zelfs een grote stap zoals het inperken of zelfs afschaffen van alle toeslagen, zoals in het coalitieakkoord is aangekondigd, genoeg is om de problemen op te lossen.

Lees ookBelastingdienst schatte frauderisico’s in op basis van nationaliteit en uiterlijk

En dat voor een overheidsdienst die nu al moeite heeft aanpassingen door te voeren. Het schrappen van de jubelton en de verlaging van de btw op groente en fruit, andere plannen uit het coalitieakkoord, gaan veel meer tijd kosten dan verwacht. De vermogensbelasting uit box 3 staat zelfs helemaal stil, nadat de Hoge Raad afrekende met de wijze waarop het vermogen van spaarders en beleggers werd belast.

Over het meewegen van ‘nationaliteit’ en ‘uiterlijk’ als risicofactoren is weinig duidelijk. Dat zou handmatig zijn gebeurd: de onderzoekers van PwC troffen in het register onder meer scans van paspoorten aan en kwamen vermeldingen tegen in emails. Maar dat het bureau die voorbeelden „met regelmaat” tegenkwam, duidt erop dat ook dit probleem niet incidenteel is.

„Dat is in strijd met de grondwet”, zei staatssecretaris Marnix van Rij (Belastingdienst, CDA) over deze gevallen van discriminatie na de verschijning van het rapport in Nieuwsuur. Hij wil de precieze toedracht verder onderzoeken en kondigde een tegemoetkoming voor slachtoffers aan. Dat het rapport, opgeleverd door PwC op 22 december, pas op dinsdag werd uitgestuurd, kort voor de corona-persconferentie, daar had Van Rij „geen seconde over nagedacht”.

Correctie: Het was niet de Belastingdienst die volgens de Hoge Raad ‘verkeerd belastte’, zoals in een eerdere versie van dit artikel stond. De dienst is immers alleen de uitvoerder van het beleid. Dat is aangepast.