Hoe Brabantse vleeshandelaren miljoenen cash uit Congo ontvingen

Roofbank Internationale sancties, veroordelingen voor zwendel, prijsopdrijving in één van de armste landen ter wereld – het maakt Brabantse vleeshandelaren niks uit. De kip gaat hoe dan ook naar Congo.

De kip is duur. Meel is duur. Boontjes zijn duur. Horsmakreel en sardientjes zijn duur. Rijst, zonnebloemolie, zelfs geïmporteerd slachtafval uit Europa is duur.

De marktkoopvrouw die op de straten van Kinshasa in 2012 kippenpootjes aan de man brengt, doet dat voor het drievoudige van een paar jaar ervoor. In de Democratische Republiek Congo zijn de dagelijkse levensmiddelen vrijwel onbetaalbaar geworden. Voor de meeste Congolezen die al in armoede leven, betekent het: nog minder voedsel, nog schraler. Hangerige kinderen met lege magen. Angst dat er morgen echt niks meer is.


Op het Ministerie van Economie en Handel in Kinshasa heerst bezorgdheid over de rap stijgende voedselprijzen, die nog veel sneller omhoog schieten dan de hyperinflatie. Een bevolking die haar eerste levensbehoeften niet kan betalen, lijdt, mort en wordt onrustig. Waar komen die exorbitante prijsstijgingen toch vandaan? Waarom is de kip aan de andere kant van de rivier, in Congo-Brazzaville, meer dan 20 procent goedkoper dan in Kinshasa? En verderop in Afrika, zoals in Ghana, zelfs 70 procent?

Die zorgen gaan geheel aan Nederland, ruim 8.500 kilometer verderop, voorbij. België, ja, dat kijkt nog naar zijn oud-kolonie, een van de allerarmste landen ter wereld dat wordt verscheurd door bloederige conflicten om macht, diamanten en mineralen. Nederland niet. Heeft Nederland hier wat mee te maken?

Zeker wel.

In juni 2013 valt een rapport over de stijgende prijzen op de mat van het Congolese ministerie van Economie, 341 pagina’s dik. Onderzoekers van een gespecialiseerd Marokkaans consultancybedrijf hebben op verzoek van de minister de Congolese voedselketen doorgelicht. Die draait voornamelijk op import om de 71 miljoen inwoners van dat moment te voeden.

Het is de inefficiënte transportsector in Congo die de prijzen opstuwt, sommen de onderzoekers van Menaa Finance in het rapport op. Het is de verstopte haven van Matadi, waar corruptie de afhandeling vertraagt en de boten leeg het land verlaten. Het zijn tegenvallende wisselkoersen, gebrekkige controles.

Maar het grootste probleem zijn drie conglomeraten die vrijwel de gehele Congolese voedselketen in handen hebben – inkoop, import, groothandel, transport, distributie, verkoop – en zich gedragen als kartel. Die drijven de prijzen op tot onverantwoorde hoogten door prijsafspraken, marktdominantie, speculatie en corruptie, schrijven de onderzoekers. Ze verrijken zich extra door belasting te ontwijken via offshore constructies en valse facturen om importheffingen te ontlopen. Eén van de conglomeraten staat ook nog op de Amerikaanse terrorisme-sanctielijst wegens vermeende financiering van Hezbollah, weten de onderzoekers.

Dan, diep in het Franstalige rapport, duikt er ineens een Nederlands adres op. Pettelaarseweg 188H in ’s Hertogenbosch, waar nu een Chinese massagesalon zit. In 2013 is dat nog het adres van één van de grootste leveranciers aan de Congolese vleessector, goed voor een derde van de totale import van gevogelte.

Op dat adres zit Meat Plus, een onbekend bedrijfje met slechts twee werknemers. Dat levert, zo blijkt uit onderzoek van NRC, met hulp van een netwerk van Nederlandse vleeshandelaren jarenlang voor tientallen miljoenen dollars vlees aan een omstreden voedselkartel in Congo, daarbij alle sancties ontwijkend. Nederlandse banken stellen geen vragen.

Kalkoenstaarten en runderlippen

De dollars komen in hoog tempo binnen bij de plaatselijke Rabobank aan de Helftheuvelweg in Den Bosch. Ze stromen vanuit drie Congolese bedrijven via Malta en daarna New York naar de bankrekening van de eigenaar van Meat Plus BV, José Lago Conrado, een Portugees die rond de eeuwwisseling een Nederlands paspoort kreeg. Op 8 april 2013 komt er 149.300 dollar binnen bij Meat Plus. Op 10 april 180.650 dollar. Twee dagen later weer 212.300 dollar. Vier dagen later nog eens 156.500 dollar. De dag daarop, 17 april, 180.430 dollar. En zo gaat het maar door.

