Maakt World Athletics een draai na IOC-genderregels?

Atletiek Nieuwe richtlijnen van het Internationaal Olympisch Comité komen transgender en intersekse sporters tegemoet. Maar de implementatie ervan ligt bij de sportfederaties.

De transgender atlete CeCe Telfer werd in de zomer uitgesloten van de olympische trials in de Verenigde Staten.
De transgender atlete CeCe Telfer werd in de zomer uitgesloten van de olympische trials in de Verenigde Staten. Foto Elizabeth Frantz/The New York Times

Het is geen bindend beleid, maar wel beleid met een grote symbolische waarde: de recent gepubliceerde richtlijnen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) over de inclusie van transgender en intersekse sporters. Niet langer is de conclusie gerechtvaardigd dat zij bij vrouwenwedstrijden altijd een voordeel hebben. Van hen eisen dat zij hun testosteronwaarde gedurende een jaar onder een gezette limiet houden, zoals bijvoorbeeld de hyperandrogene atlete Caster Semenya overkwam, behoort als het aan het IOC ligt tot het verleden.

Maar het IOC legt de verantwoordelijkheid voor de implementatie van de richtlijnen bij de internationale sportfederaties, zodat de situatie per sport kan worden bekeken. Regels opstellen die de criteria bepalen voor elke sport en discipline, is niet aan ons zegt het IOC. Daarvoor zijn de regels en systemen te divers. Bonden wordt wel aangeraden atleten te betrekken bij hun beslissing, maar zijn daartoe niet verplicht.

Na jaren van felle debatten tussen mensenrechtenactivisten, racisme-watchers, feministen, wetenschappers en overheden over een van de meest complexe en gevoelige vraagstukken in de geschiedenis van de internationale sport – wanneer is een vrouw een vrouw? – voelt het Framework on Fairness, Inclusion and Non-Discrimination on the Basis of Gender Identity and Sex Variations als een zouteloos compromis.

Symboliek is mooi, maar je koopt er weinig voor, is een veelgehoorde reactie. Sportbonden kunnen – en zullen – hun eigen draai geven aan de richtlijnen, is de vrees. Maar er zijn ook mensen die vinden dat het IOC haar oren te veel laat hangen naar een kleine minderheid, onder druk van de publieke opinie. Transgender en intersekse sporters hebben het maatschappelijke tij mee, maar zouden niet beseffen dat zij door competitievervalsing het einde van de topsport kunnen inluiden.

Weinig tijd voor reflectie

Het IOC verzekert dat het niet over één nacht ijs is gegaan. Het kostte twee jaar om de richtlijnen op te stellen en daarvoor werden 250 sporters, juristen, artsen, sportbestuurders en mensenrechtenexperts geconsulteerd. „Vanaf maart volgend jaar wordt een serie webinars gehouden voor sporters en sportbonden”, zegt een woordvoerder. „Het nut van de richtlijnen wordt dan uitgelegd, onduidelijkheden weggenomen.”

Per sport moet volgens het IOC worden beoordeeld of iemand disproportioneel voordeel heeft. Een contactsport als voetbal is niet te vergelijken met een vechtsport als judo of een individuele sport als turnen. Voorop staat dat bonden „veilige en eerlijke competitie garanderen binnen de context van inclusie en non-discriminatie”.

De IOC-woordvoerder kan niet vertellen hoeveel bonden de richtlijnen sinds de publicatie, vorige week, hebben omarmd. Daarvoor is het nog te vroeg. „Eerst moeten de richtlijnen worden geanalyseerd. Dan pas kan worden bepaald of bonden hun regels moeten herzien.”

De internationale atletiekbond World Athletics had in elk geval weinig tijd nodig voor reflectie. Voorzitter Sebastian Coe liet vorige week weten dat de eigen regels niet zullen worden aangepast. Die schrijven voor dat een atlete maximaal 5 nanomol per liter bloed mag hebben om deel te nemen aan internationale atletiekwedstrijden op de afstanden tussen 400 meter en 1.500 meter. Is haar testosterongehalte hoger, dan zal zij medicatie moeten gebruiken of een operatie moeten ondergaan. Coe had de richtlijnen gelezen, zei hij. „Ze sluiten aan bij alles waar we sterk in geloven: het fair play-principe en een open competitie.”

