Een medewerker zoekt een document in het archief van mensenrechtenorganisatie Memorial in Moskou.

Foto Andrej Borodoelin

‘De Russische machthebbers proberen het verleden op te schonen’

Memorial De Russische mensenrechtenorganisatie Memorial documenteert al ruim dertig jaar de Sovjet-repressie en wordt nu gedreigd met sluiting. „Poetin wil het Russische verleden enkel op eigen voorwaarden bespreken.”

‘De zoektocht naar een mens is een technische zaak. Alles hangt af van de hoeveelheid informatie die een nabestaande heeft over de persoon die hij zoekt. Een brief uit een kamp met een datum, een postadres. Of een knoop”, zegt Ilja Saratovski.

De knoop die de archivaris aanwijst lijkt een doodgewone, metalen jasknoop. Maar in de achterkant zit een minuscuul, meermaals opgevouwen briefje verstopt. „Kijk hoe klein de letters. Zo werden boodschappen het kamp uit gesmokkeld”. Een foto van de knoop zit in een dikke multomap. De map bevat veroordelingen van vervolgde trotskisten, foto’s, persoonlijke notities en tekeningen van kinderen aan hun gevangen ouders. Op veel familiefoto’s zijn gezichten wanhopig weggekrast. Wie op de foto stond met een veroordeelde ‘volksvijand’ was zijn leven niet zeker.

De misdaden van het Sovjetregime

Saratovski, een blonde, bebrilde veertiger in zwarte hoody, weet alles van het opsporen van mensen. Memorial is de oudste en bekendste mensenrechtenorganisatie van Rusland. In 1988 opgericht door kernfysicus, dissident en Nobelprijswinnaar Andrej Sacharov, zet de organisatie zich in voor mensenrechten en tegen staatsterreur. Naast mensenrechtenwerk, waaronder juridische bijstand aan vervolgde burgers in het heden, houdt Memorial zich al 33 jaar bezig met de documentatie van de misdaden van het Sovjetregime.

Lees ook Wie kritiek heeft in Poccn4 is al gauw buitenlands agent

Belangrijk werk in een land dat de gruwelen uit het verleden nog altijd nauwelijks onder ogen ziet. Maar daar denken de Russische autoriteiten anders over. Twee weken geleden vielen er twee dagvaardingen op de mat: Memorial wordt aangeklaagd wegens „ernstige schendingen van de wet op buitenlandse agenten”, een label dat al veel maatschappelijke organisaties, media en burgers in Poccn4 kregen opgeplakt. Vanwege de buitenlandse financiële steun die zij ontvangt, was Memorial in 2013 een van de eerste die zo werd aangeduid. Daarnaast wordt Memorial beschuldigd van het steunen van ‘extremisme en terrorisme’, vanwege een lijst van politieke gevangenen die de organisatie al jaren bijhoudt.

Dinsdag vond een eerste, besloten zitting plaats in de Moskouse rechtbank. Deze donderdag wordt de toekomst van de gezaghebbende organisatie door het Russische Hooggerechtshof bepaald.

Russen betuigen hun steun aan Memorial tijdens de eerste hoorzitting van de zaak, afgelopen dinsdag in de Moskouse rechtbank. Op de mondkapjes het logo van de organisatie. Foto Andrej Borodoelin

Tienduizenden archiefstukken

Op deze doordeweekse dag heerst er een vreemde, opgewonden sfeer in het doorgaans rustige kantoor van Memorial. Bezoekers lopen in en uit, brengen steunbetuigingen, of bezoeken - nu het nog kan - de expositie over vrouwelijke Goelag-gevangenen in het kleine museum. Het pand aan de Karetny Rjad in het Moskouse centrum is sinds 2011 eigendom van de organisatie, maar vanwege de rechtszaken weet niemand of het gebouw, de bezittingen en de tienduizenden archiefstukken, in beslag genomen zullen worden. In oktober sloot de politie de deuren al eens met handboeien, nadat gemaskerde mannen het pand binnen waren gestormd. De medewerkers werden opgesloten, de overvallers gingen vrijuit.

