Hoe China greep kreeg op Congo’s kobalt

Onderzoek Roofbank Chinese staatsbedrijven kregen via corrupte deals controle over Congo’s kobaltvoorraad, die cruciaal is voor de energietransitie. Ex-president Kabila profiteerde mee, blijkt uit onderzoek.

Het is helemaal mis met de rekening van het bedrijf Congo Construction Company. De benodigde documenten kloppen niet, het paspoort van de rekeninghouder is verlopen, cruciale klantgegevens missen. Er zijn talloze merkwaardige overboekingen, zoals eentje aan een bedrijf in Dubai met een bankrekening in Mauritius voor een „graafmachine” van 1,2 miljoen dollar, een bedrag waarvoor je tien graafmachines koopt. En hoe kan het dat er steeds maar miljoenen van de rekening worden gehaald door mensen die daar helemaal niet toe bevoegd zijn?


Hoofd interne controle Yvon Douhore is het helemaal zat, er wordt zelfs geld opgenomen búíten openingstijd. „Morgen kijk ik naar de CCTV-beelden om te zien wie dat precies was bij de kassa, van die verdachte opnames”, mailt hij nijdig aan een collega op 13 juni 2018. Als iemand zich bij het loket meldt voor dit bedrijf, wil hij dat meteen weten. Voor de zekerheid bevriest hij de rekening.

Gnaoré Zadi Yvon Douhore moet in Congo schoon schip maken. Een stroom aan negatieve internationale berichtgeving over corruptie bij de Congolese divisie heeft het imago van de hele Banque Gabonaise et Française Internationale (BGFI) bezoedeld. De baas van de Congolese banktak, Francis Selemani, de geadopteerde broer van president Joseph Kabila, is inmiddels op een zijspoor gezet. Als hoofd van de interne accountantsdienst moet Douhore nu de problemen oplossen.

Maar het gesjoemel met Congo Construction Company (CCC) krijgt hij niet onder controle. Douhore is op allerlei raadselachtige transacties gestuit naar bedrijven van Kabila en zijn familie. Op 2 juli 2018 hoort hij van de hoofdkassier dat iemand drie miljoen van de bevroren rekening aan het halen is. Het blijkt, zo mailt de kassier, nota bene voormalige baas Selemani te zijn. Die zit buiten in een geparkeerde auto voor de bank de benodigde papieren te tekenen met zijn opvolger.

Vier dagen later volgt de apotheose. Een Chinese zakenman met de naam David Du Wei is net doodgemoedereerd vanaf loket 32 naar buiten gelopen met 13.624 briefjes van 100 dollar, 10.001 vijftigjes en 43.000 kleinere biljetten – een slordige 2,5 miljoen dollar. Dit ondanks alle waarschuwingen. „De rekening is nu helemaal leeg”, schrijft Yvon Douhore verbouwereerd.

Dat de geadopteerde broer van Kabila en een Chinese zakenman het allerlaatste geld uit Congo Construction Company trekken, is geen toeval. Douhore kijkt machteloos naar een slotscène, zo blijkt. CCC was helemaal geen bouwbedrijf, maar tot dan de schakel tussen de machtige Chinese mijnbouwsector en de Kabilafamilie, in een mondiale strijd om kostbare metalen en mineralen.

Een vliegtuig vol Coca Cola

De Democratische Republiek Congo heeft alles wat de wereld begeert. Olie, diamant, goud, koper: in Congo is het in overvloed. Nu auto’s elektrisch worden en iedereen een mobieltje wil, blijkt Congo opnieuw de meest gewilde ingrediënten te bezitten: lithium, coltan, tin, wolfraam, kobalt.

Kobalt is onmisbaar voor oplaadbare lithium-ion batterijen en zit daarom in vrijwel alle hybride en elektrische auto’s en in consumentenelektronica: laptops, notebooks, smartphones. Alleen dankzij deze batterijtechniek kunnen smartphones zo klein blijven en elektrische auto’s zo ver rijden. In een doorsnee elektrische auto zit al snel een paar kilo kobalt. Volkswagen en Apple behoren tot de grootste gebruikers ter wereld, ook Tesla heeft het nodig.

Om de energietransitie te laten slagen, is heel veel kobalt nodig. En dat komt grotendeels uit Congo, goed voor ruwweg 70 procent van de wereldwijde productie.

