Recensie

Recensie

Urenlang rondhangen met John, Paul, George en Ringo in ‘The Beatles: Get Back’

Popdocumentaire De langverwachte documentaire ‘The Beatles: Get Back’ bevat prachtige momenten en fantastische muziek. Helaas blaast regisseur Peter Jackson de lengte veel te veel op.

John Lennon van The Beatles tijdens het concert op het dak van Apple Corps in Londen, 30 januari 1969
John Lennon van The Beatles tijdens het concert op het dak van Apple Corps in Londen, 30 januari 1969 Apple Corps Ltd.

Wie dacht dat The Hobbit wel wat korter had gekund, heeft The Beatles: Get Back nog niet gezien. Bijna acht uur lang sluit regisseur Peter Jackson ons op in de studio, waar de popgroep in januari 1969 het album Let It Be opnam.

Bij zijn vorige trilogieën moest Jackson, bekend van Lord of the Rings, een complete fantasiewereld neerzetten. In deze nieuwe trilogie toont hij alleen maar vier vermoeide hippies die eerst lamlendig in een filmstudio rondhangen, tot er eentje wegloopt, en weer terugkomt, waarna ze alsnog hun vorm hervinden en mooi afsluiten met een concert op het dak.

Over de opnames van Let It Be werd in 1970 al een documentaire gemaakt, door Michael Lindsay-Hogg, maar daarin ligt de nadruk op de narigheid: een band die uit elkaar valt. Reden waarom de film al decennia niet meer te zien is. De overgebleven Beatles vroegen aan Jackson of hij uit de zestig uur filmmateriaal een nieuwe documentaire wilde samenstellen, waarin de nadruk meer zou liggen op het plezier en de creativiteit.

Dat is gelukt. De eerste helft, in de filmstudio’s, ogen ze nog nog behoorlijk teneergeslagen. Vooral als gitarist George Harrison uit de groep stapt, en ze alleen nog maar ineengedoken zitten te simmen. Op het laatst zit zanger en bassist Paul McCartney in zijn eentje achter de vleugel. „En toen was er nog maar één”, mompelt hij. Maar als ze eenmaal in hun eigen Apple-bedrijf zitten, en de toegevoegde toetsenist Billy Preston de band weer samenbindt, zie je ze dansen, lachen, keten, en op de gitaren raggen.

Klieren

Opvallend is hoe lang de band kan klieren en lelijk kan jammen. Vooral zanger en ritmegitarist John Lennon, onzeker over zijn zangstem, is er moeilijk toe te brengen om een liedje serieus te zingen. Meestal is het schreeuwen of schmieren. Het mooiste is als je ziet hoe de nieuwe liedjes groeien. Hoe ‘Get Back’ bijvoorbeeld ontstaat uit een gitaarriff, daarna uitgroeit tot een anti-racistische protestsong, om vervolgens als een opzwepende rocker vanaf het dak over Londen te stromen. Of hoe ‘Don’t Let Me Down’ zijn vorm krijgt dankzij Prestons soulvolle pianospel.

Let It Be is de enige Beatlesplaat die George Martin niet heeft geproduceerd, toch is de EMI-producer opvallend vaak aanwezig. Hij jongleert met een worst, ligt op de grond de krant te lezen, en hij geeft zinnig advies over lekkende microfoons. Verder zit Yoko Ono overal bij. Hoewel Lennons vriendin vrijwel niets zegt, is haar aanwezigheid (en die van de camera’s) reden dat de groep dagenlang in een creatieve impasse zit: ze voelen zich niet vrij om met nieuwe ideeën voor liedjes te komen.

Lees ook: Let It Be: pijnlijke scheiding van The Beatles of gezellige sessies?

McCartney moet het doen

De sympathieke McCartney zit ermee. Omdat bandleider Lennon niet thuis geeft, moet hij de kar trekken, maar behalve hij heeft niemand er zin in. Zoals altijd probeert hij het iedereen naar de zin te maken: „Ik ging zelfs liedjes over witte muren schrijven omdat ik dacht dat John en Yoko dat mooi zouden vinden”. Uit de film blijkt dat hij verreweg de meest actieve en constructieve van de vier is, die doorlopend met nieuwe liedjes komt.

Overigens is McCartneys vriendin Linda Eastman er ook vaak, en zelfs hun dochter Heather. Het zesjarige meisje grijpt de microfoon en imiteert een schreeuwcoloratuur van Yoko Ono. Ze komt precies op tijd om de geboorte van ‘Octopus’s Garden’ te horen, het enige lied dat drummer Ringo Starr ooit componeerde. Eigenlijk heeft hij maar één regel, Harrison helpt hem liefdevol met de rest.

Prachtig tijdsbeeld van de late jaren zestig, fantastische muziek. Maar het was het beter geweest om niet vast te houden aan de fly-on-the wall-methode en in plaats daarvan meer context te geven aan de beelden. Dan zou de minder ingevoerde kijker ook begrijpen waarom Harrison ineens uit de groep stapt, en wat bijvoorbeeld het belang is van de komst van de omstreden nieuwe manager Allen Klein – de reden dat McCartney een jaar later afhaakt en zijn bandleden voor de rechter daagt.

En het duurt dus veel te lang. Tweederde had eruit gekund. Het gehele dakconcert zit erin, dat dan weer wel.