Kwetsende berichtgeving

Atletenrechtenactivist Payoshni Mitra kan zich erg opwinden over dat soort uitspraken. Zij citeert een passage uit de nieuwe richtlijnen – punt 2.2 om precies te zijn – waarin staat dat de criteria voor sporters om aan wedstrijden deel te nemen, niet ten koste mogen gaan van hun gezondheid en welzijn. „Coe respecteert de richtlijnen totaal niet”, vindt Mitra. Hij grijpt niet in bij kwetsende berichtgeving over hyperandrogene atleten en legt artsen geen straf op die in het verleden een hyperandrogene atlete behandelden zonder hun instemming. Mitra: „Coe heeft weinig op met begrippen als privacy en lichamelijke autonomie.”

Lees ook: Atlete Caster Semenya is ‘cynischer dan ooit’ over de motieven van World Athletics

Mitra is ook kritisch over het feit dat Coe zich „verschuilt” achter jaren van gedegen onderzoek. Ze verwijst naar een veelbesproken bericht in het British Journal of Sports Medicine, afgelopen zomer, waarin twee topmedewerkers van World Athletics – de een is directeur van de afdeling gezondheid en wetenschap, de ander zijn voorganger – toegeven dat ze te stellig waren in hun conclusie dat vrouwelijke atleten met veel testosteron een voordeel hebben. Hoog testosteron bij vrouwen hangt samen met meer succes, zeggen zij nu. Anders beweren zou als „misleidend” kunnen worden gezien.

Sylvia Barlag, het Nederlandse bestuurslid van World Athletics, noemt de verwijzing naar de correctie in het vakblad, in het licht van de nieuwe IOC-richtlijn, „flauw”. De onderzoekers gaven toe dat ze iets te snel waren met het leggen van verbanden tussen testosteron en sportief succes, zegt ze, maar dat betekent niet dat de achterliggende data van hun onderzoek niet kloppen.

Die data vormen de basis voor de regelgeving over ‘DSD’, verschillen in seksuele ontwikkeling. Op basis daarvan mocht tweevoudig olympisch kampioene Semenya afgelopen zomer niet deelnemen aan de Spelen in Tokio op haar favoriete afstand (de 800 meter) omdat ze weigerde testosteronremmers te gebruiken.

Barlag verwacht niet dat World Athletics op korte termijn een draai gaat maken. Daar is nog meer onderzoek voor nodig, zegt ze. En: „Sport, zeker topsport, is per definitie discriminatoir, omdat het draait om het vinden van de besten of de snelsten”. Dat dit uitgangspunt botst met de rechten van de mens is vervelend en ongelukkig, maar het is nu eenmaal een feit.

En toch sluit Barlag niet uit dat de nieuwe IOC-richtlijnen ooit door de wereldatletiekbond wordt omarmd. Want, zegt ze, door gedegen en origineel onderzoek kan ook een sportbond als World Athletics op andere gedachten worden gebracht. De bond zou volgens haar eens goed moeten kijken naar recent onderzoek van vijf Britse sportraden, naar de inclusie van transgendersporters.

In dat onderzoek, Guidance for Transgender Inclusion in Domestic Sport, staan ook geen hapklare oplossingen, maar de auteurs zijn wel op zoek gegaan naar wat zij „innovatieve en creatieve manieren” noemen om te voorkomen dat sporters onterecht van deelname worden uitgesloten. Eén ervan is het creëren van een nieuwe, open categorie, waaraan iedereen, ongeacht het geslacht waarmee iemand geboren is, kan meedoen.

Extra categorie

Barlag acht het niet ondenkbaar dat de atletiek er ooit een extra categorie bij krijgt, maar zij sluit ook niet uit dat de prestaties van individuele atleten een grotere rol gaan spelen. „Als een hyperandrogyne atlete het heel goed doet tussen de vrouwen, maar bij de beste mannelijke junioren niet kan meekomen, dan is het niet logisch om haar bij de mannen te laten uitkomen. Wat zou kunnen gebeuren is dat er dan toch gezegd wordt: accepteer haar zonder voorwaarden bij de vrouwen.”

Maar, en dat is de grote vraag die hieronder smeult, het gevaar bestaat dat de sport zichzelf op die manier de nek om draait. Want, zegt Barlag, wie wil nog kijken naar een wedstrijd waar de individuele prestaties zo ver uit elkaar liggen? Kijk naar de monsteruitslagen bij het WK voetbal voor vrouwen van twee jaar geleden, daar was toch ook weinig plezier aan te beleven? Barlag, zuchtend: „Nee, ik verwacht niet dat het er voorlopig van komt.”