In de jaren zeventig waren het nog de Amerikanen die de macht hadden in de mijnen van wat toen Zaïre heette. Zij hadden de Belgen eruit geduwd met hulp van grote sommen geld, de CIA en een vliegtuig met zestigduizend dollar aan Coca Cola die president Mobutu Sese Seko had geëist. Nu speelt de strijd om kobalt tussen het westen en China – met China als winnende partij.

Vrijwel alle grote westerse mijnbouwbedrijven zijn inmiddels vertrokken uit Congo, moe van de bloederige conflicten, kritiek op kinderarbeid, rechtszaken en de grillige overheid. De partijen die achterblijven nemen grote strafrechtelijke corruptie-onderzoeken voor lief. Zoals de Zwitserse grondstoffengigant Glencore, die twee grote koper- en kobaltmijnen in Congo heeft. Die verwierf het mede via de Israëlische diamanthandelaar Dan Gertler, die miljarden verdiende in Congo. Gertler, die een bv in Amsterdam heeft en, zo onthulde de Volkskrant, een voormalig ambtenaar van de Belastingdienst als adviseur, staat op een Amerikaanse sanctielijst wegens vermeende corrupte mijnbouwdeals in Congo. Tegen Glencore lopen verscheidene strafrechtelijke onderzoeken naar omkoping in het Afrikaanse land.

De westerse bedrijven die wel vertrokken droegen hun mijnen, geconcentreerd in het uiterste zuidoosten van Congo, steevast over aan Chinese bedrijven. Die bezitten volgens The New York Times inmiddels vijftien van de negentien kobaltmijnen in Congo.

Het datalek waar NRC toegang toe heeft, 3,5 miljoen bankdocumenten van BGFI, werpt een nieuw licht op de werkwijze van China. Bloomberg News en de Amerikaanse anticorruptieorganisatie The Sentry reconstrueerden de dubieuze wijze waarop grote Chinese bedrijven de controle verwierven over cruciale grondstoffen voor de moderne tech- en auto-industrie, dankzij deals waarbij Kabila en zijn familie privé profiteerden.

Lees ook: Hoe een bank uit Congo fout geld uit de hele wereld aantrekt

Een bouwbedrijf dat niets bouwt

De deal van de eeuw, noemen ze het in Congo, de grootste buitenlandse investering ooit. In 2007 sluit China een historische overeenkomst met het straatarme land. Twee grote Chinese staatsbedrijven zullen drie miljard dollar in de rammelende Congolese infrastructuur steken, in ruil voor 3,2 miljard aan koper en kobalt. Om de kostbare grondstoffen te winnen, wordt er een Chinees-Congolese joint venture opgericht: mijnbouwbedrijf Sicomines.

De twee landen worden er beide beter van, zo is de gedachte, zonder vervelende bemoeienis van de IMF of de Wereldbank. De BBC wijdt in 2007 nog een bericht aan de deal, onder de kop ‘China opent haar schatkist voor mineralen.’ Verder trekt de overeenkomst internationaal niet veel aandacht.

Wat de wereldpers evenmin haalt, is hoe Kabila persoonlijk profiteert. Dat gaat via een entiteit die in 2012 ineens opduikt in de documenten. Het is de Congo Construction Company, een bedrijf dat nooit iets zal bouwen. CCC wordt opgericht door Du Wei, een jonge academicus uit het noordoosten van China die bij Sicomines werkt en te mailen is op een hotmailadres met ‘happystray’ erin – gelukkig zwervend.

CCC opent meteen een rekening bij BGFI in Congo. Bijzonder is: voordat er nog maar één cent op staat, worden al omvangrijke kasopnames gedaan. De geadopteerde broer van president Kabila leidt de bank en Kabila ontvangt dan ook het geld. Uit de documenten blijkt dat CCC tussen februari en juli 2013 achttien miljoen dollar krijgt van bankrekeningen uit China en Hong Kong – afzender onbekend. Dat geld belandt via via bij een veeteeltbedrijf van Kabila en een bouwbedrijf van twee connecties van de president. Tussendoor neemt Du nog even het geld in contanten op en stort dat in exact dezelfde bedragen meteen weer terug, waarschijnlijk om de herkomst te verhullen.

