Opinie

Het hóéft niet te draaien om kopen, kopen, kopen

Black friday

Commentaar

Kopen, kopen, kopen, de ene aanbieding nog aanlokkelijker dan de andere. Wat voor de één een leuk uitje of welkome korting is, is voor de ander een groeiende bron van ergernis. Black Friday blijkt bovenal een spiegel voor de tijdgeest – en voor de groeiende kloof in smaakverschil in de samenleving. De jaarlijkse race in consumptie voor de feestdagen roept de afgelopen jaren ook vragen op over massaconsumptie, en over verantwoord ondernemerschap tijdens de pandemie.

Nu is ondernemers in deze crisistijd heel wat omzet en klandizie gegund, zeker met alweer strengere maatregelen in het verschiet. De november- en decembermaand zijn voor veel winkeliers een cruciale periode. Maar de, voor deze ondernemers ongetwijfeld vervelende, vraag over Black Friday moet toch gesteld worden: zijn dikke rijen mensen voor de winkels in deze kritieke fase van de pandemie wel een goed idee?

Vorig jaar liep de uitverkoopvrijdag in diverse grote steden uit de hand door drukte. Is een fijne aanbieding het waard om maandenlange voorzichtigheid teniet te doen? Het is te hopen dat ondernemers en consumenten hun verantwoordelijkheid nemen. Dat lijkt overigens wel te gebeuren doordat winkeliers de aanbiedingen over meerdere dagen uitspreiden en dat ze meer inzetten op online verkoop. En toch wringt er dan voor velen nog steeds iets.

Morele verontwaardiging of ergernis over één zo’n actieperiode terwijl ook de rest van het economische systeem drijft op consumptiegroei, kan wat selectief aandoen. Maar het valt de afgelopen jaren ook op dat deze koopcampagnes nogal toondoof kunnen zijn voor de maatschappelijke context waarbinnen zij plaatsvinden. Black Friday maakt zichtbaar dat dit consumptiemodel op maatschappelijke grenzen, en weerstand, stuit.

Uit irritatie over schreeuwerige reclames de hele consumptie-economie afserveren is te gemakzuchtig – zonder consumptie geen banen immers. Maar Black Friday legt wel pijnlijke, onderliggende problemen bloot: hoe kunnen productiesystemen zó worden ingericht dat in de prijs van producten ook negatieve gevolgen op het gebied van milieu, klimaat en uitbuiting verwerkt worden? True pricing heet dat, en als dat effectief zou gebeuren, zouden de meeste producten juist duurder moeten zijn, niet goedkoper.

Tegelijkertijd kan deze discussie snobistisch aandoen. Mensen benutten de aanbiedingen tenslotte ook om voor hun essentiële zaken te kopen. Is de goedkope tv van de één echt erger dan de frequent flyer-pas van de ander? Discussies over Black Friday hoeven niet uit te draaien op shamen en simplistische verontwaardiging. Maar het mag best gezegd: Black Friday is een fenomeen dat uit de tijd raakt.

Ook bij ondernemers zelf begint het te wringen, blijkt. Meubelgigant IKEA en buitensportwinkel Bever vragen klanten om op deze vrijdag geen nieuwe spullen te kopen maar juist gebruikte artikelen in te leveren om ze te recyclen of repareren. Kledingmerk Patagonia doet principieel niet mee aan Black Friday. De goededoelenactie #byebuyfriday roept mensen op om juist 10 procent extra te betalen en dat te doneren aan liefdadigheid.

Deze initiatieven trekken vast kortere rijen, maar laten in elk geval zien: Black Friday kan ook benut worden voor meer discussie en bewustwording over de donkere kanten van koopfestijnen. Het hóéft niet te draaien om kopen, kopen, kopen.