Opinie

Stikstofcrisis los je niet op met een zak geld

Milieu De stikstofuitstoot is terug te brengen door de veehouderij strenge doelen op te leggen. Vijftig jaar milieubeleid wijst uit dat dat kan, schrijven en .
Melkveehouderij
Melkveehouderij Foto Getty Images

Sinds de uitspraak van de Raad van State in mei 2019 geldt de stikstofproblematiek als politieke topprioriteit. Een nieuwe stikstofwet en de vrijwillige uitkoop van varkenshouders leverden te weinig resultaat op. Ook de concrete aanbevelingen uit het rapport ‘Niet alles kan overal’ van het Adviescollege Stikstofproblematiek, onder leiding van Johan Remkes, inmiddels informateur, werden ten onrechte in de wind geslagen. Bijgevolg speelt de stikstofproblematiek ook bij de formatie weer een grote rol. De partijen zouden volgens NRC een fonds van tientallen miljarden overeengekomen zijn om de stikstofcrisis op te lossen.

Groot geld vrijmaken voor uitkoop en bedrijfsbeëindiging is een doodlopende weg geplaveid met goud. Goed beleid moet effectief zijn (het beleid realiseert de gestelde doelen), efficiënt (doet dat met inzet van de minst mogelijke middelen) en eerlijk (doet zo veel mogelijk recht aan belanghebbenden). Veel geld vrijmaken kan effectief zijn – als je maar genoeg geld op tafel legt, koop je de halve veestapel op – maar voldoet volstrekt niet aan de andere criteria. Met veel minder geld kan het gewenste resultaat worden behaald, waarbij tegelijkertijd de betrokken agrariërs een beter toekomstperspectief wordt geboden.

Het milieubeleid in Nederland bestaat dit jaar vijftig jaar. Die ervaring leert ons wijze lessen. Bijvoorbeeld dat je bij de uitstoot van schadelijke gassen een onderscheid moet maken tussen zogenoemde ‘puntbronnen’ en ‘diffuse bronnen’. Met beide hebben we te maken, bij de stikstofcrisis, maar ook bij klimaatverandering. Bij puntbronnen is er grote uitstoot, geconcentreerd op één plek. Denk aan de enorme CO2-uitstoot van Tata Steel, Europoort en elektriciteitscentrales. Die kun je verminderen door sluiting of door innovatie. In het verleden is de zwaveluitstoot van kolengestookte centrales (bron van zure regen) tot nul teruggebracht via dwang en door stimulering van innovaties. Langs dezelfde weg zou je uitstoot van stikstof door puntbronnen dichtbij natuurgebieden – varkens- of pluimveehouderijen – kunnen bestrijden.

Stikstofdeken over ons land

Bij diffuse bronnen gaat het om veel vervuilers verspreid over een groot gebied. Dat vraagt om een andere aanpak. Ook dan moet beleid effectief, efficiënt en eerlijk zijn. Je kunt bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van huishoudens en het verkeer beperken door met geld te strooien in de vorm van subsidies voor elektrische auto’s of zonnepanelen. Dat is duur, weinig effectief en oneerlijk ten opzichte van mensen die geen elektrische auto kunnen betalen of geen mogelijkheid hebben om zonnepanelen op hun dak te leggen. De vele miljarden die ermee gemoeid zijn, zijn beter besteed aan het isoleren van (huur)woningen en het verbeteren van de infrastructuur voor het openbaar vervoer en de fiets.

Voor de stikstofuitstoot geldt iets dergelijks. De stikstofdeken die ons land bedekt wordt vooral veroorzaakt door de melkveehouderij en daarbij gaat het om duizenden bronnen. Strikt genomen is elke koe in de wei een stikstofbron. Het is daarom veel efficiënter om het innovatieve vermogen van de sector te benutten en binnen randvoorwaarden een nieuw verdienmodel voor de boer te ontwikkelen dan om de helft van de koeien te slachten.

Afrekenen op resultaat

De weg vooruit vraagt om ondernemende boeren. Wie beheerst het vak beter dan zij? Het beste is om boerenbedrijven doelen voor te schrijven, en de middelen aan henzelf te laten. Afrekenen op resultaat dus, zoals ook Remkes met zijn Adviescollege adviseerde. Een van de aanbevelingen van die commissie is het invoeren van een ‘Afrekenbare Stoffenbalans’, waarbij boeren in een boekhouding bijhouden welke en hoeveel stoffen (waaronder stikstof) het bedrijf ingaan in de vorm van veevoer, kunstmest en dierlijke mest, en hoeveel eruit gaan in de vorm van melk, vlees en eieren. Een dergelijk systeem, MINAS (Mineralen Aangiftesysteem), is tussen 1998 en 2006 zeer doeltreffend gebleken, maar helaas om onduidelijke politieke redenen afgeschaft.

Wij pleiten voor een aangescherpt systeem, waarbij de feitelijke uitstoot van onder meer nitraat, ammoniak en fosfaat daadwerkelijk wordt gemeten met sensoren en andere moderne technieken. Zo’n aanpak is een enorme uitdaging voor het innovatieve vermogen van zowel de sector als de individuele boer. Zeker als dat gebeurt in combinatie met goede begeleiding en een stevige heffing op het lozen van die stoffen naar lucht, water en bodem.

Het is eerder gedaan. In het prille begin van het milieubeleid, meer specifiek bij de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, heeft de combinatie van heffingen en stimulansen erg goed gewerkt. Bedrijven zoals Gist-Brocades (tegenwoordig DSM) die in eerste instantie protesteerden tegen de heffingen, wisten er later zelfs een verdienmodel van te maken.

Lees ook: Deze boer kreeg toestemming om duizenden extra varkens te houden. Ondanks de stikstofcrisis

Convenanten: niets zachts aan

De aanbevelingen uit ‘Niet alles kan overal’ voldoen ook aan het criterium ‘eerlijkheid’, vrij vertaald als voldoende draagvlak. In mei bouwde de opmerkelijke combinatie van LTO, Natuurmonumenten, Stichting Natuur & Milieu en de werkgeversorganisaties erop voort met een akkoord om de vermindering van de stikstofuitstoot te versnellen. Zij gaan niet uit van een halvering van de veestapel als vooropgezet doel, maar van een sterke vermindering van de uitstoot door veehouders die hun vak kennen en willen vernieuwen.

Vele industrietakken brachten de afgelopen vijftig jaar op basis van convenanten met de overheid hun uitstoot van schadelijke stoffen terug tot aanvaardbare niveaus. Daar is niets zachts aan: worden de doelen niet gehaald, dan worden de ‘zondaars’ met zwaardere middelen tot inkeer gebracht. Toegejuicht vanaf de zijlijn door de grote meerderheid die zich wel aan de afspraken houdt.

Het vereist politieke moed om een beleid van strenge doelen te voeren. Het zou getuigen van een nieuwe bestuurscultuur: niet lullen maar poetsen. Niet langer hete aardappels vooruitschuiven, maar ook geen ridicuul weggegooide miljarden voor een massale uitkoop, laat staan onteigening van de melkveehouderij. Dat neemt de stikstofdeken niet weg, althans onvoldoende, en het verzet zal enorm zijn.