Zeker 50 miljoen dollar betalen de drie Congolese bedrijven aan Conrado tussen 2011 en 2013, in ruil voor vlees dat het Westen niet hoeft: bevroren kippenruggen, kalkoenstaarten, runderharten, -lippen en -nieren, mdm, dikke pasta van mechanisch ontbeende kippenresten, en ander „eetbaar slachtafval”. Het gaat zo hard dat Conrado op enig moment in z’n eentje 15 procent van de gehele vleesimport in Congo voor zijn rekening neemt.

De overboekingen en facturen zijn te vinden in documenten van de Congelese tak van Banque Gabonaise et Francaise Internationale, BGFI – een gecorrumpeerde bank die al decennia fout geld aantrekt en fungeert als pinautomaat voor toenmalig president van Congo Joseph Kabila en zijn familie. NRC kreeg met anderen toegang tot meer dan 3,5 miljoen documenten van de BGFI, waarin bewijzen zitten dat Kabila en zijn entourage zich verrijkten met een kwart miljard aan Amerikaanse dollars, waarvan 138 miljoen gemeenschapsgeld.

De documenten laten nog iets anders zien. Namelijk hoe een corrupte bank een vluchtheuvel is voor zakenlui die uitgesloten zijn van internationaal bankverkeer, en fout geld en dubieuze handel uit de hele wereld aantrekt – ook uit Nederland.

Zo tonen de bankdocumenten, aangevuld met interne documenten van Nederlandse vleeshandelaren, rechtbankvonnissen en gesprekken met betrokkenen, hoezeer de Nederlandse vleessector zonder enige scrupule te werk gaat in het Afrikaanse land. Internationale sancties, veroordelingen voor zwendel, kartelvorming en prijsopdrijving in één van de armste landen ter wereld – het maakt Brabantse vleeshandelaren allemaal niks uit.

Bloeddiamantsmokkel

Conrado is, gezien de grote speler die hij is, opvallend onbekend in die sector. Veel vleeshandelaren in Brabant die NRC aan de telefoon krijgt, hebben nooit van hem gehoord. Eén van de eerste keren dat zijn naam opduikt is in een Belgische strafzaak. In mei 2003 valt de politie met veel uiterlijk vertoon binnen bij het Libanees-Belgische voedselimportbedrijf Soafrimex in Antwerpen, dat suiker, vlees en graan naar Afrikaanse landen exporteert. Rekeningen worden bevroren, werknemers opgepakt. Het bedrijf trekt de aandacht, want Ziad Abou Jahjah werkt er. Dat is de broer van de in Libanon geboren Dyab Abou Jahjah, voormalig kopstuk van de omstreden Arabisch-Europese Liga (AEL) die jarenlang in België als staatsvijand nummer 1 geldt.

De eigenaar van Soafrimex is Kassim Tajideen, een machtige Libanees met een zakenimperium in Afrika. Hij wordt met zijn vrouw gearresteerd en zit bijna een half jaar in voorarrest. Pas na betaling van 125.000 euro komt hij op borgtocht vrij.

De verdenkingen zijn ernstig. Het Openbaar Ministerie vermoedt grootschalige belastingfraude, witwassen, terrorismefinanciering en bloeddiamantsmokkel uit Angola en Sierra Leone. De opbrengst zou bij Soa- frimex wit worden gewassen, en de winst aangewend voor de AEL en Hezbollah. De broer van Kassim was een commandant van Hezbollah, de Libanese sjiitische politieke partij en -militie. De meeste verdenkingen kunnen niet hard worden gemaakt. Alleen omvangrijke fraude met facturen en importheffingen wordt bewezen, en Kassim Tajideen krijgt twee jaar cel.

Ergens in het vonnis staat de naam van José Lago Conrado. Niet als verdachte, maar als betrokkene.

Conrado, zo vertellen mensen die hem kennen, regelt al vanaf begin jaren negentig grote ladingen kip en ander vlees voor de Congolese en Angolese bedrijven van Kassim Tajideen. Kassim is niet alleen zijn grootste klant, Conrado rekent hem ook tot zijn vrienden.

De handel gaat in immense hoeveelheden tegelijk. Om de paar maanden regelt Conrado dat er vanuit de haven van Antwerpen een ‘kipschip’ naar Luanda in Angola of Matadi in Congo vaart. Dat zijn bulkschepen, zoals de 118-meter lange MV Ice Field, gebouwd in Capelle aan den IJssel, met zeker vijfduizend ton bevroren kip en ander vlees in het ruim, 250 vrachtwagens vol. Het vlees koopt Conrado in Brazilië en bij de Amerikaanse vleesgigant Tyson.

