Felix De Clerq (24) is een rijzende ster in de Vlaamse kunstwereld.

Foto Joost Joossen

Interview

‘Ik verzamel verhalen, van miljoenen jaren oud en van vorige week’

Felix De Clercq Kunstenaar

Met zijn realistische schilderijen past de 24-jarige kunstenaar Felix De Clercq naadloos in de Vlaamse figuratieve schildertraditie. Vrijdag opent zijn tweede solotentoonstelling in Antwerpen.

Hij is een beetje zenuwachtig, vertelt kunstenaar Felix De Clercq (24) als we elkaar digitaal treffen, hij achter zijn computer in Antwerpen. „Dit is pas mijn tweede interview. Het eerste was vorige week.” De Clercq werd na zijn afstuderen in 2019 aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen ingelijfd door de Antwerpse topgalerie Sofie Van de Velde, en een solo-expositie – Jongensgeheimen getiteld – volgde al snel.

Zijn realistische schilderijen op klein formaat passen naadloos in de vermaarde Vlaamse figuratieve traditie – met Luc Tuymans en Michaël Borremans als bekendste hedendaagse representanten – en zijn de intieme weerslag van het leven van een kunstenaar die de autobiografie niet schuwt.

De Clercq ontroert met zowel persoonlijke als universele beelden, die de weg naar binnen tonen: liggend op bed, zittend op de bank, achter een beeldscherm, in de natuur, met moeder in de auto, in het café met een ‘first date’.

Vaak zijn de schilderijen opgezet in stemmige kleuren, zich afspelend in kleine ruimtes als (jongens)slaapkamers, tenten en grotten, waar dan, als een soort goddelijke interventie, het licht binnenvalt. In zijn nieuwe expositie, Blackbird on a Shoulder, die vrijdag opent in Antwerpen, toont De Clercq schilderijen, tekeningen en sculpturen, en bewandelt hij de omgekeerde weg: naar buiten.

Wanneer wist jij: ik wil kunstenaar worden?

„Ik was altijd al aan het tekenen en in geschiedenisboeken aan het lezen toen ik vijftien, zestien jaar was, maar ik was nog niet aan het schilderen. Meer vanuit een soort obsessie, ik was vrij nerdy en altijd met games bezig en verhalen over de geschiedenis, en daar maakte ik dan tekeningen van. In 2015, ik was toen zeventien, zag ik in het Palais de Tokyo in Parijs een tentoonstelling van Korakrit Arunanondchai. Daarvoor wist ik niets van hedendaagse kunst, maar toen had ik voor het eerst het gevoel van: wow, dit is wat ik wil doen.”

Hoe ga je te werk?

„Ik doe veel onderzoek. Vroeger las ik veel over kunstgeschiedenis, maar ik verzamel nu vooral verhalen uit de geschiedenis, paleontologie, biologie. Niet op voorhand met als doel daar een werk over te maken, maar wel om er mogelijk een verhaal uit op te vissen, dat ik dan later in mijn werk kan gebruiken. Ik doe graag visuele documentatie: als ik een werk met zeventiende-eeuwse inslag maak, wil ik wel weten hoe de kostuums er toen uitzagen. Het landschap maak ik wel uit mijn hoofd, uit de fantasie.”

Felix De Clercq, Luca, 2021

Foto Joost Joossen. Courtesy Gallery Sofie Van de Velde

Op deze expositie zijn voor het eerst naast schilderijen ook tekeningen en sculpturen te zien. Waarom eigenlijk?

„De tekeningen vormen een belangrijk deel in het proces, niet alleen als voorstudies maar ook als zelfstandige werken. Misschien ook wel omdat ik me in verschillende ambachten wil verdiepen. Schilderen doe ik al veel langer, dus dat is dan sowieso al een groter aspect van de praktijk.”

Ervaar je het als een gevoel van vrijheid?

„Op de vorige tentoonstelling toonde ik heel autobiografisch, introspectief werk, en ik had nu zo het gevoel dat ik even iets helemaal anders wilde, me meer met een blik naar de wereld wilde richten. Misschien heeft het inderdaad wel met vrijheid te maken, de vrijheid om over eender welk onderwerp meer te weten te willen komen.”

De tekeningen spelen zich letterlijk ook allemaal buiten af: in de natuur. Of moet ik zeggen: milieu, want een werk als ‘Annecy, 1960’ refereert daar aan.

„Dat werk gaat over het meer van Annecy in Frankrijk, tegenwoordig bekend als het schoonste meer van Europa. In de jaren vijftig was het een vervuild meer en ik vond het idee dat mensen daar toen vervolgens actie voor voerden een mooie metafoor om het schone, de schoonheid van de natuur, en hoe je daar als mens mee omgaat, te laten zien. Ik denk sowieso dat de tekeningen heel dicht bij mij liggen, ook omdat ik dat al veel langer doe, en dat de schilderijen recent werk zijn, dat die nog wat dichter naar mij toe moeten groeien.”

Met welke kunstenaars voel je je verwant?

„De vrijheid en esthetiek van beeldhouwers als Kasper De Vos en Robert Soroko spreekt me aan. Maar qua thematiek voel ik me vooral verwant met Kasper Bosmans, Roni Horn en Jimmie Durham, kunstenaars die met de natuur werken. Ik kijk niet zo veel naar pure schilderkunst, meer naar videogames, hoe dat dan visueel wordt gemaakt, en ook naar achttiende- en negentiende-eeuwse kunst.”

Waar komt de titel ‘Blackbird on a Shoulder’ vandaan?

„Ik moest denken aan het verhaal over de Iguanodon van Bernissart, dat waren een soort dinosaurussen die vijfentwintig miljoen jaar geleden leefden. Omstreeks 1840 zijn hun botten opgegraven en in Brussel tentoongesteld, en daar doen veel anekdotes over de ronde. In de Tweede Wereldoorlog werden die botten ergens in een kelder opgeslagen, om ze te beschermen tegen de Duitse bommen, maar door regenval is toen heel die kelder ondergelopen, waardoor al die botten kapot zijn gegaan. De titel is voor mij een manier om te laten zien dat je als mens verhalen verzamelt, en of dat nu verhalen zijn uit 1940, van vijfentwintig miljoen jaar geleden, of vorige week, dingen gebeuren in de wereld en iedereen pikt weer wat anders op. In mijn hoofd riep dat het beeld op van een reiziger doorde tijd op onze planeet, en dat die als een soort compagnon altijd een vogel op zijn schouder heeft.”

Felix De Clercq: Blackbird on a Shoulder. 27/11 t/m 9/1 in Gallery Sofie Van de Velde, Léon Stynenstraat 21, Antwerpen. Inl: sofievandevelde.be