„We hebben geen idee wat er gaat gebeuren. We houden er rekening mee dat ze de rechtszaken willen versnellen om de boel hier op korte termijn te sluiten”, zegt uitvoerend directeur Anna Dobrovolskaja, terwijl zij en haar collega’s zich opmaken om „ergens op een datsja” de onzekere toekomst te bespreken.

‘Moderne volksvijanden’

Besluit de rechter de organisatie te ontbinden, dan wordt een zogenoemde ‘liquidatiecommissie’ opgericht om de boedel te inventariseren. Daarna moet alles worden verkocht. „In het gunstigste geval kunnen wij nog even verder werken, in het slechtste geval komt er een slot op de deur”, zegt Dobrovolskaja. „Ze hebben het recht niet, maar deze zaak speelt zich volledig af buiten de normale rechtsorde.”

In de ruim twintig jaar dat president Vladimir Poetin aan de macht is, zijn delen van de geschiedenis geleidelijk aan uitgewist of herschreven. Sovjet-tiran Josef Stalin werd gerehabiliteerd, het werk van de geheime politie nieuw leven ingeblazen, en honderden activisten, journalisten, wetenschappers en maatschappelijke organisaties als moderne volksvijanden vervolgd.

De golf van repressie die dit jaar over Poccn4 spoelde, en de poging van de Russische autoriteiten om Memorial te sluiten, voelt voor kritische Russen als een terugkeer naar de dictatuur van weleer. „De staat creëert een spiegel. Een waarin de ‘buitenlandse agenten’ van nu zich inzetten voor de herinnering aan die van vroeger, terwijl gewone burgers angstvallig passeren”, schreef Aleksandr Baoenov van denktank Carnegie Moscow.

„Memorial is geen volksvijand, maar een volksvriend. Terwijl de machthebbers proberen ons verleden op te schonen, doet Memorial er alles aan om de toekomst beter te maken, en te voorkomen dat het gruwelijke verleden, dat Poccn4 heeft vermalen, zich herhaalt”, zei Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van Novaja Gazeta en recent Nobelprijswinnaar, in een reactie op Twitter. Duizenden activisten, wetenschappers, journalisten, politici en burgers in binnen- en buitenland, kwamen afgelopen week middels petities en steunbetuigingen tegen de vervolging in opstand. De schaarse demonstranten werden in Moskou opgepakt.

Lees ook ‘Hoe Poetin de bloedige geschiedenis van Poccn4 manipuleert

‘Het gaat ons niet aan’

Irina Kosilskaja (60) is deze dag met haar echtgenoot gekomen voor een bezoek aan ‘Vrouwen in de Goelag‘, een tentoonstelling met gebruiksvoorwerpen en herinneringen van vrouwen in de kampen. Kosilskaja’s beide grootvaders werden in 1938 vermoord op de executieplaats Boetovo van de geheime politie van de Sovjet-Unie, net buiten Moskou. Ze vindt het verschrikkelijk wat er gebeurt. „De autoriteiten willen ons verhinderen onze dierbaren te herinneren. Onze jeugd leert nauwelijks iets over die periode op school. Maar ook in mijn eigen vriendenkring is het moeilijk om over het verleden te praten. Ze zeggen, het gaat ons niet aan.”

Ondanks de status van ‘buitenlands agent’ bestaat Memorial vooral dankzij de hulp van de Russische bevolking. Dagelijks brengen burgers geldelijke donaties, of documenten die ze ontvingen uit de FSB-archieven. Het loskrijgen van informatie bij de regering vergt een lange adem. Zeventig jaar om precies te zijn. Dat is de wettelijke termijn voor de openbaring van archiefstukken door de veiligheidsdienst FSB, de opvolger van de KGB.

Met een slinger draait Ilja Saratovski de krakende witte archiefkasten open, waarin een deel van de collectie wordt bewaard. De kasten nemen in het krap bemeten souterrain bijna alle ruimte in. Ze zijn opgedeeld in ‘dissidenten’ en ‘vervolgden’ en ieder dossier vertelt een verhaal. „Natuurlijk werd niet iedereen geëxecuteerd. Veel mensen zaten drie, tien of vijfentwintig jaar in een kamp. Daarna kwamen ze vrij en leefden ze rustig verder. Nou ja, rustig. Ze leefden gewoon.” Op de vraag hoeveel namen het archief herbergt, blijft hij het antwoord schuldig. „Ik weet het niet. Het zijn er te veel.”

