Van weigeraar tot enthousiasteling: dit zijn de zes thuiswerktypes in de coronacrisis

Japke-d. denkt mee Nu er weer een lockdown boven ons hoofd hangt, inventariseert welke zes thuiswerktypes er aan het ontstaan zijn.

Illustratie Tomas Schats

Als kantoorexpert had ik nooit gedacht deze column ooit te moeten schrijven. Maar nu er weer een nieuwe lockdown boven ons hoofd hangt, het zoveelste verscherpte thuiswerkadvies is afgekondigd en er een extra lange kerstvakantie met de kinderen thuis aankomt, vrees ik dat het er toch van moet komen: een typering van alle mogelijke thuiswerktypes die aan het ontstaan zijn, of zich al hebben gevormd. Welk type ben jij?

1. Het type dat nooit meer terug wil naar kantoor

Werkt sinds maart 2020 thuis, is nooit terug geweest toen het mocht en vindt het heerlijk. Of wacht: is één keer terug geweest, maar was toen zo uitgeput van alle prikkels dat hij sindsdien maar thuis gebleven is. Mist z’n collega’s wel hoor, maar haalde opgelucht adem toen het nieuwe strengere thuiswerkadvies werd afgekondigd.

Komt tot rust thuis. Kan zich voor het eerst in z’n carrière concentreren op het werk en snapt niet hoe hij het ooit volhield, vijf dagen per week naar kantoor.

Slaat de smalltalk over en komt meteen terzake. Weet online iedereen feilloos te vinden. Het grootste probleem van thuiswerken vindt hij dat z’n sokken zo snel slijten, maar is een fan van de ‘bh-loze dagen’.

Heeft het knus gemaakt op de werkplek – thee, chocola, dekentje, panterlegging/joggingbroek. Is vergroeid met de kat en de keukenstoel en is 9 kilo aangekomen sinds de coronacrisis.

Is elke dag om 13.00 uur klaar met het werk omdat hij niet meer wordt afgeleid, doet verder klusjes in en om het huis en heeft een nieuwe hobby genomen – volkstuin, kleurplaten, fotografie, puzzelen. Doet vrijwilligerswerk voor eenzame bejaarden in de wijk en zijn politieke partij – dat komt overigens vaak overeen. Is een pakketservice voor de buren begonnen.

2. Het thuiswerktype dat er lol in heeft gekregen

Haatte vroeger het thuiswerken maar heeft nu z’n huis verbouwd, de boel geprofessionaliseerd en begint er steeds meer de voordelen van te zien. Merkt dat het elke dag reizen toch wel zwaar was en flirtte toch al nooit met z’n collega’s.

Heeft een koffiecorner in z’n woonkamer gebouwd met een zitje, een joekel van een koffieautomaat en passief agressieve briefjes met ‘de kopjes wassen zich niet vanzelf af’.

Trekt elke ochtend z’n pak met stropdas aan én schoenen, heeft een whiteboard opgehangen in de keuken, doet bij de lunch kroketten in de airfryer „voor de bedrijfskantinevibe”, en scrumt met z’n kinderen. Laat ze kopietjes maken, post-its kopen, stand-uppen en heeft ze woorden geleerd als ‘professionaleringsslag’ en ‘proces bewaken’. De oudste loopt nu thuis stage, de jongste stuct de aanbouw. Vergadert in het bos. Dan kan de hond gelijk mee.

3. Het type dat doodongelukkig is thuis

Háát het thuiswerken. Wordt er eenzaam en verdrietig van. „Weer alleen op die koude zolder, weer aan dat opklaptafeltje onder de trap.”

Was net aan het opbloeien toen hij weer ‘mocht’ en stortte in toen hem „dat weer werd afgepakt”, zoals hij het zelf noemt. Is murw nu, moedeloos, totale somberte, daar gaan we weer.

Vindt z’n werk niet leuk als het niet op kantoor is. Verliest het overzicht, heeft de hele dag Zoom-meetings zonder pauze ertussen, mist de ene helft van z’n collega’s en kent de andere helft niet. Moet op het balkon zoomen omdat z’n partner ook thuis moet werken. Is elke dag kapot. Heeft een onesie aan, dikke sokken en een deken om. Heeft het desondanks koud, zo koud, wordt nooit meer warm. Hoopt dat in ieder geval de sportschool open blijft. Houdt zichzelf voor de gek dat het maar voor drie weken is.

4. Het type dat weigert thuis te werken

Is niet naar huis gegaan toen het moest, heeft de hele coronacrisis op kantoor gewerkt en zit er nu illegaal. Heeft de portier omgekocht en hoopt dat niemand hem ontdekt. Gelooft in kantoor. Houdt ervan. Van de lamellen, van de afwisseling, van de drukte, het gedoe, van de printers, van de borrels en deep dives. Slaapt er af en toe ’s nachts.

Heeft vier kinderen die elke dag om 13.00 uur thuis zijn. Heeft geen plek voor een werkkamer. Kan zich sowieso niet concentreren thuis. Moet met een dwangbuis van kantoor gehaald worden.

5. Het ik-kan-niet-thuiswerken-domme-muts-want-ik-werk-in-het -onderwijs-de-detailhandel-de horeca-het-openbaar-vervoer-bij-de-politie-of in-de-zorg-type

Lacht thuiswerkers en hun zielige probleempjes hard uit.

6. Het type dat zelf kantoorruimte huurt

Wordt gek thuis en heeft nu maatregelen genomen. Huurt een plek in een verzamelgebouw of hotel en heeft daar nu een hele nieuwe set collega’s bij gekregen. Zijn werk was nog nooit zo leuk. Want hij vergadert af en toe met ze mee en leert over allerlei nieuwe sectoren en bedrijven. Pakt af en toe een dossier van ze over en scrumt nu cross-sectoraal. Bidt dat de scholen open blijven maar gaat er nu alweer vanuit dat we allemaal weer tot maart thuis moeten blijven. Gaat emigreren als er weer een complete lockdown komt.

Dit waren de Parels van de week op Twitter