En bij het Nederlandse Teeuwissen, tegenwoordig Van Hessen, het snel groeiende Brabantse vleesbedrijf 44 kilometer van Den Bosch.

Van uitbener tot vleeshandelaar

In de Brabantse gemeente Cuijk blijkt een andere belangrijke Nederlandse zakenpartner van Kassim Tajideen te wonen, Jalal Laham.

Na de eeuwisseling heeft Laham grote plannen met het vleesbedrijf waar hij werkt. Als jonge man verhuisde hij halverwege de jaren zeventig uit zijn geboortestad Beiroet, waar zijn Palestijnse ouders naartoe waren gevlucht, naar Duitsland om elektrotechniek te studeren. Het liep anders: Laham werd verliefd op een Nederlandse vrouw. Gedwongen door de hoge werkloosheid ging hij aan de slag als uitbener in een Nederlandse slachterij, waar hij de handelaar Conrado leerde kennen. Dan duurt het niet lang voordat Laham in dienst komt bij Teeuwissen, dat vooral geld verdient met de handel in alvleesklieren voor de farmaceutische industrie.

Laham wil geen werknemer blijven, hij is ambitieus. Samen met twee collega’s en twee Spaanse zakenpartners van Teeuwissen koopt hij in 2004 de oude oprichter en eigenaar uit en noemt zichzelf „president” van Teeuwissen Group. De alvleesklierenhandel van varkens zijn niet meer in trek nu de synthetische insuline is uitgevonden, en Teeuwissen richt zich op het winnen en verhandelen van allerlei soorten slachtafval voor de voedsel- en farmaceutische industrie.

Vleeshandelaar Laham geeft een groot feest met een wervelend optreden van zangeres Hind

Een periode van onstuimige groei breekt aan. Binnen een paar jaar tijd heeft Laham een byzantijnse bedrijfsstructuur opgetuigd met private en zakelijke holdings en stichtingen in Nederland, Hong Kong en Spanje, waar volgens de jaarrekeningen miljoenen euro’s in- en uitstromen. Wereldwijd opent het bedrijf eigen ‘darmlokalen’ binnen de slachthuizen van andere bedrijven, waar de ingewanden worden verwerkt.

Teeuwissen groeit in nog geen tien jaar tot een van de grootste vleeshandelaren van Nederland uit. Tussen 2004 en 2012 stijgt de omzet van 60 naar bijna 300 miljoen euro. Ook het aantal werknemers vervijfvoudigt - naar vijfhonderd, het totaal aantal bezittingen explodeert met een factor 23 naar ruim een kwart miljard euro. Daar is Laham, zegt hij in een gesprek in zijn kantoorvilla in het Brabantse Vianen, bij Cuijk, „heel trots” op. „Ik begon met niks.”

De innemende Laham is geliefd binnen en buiten zijn bedrijf. Naast het zwembad bij zijn nieuwe grote villa die hij in 2008 koopt, houdt Laham een groot feest voor zijn collega’s en contacten, met een wervelend optreden van zangeres Hind. Er zijn weinig activiteiten in de gemeente Cuijk: ‘Cuijk on Ice’, de voetbalclub, het VierdaagseFeest, die Laham níet sponsort.

De bedrijfsvoering onder Laham is net zo wild als de groei. Grote sommen contanten gaan er rond, vertellen oud-werknemers. Die zijn onder meer afkomstig van een Duitse joint venture die Arabische producten importeert. Medewerkers krijgen soms envelopjes met cash toegestopt. Deals worden internationaal omgeleid om belasting te ontlopen, met name via het kantoor in Hongkong. De regels blijken buigzaam. Regelmatig klopt de herkomst van vlees niet in de boekhouding van Teeuwissen, vertellen meerdere oud-werknemers.

Als consultants van PwC in 2011 een interne audit komen doen, rijst de vraag of in de containers wel altijd zit wat er op het document staat. In de audit, in handen van NRC, schrijft PwC omfloerst dat „customs compliance” bij Teeuwissen „minder gefocust” is. Eén van de grootste risico’s is dat er te weinig importheffingen worden betaald, omdat producten een ander, gunstiger label krijgen, schrijven de adviseurs.

Dat er regels zijn overtreden, ontkent Laham ten stelligste. „Alles was binnen de wet. Ik streef naar maximale correctheid. En soms gaf ik een envelopje met een klein bedrag van mijn eigen salaris. Op een bruiloft, of aan iemand in nood.”