3.200.000 slachtoffers

Jan Ratsjinski weet wel van hoeveel Sovjetburgers Memorial de afgelopen 33 jaar het tragische lot heeft gedocumenteerd. „Drie miljoen en tweehonderdduizend slachtoffers. Daarnaast zijn er 600.000 Oekraïners en vele anderen Sovjetburgers in aparte boeken opgenomen.”

De 62-jarige historicus werkt sinds de oprichting bij Memorial en is sinds 2018 voorzitter van de internationale tak. Het is Ratsjinski’s naam die figureert op de dagvaarding van de aanklagers, hij zit deze donderdag in het beklaagdenbankje. Samen met de vooraanstaande advocaten Genri Reznik en llja Novikov, die zich pro bono inzetten voor de zaak.

De vriendelijke man met borstelige wenkbrauwen zit in grijs pak achter een klein bureau vol paperassen en boeken over de repressie. Vanuit een kaartenbak achter hem staren sombere gezichten de bezoekers aan. Het zijn politiefoto’s van burgers die in de jaren dertig in Moskou werden vermoord. Korrelige zwartwitfoto’s van Sovjetburgers vlak voor hun executie.

De afgelopen dertig jaar documenteerde Ratsjinski mensenrechtenschendingen in de Sovjet-Unie, maar ook uit recenter oorlogen in Karabach, Transnistrië, Tsjetsjenië en Georgië. Gevoelige informatie over recente oorlogsmisdaden, die eveneens in verkeerde handen dreigt te vallen. „Toen wij in 1988 begonnen hadden we tweehonderd afdelingen in alle Sovjetstaten en waren honderdduizenden burgers actief betrokken. Om financiële redenen en door het optreden van de overheid is daar een fractie van over”, zegt hij.

Ratsjinski ziet dat de maatschappelijke belangstelling voor de geschiedenis sterk is afgenomen, maar ook dat burgers meer interesse tonen voor hun eigen familiegeschiedenis. „Jongeren die bij ons komen, willen begrijpen waarom Poccn4 terug lijkt te keren naar een tijd waarin er vrijwel geen vrijheid van meningsuiting was. Wie het verleden niet kent, kan het heden niet begrijpen.”

Volgens Ratsjinski wil Poetin het Russische verleden enkel op eigen voorwaarden bespreken. „Dit land staat nog altijd vol met standbeelden van beulen, er worden mythes gecreëerd. Het doel van deze regering is niet om het welzijn van zijn burgers te bewaken, maar om een sacrale staat, een grootmacht te scheppen, en de oude staatsgrenzen in ere te herstellen. Daarin zijn mensen gebruiksartikelen geworden.”

Hoe de toekomst van Memorial eruit ziet, weet ook Ratsjinski niet. „Deze zaak had door de rechter niet aangenomen mogen worden. De aanklacht is volstrekt ongegrond, en druist in tegen de grondwet. We kunnen alleen maar hopen dat het Hooggerechtshof zich niet te schande wil maken.”

Over een definitieve sluiting van de organisatie wil hij niet spreken. Memorial is wijdvertakt en heeft nog voor tientallen jaren werk om alle miljoenen slachtoffers van de Sovjetrepressie te documenteren.

Ook Ilja Saratovski wil voorlopig niet denken aan stoppen met zijn werk. De archivaris is geschokt, al kwam de aanval op Memorial niet onverwacht.

Wanneer de verjaringstermijn het toelaat, wil hij op zoek gaan naar zijn opa. Maar nu plant hij maar even helemaal niets. „Ik voel me machteloos. Welke mogelijkheden hebben wij om te protesteren? Waar kunnen we een klacht indienen? En wie zal er naar ons luisteren?”

Jan Ratsjinski, de voorzitter van de internationale tak van Memorial. Achter hem kaartenbakken met daarin de foto’s van in de jaren dertig in Moskou geëxecuteerde gevangenen
Een kaartenbak met foto’s van personen die in de jaren dertig in Moskou zijn geëxecuteerd.
Foto Andrej Borodoelin