Recensie

Recensie Beeldende kunst

Wat is poëzie? Dat er naar je gezwaaid wordt door een lege mouw

Dichtersportretten De queeste naar de bron van poëzie is van alle tijden. In het boek Een mogelijk begin van veel zoeken 29 dichters naar een antwoord. „Dichten is een glibberig iets”.

Dichter Ester Naomi Perquin in 2020.
Dichter Ester Naomi Perquin in 2020. Foto Bianca Sistermans

Toen Ester Naomi Perquin een keer door Utrecht liep, zag ze een man zwaaien. Ze zwaaide terug. De zwaaiende man op de scooter kwam dichterbij. Terwijl de twee elkaar verwonderd aankeken, zag Perquin dat de man een arm miste en dat de mouw leeg was. „De arm waarmee hij gezwaaid had, was er dus helemaal niet. Doordat hij over een drempel reed, werd die mouw de lucht in geworpen. Van twee kanten was het niet de bedoeling geweest om te zwaaien, maar er was wel een zwaai uitgewisseld. Dat is een gedicht dat gebeurt, dat is precies wat poëzie is, maar dan opgeschreven”, vertelt Perquin in Een mogelijk begin van veel. 29 dichters aan het werk.

In dit boek zijn fotograaf Bianca Sistermans en interviewer Hester van Hasselt op zoek naar het schrijfproces bij poëzie. Ze gingen tussen 2013 en 2021 langs bij onder meer Remco Campert, Mustafa Stitou, Lieke Marsman, Antjie Krog, Radna Fabias, K. Schippers, Alfred Schaffer, Vrouwkje Tuinman en Joost Oomen. Hoewel sommige interviews door de tijd flink zijn ingehaald, is de rode draad een interessante: kan je het ontstaan van poëzie in woord of beeld uitdrukken? Je kan uiteraard gesprekken voeren over zoektochten naar inspiratie, maar kan je ze ook afbeelden? Ja, blijkt uit de foto’s van Sistermans. Op de meeste van de schrijversportretten zie je het zoeken. Bij de Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog is dat nog het duidelijkst: twee handen houden in feite niets vast, en toch zie je dat ze lucht pakt. Bij Fabias is dat samen met je asbak afwachten op de bank en bij Perquin is het kijken wanneer een kopje van haar zwangere buik kukelt.

Nergens anders

In tekst gaat het verduidelijken natuurlijk makkelijker. Van Hasselt stelt soms hele basale vragen. Ontstaat een gedicht in woorden of beelden? Heb je een vast moment waarop je schrijft? Dat werkt vaak goed: als je achter iets wil komen, moet je immers bij de basis beginnen.

K. Schippers (1936-2021), ten tijde van het interview nog stadsdichter van Amsterdam, laat het bureau zien waarop zijn notities gerangschikt liggen. „Iedere notitie is eigenlijk een mogelijk begin van veel” vertelt hij, terwijl hij opmerkingen voorleest als „sinds het journaal is vernieuwd zien ook de mensen er anders uit” of „man vindt bladmuziek uit zijn jeugd”.

Schrijver K. Schippers (2016) Foto Bianca Sistermans

Wanneer Sistermans vraagt of Amsterdam zijn werk heeft beïnvloed, antwoordt Schippers: „Ik heb daar nooit zo over nagedacht. Ergens anders was ik niet.” Ergens anders was ik niet – dat is in dit boek, naast de lege mouw van Perquin, misschien wel de beste observatie van hoe poëzie ontstaat.

Dominostenen

Zonder nu aan spoiler alerts te willen doen: niemand kan precies uitleggen hoe poëzie ontstaat. „Het is een geheimzinnig vak, het is heel moeilijk om er definitieve uitspraken over te doen”, stelt Remco Campert. Menno Wigman vat samen: „Dichten is een glibberig iets”. En Maarten van der Graaff merkt op: „Poëzie is geen uitdrukking van je unieke individualiteit. Het is iets wat jou passeert.”

Als er al een poëzie-geheim is, dan is het toch het openstaan voor het passeren, en de gave om daar dan vragen bij te stellen. Radna Fabias stelde in een zoektocht naar ritme de vraag wat er gebeurt als je het geluid van dominostenen afspeelt na een gesprek? „Wat roep ik daarmee op?”

Dichter Radna Fabias in 2019. Foto Bianca Sistermans

Het zoeken naar ritme en woorden, daarmee kon ook Jan Hanlo – die meermaals voorkomt in deze verzameling – goed uit de voeten. Hij vroeg zich bijvoorbeeld af hoe een kubieke meter lucht in het gewei van hert heet. En Joost Oomen wil op zijn beurt weten waarom je vrolijk kunt worden van een mooi geschilderd raamkozijn. Sommigen verklaren je voor gek, anderen zien er poëzie in. Dat laatste klopt natuurlijk: voor hetzelfde geld komt er, terwijl je staat te genieten van dat raamkozijn, iemand op de scooter de hoek om en zwaait hij met een lege mouw naar je.