Ook het Chinees-Congolese Sicomines stort geld in de kas van CCC. Tussen juni en september 2016 komt er 25 miljoen dollar binnen, dat naar bedrijven en mensen gaat die aan Kabila zijn gelieerd. Zo vloeit er 7,5 miljoen naar een onderneming van Kabila’s zus en schoonzus, en 2,6 miljoen naar de eigenaar van een schip dat zebra’s en giraffes vervoert naar Kabila’s natuurparken.

En dan is er nog een derde route. Bij het sluiten van de mineralendeal zegden Chinese bedrijven toe de weg tussen Lubumbashi – het hart van de mijnstreek – en de grens van Zambia te verbeteren. De familie Kabila is aandeelhouder van deze tolweg, blijkt uit de documenten. Terwijl tienduizenden trucks vol koper en kobalt jaarlijks het land verlaten via deze enig mogelijke route, pakken Kabila en familie hun deel, truck voor truck.

Geopolitiek buitenkansje

Wanneer een klokkenluider van BGFI Congo in 2016 met een pak documenten naar Europa vlucht en in de internationale pers begint te vertellen over de misstanden bij de bank, weet het hoofdkantoor in Gabon dat het moet ingrijpen. Baas Selemani, broer van Kabila, gaat eruit, intern accountant Yvon Douhore komt erin. Hij moet de gangen van Selemani nagaan.

Twee jaar later komt Douhore met een vernietigend intern rapport. Daarin schrijft hij dat het bestuur van de bank „onacceptabel” is geweest en gekarakteriseerd werd door „een gebrek aan integriteit en transparantie” over belangenverstrengeling. Ook beschrijft hij de miljoenen die van en naar de rekening van CCC stromen zonder de juiste papieren.

Uit het datalek waarin NRC inzage heeft, blijkt nu dat de verduistering door Kabila en zijn entourage nog veel groter is dan Douhore kon vermoeden. BGFI zei vorige week zelf slachtoffer te zijn. En de centrale bank plaatste de bank onder verscherpt financieel toezicht. De huidige president Felix Tshisekedi heeft zich nog niet uitgesproken.

Wat Tshisekedi wel doet, is de dominante positie van China in de mijnbouw ter discussie stellen. In augustus gelastte hij een speciaal onderzoek naar de manier waarop de grootse koper-kobaltmijn van het land, de Tenke Fungurume, in 2016 voor een paar miljard dollar naar een grote Chinese mijnbouwer ging. Sindsdien zouden er veel meer ongevallen in de mijnen zijn, die worden afgedekt met intimidatie en smeergeld. Volgens The New York Times laat Tshisekedi ook met financiële steun van de Amerikaanse autoriteiten de contracten van de mineralen-deal uitpluizen, om uit te vinden of zijn land niet tekort wordt gedaan. Komen de Chinezen hun verplichtingen na? Bouwen ze wel voor miljarden aan bruggen, wegen en elektriciteitscentrales?

Dat ontgaat het Westen niet. Een maatschappelijke discussie over de manier waarop China zich een positie in Congo verwerft, is een geopolitiek buitenkansje voor westerse landen, met name voor de VS. Voormalig president Donald Trump propageerde de benzinebak nog en vond elektrisch auto’s niet zo interessant. Maar de huidige president Joe Biden wil die strategische fout rechtzetten. In het nieuwe Amerikaanse klimaatbeleid speelt de elektrische auto een belangrijke rol. En daarvoor moet de toegang tot strategische mineralen worden herwonnen ten koste van de Chinezen.

Vorige maand sprak Biden nog met Tshisekedi op de G20. Hij loofde diens pogingen mensenrechten te respecteren en corruptie te bestrijden bij het winnen van de kostbare Congolese grondstoffen.

Vraag is of de VS het wél goed kunnen doen in Congo. Nota bene Du, eigenaar van doorgeefluik CCC, promoveerde aan Wuhans faculteit voor internationaal recht en waarschuwde in 2016 nog in een wetenschappelijke publicatie dat Chinese bouwbedrijven wereldwijd te maken hebben met corruptie en omkoping.

In hetzelfde jaar dat hij miljoenen doorsluisde naar Kabila en zijn entourage, schreef Du moralistisch dat Chinese bedrijven aan roofkapitalisme doen, waarbij grondstoffen uit andere werelddelen worden gestolen. Chinese bedrijven, schreef hij, ‘grijpen de markt met gewetenloze middelen waarbij ze de legitimiteit van hun middelen negeren’.

Reacties? Onderzoek@nrc.nl
Illustraties Martien ter Veen.