Verdacht door Belgische justitie

Als vleeshandelaar Conrado zijn provinciegenoot Laham in die jaren voorstelt aan zijn goede vriend Kassim Tajideen, ontdekt het vleesbedrijf een nieuwe, snelgroeiende afzetmarkt. Teeuwissen gaat kip leveren aan Tajideens bedrijven in Afrika. Laham stuurt zelfs een van zijn naaste medewerkers naar Ghana en Congo om daar twee vleesfabrieken voor Tajideen te helpen bouwen.

Aan vleesvakblad Meat & Meal vertelt Laham in 2007 over de bloeiende Afrikaanse vleeshandel. „De levensstandaard van Afrikanen wordt hoger”, zegt hij tegen redacteur Caroline van der Plas, tegenwoordig fractievoorzitter van de BoerBurgerBeweging in de Tweede Kamer. „Dit wordt een heel belangrijke industrie.”

Kassim Tajideen komt regelmatig langs in het kleine Cuijk. Dan zitten de twee mannen samen te praten in Lahams kantoor, vlak naast de hoofdingang. Dat de Belgische justitie de één van fraude en terrorismefinanciering verdenkt en hem een half jaar vastzet, maakt de ander kennelijk niets uit.

Maar dan trekt de Belgische rechtszaak de aandacht van de Amerikanen. Al wordt Tajideen in 2008 in eerste aanleg alleen veroordeeld voor grootschalige facturenzwendel, de Amerikanen achten toch bewezen dat er miljoenen richting Hezbollah zijn gevloeid. Die houden zij verantwoordelijk voor het opblazen van een Amerikaanse mariniersbasis met honderden doden tot gevolg, ontvoeren van militairen en talloze andere terroristische aanvallen wereldwijd. Op 27 mei 2009 belandt Kassim Tajideen als ‘specially designated global terrorist’ op de sanctielijst van de OFAC, de sanctie-afdeling van het Amerikaanse Ministerie van Financiën.

Een jaar later komen twee bedrijven op de lijst, die volgens OFAC bij Tajideen horen: Ovlas in Libanon en de Britse Maagdeneilanden en Congo Futur in Congo. Maar Tajideen is niet voor één gat te vangen. Hij opereert vanuit een wereldwijd netwerk van bedrijven in Zwitserland, Libanon en de Verenigde Arabische Emiraten, die voortdurend wisselen van naam en waarbij stromannen de daadwerkelijke eigenaar proberen te verbloemen.

Teeuwissen, dat bij ABN Amro bankiert, trekt zich weinig aan van het feit dat hun grote klant op de Amerikaanse sanctielijst staat. In 2010 levert het vleesbedrijf nog aan Ovlas in Libanon, dat van de gesanctioneerde Kassim Tajideen is. Het vlees is bestemd voor één van zijn bedrijven in Congo. Ook zijn er bestellingen voor Tajideens vleesfabriek in Ghana, via een ander aan hem verbonden Libanees bedrijf. In de interne audit van PwC is te lezen dat de handel met dit bedrijf in 2011 gewoon doorgaat, alsof er niks aan de hand is.

Dat is risicovol. Tajideen staat niet op een sanctielijst van de EU, die milder denkt over de politieke tak van Hezbollah. Maar in dollars handelen met personen op de OFAC-lijst is wel strafbaar in de VS en kan torenhoge boetes opleveren. Laham ontkent de handel niet: „Kassim kwam op de sanctielijst, maar in België werd hij juist vrijgesproken van terrorismefinanciering. Ik dacht: dan zal hij ook wel snel van de OFAC-lijst worden gehaald. Bovendien: sancties zijn een politiek middel.”

Conrado staakt de handel ook niet. Meer nog, Conrado krijgt zelfs een paar jaar hulp op zijn kantoor in ’s Hertogenbosch van één van Tajideens eigen handelaren uit Beiroet, een man die eerder de contracten met Teeuwissen tekende. Hij blijft voor tientallen miljoenen dollars leveren aan drie van die gelieerde bedrijven van Kassim Tajideen.

De structuur van de overboekingen uit Congo is wel ongewoon. Telkens voordat Conrado één of twee ton krijgt overgemaakt, wordt dat complete bedrag een paar dagen eerder contant in dollars gestort bij een agentschap van de bank in Kinshasa.

Dat hoeft niet per se verdacht te zijn – Congo kent een omvangrijke straathandel waarbij Congolese francs voor dollars worden geruild, die dan in één keer worden gestort. Maar het is de vraag of Conrado wel met echte bedrijven zaken doet. Uit onderzoek van NRC blijkt dat op de BGFI-rekeningen van de drie Congolese afnemers in een paar jaar tijd in totaal ruim 160 miljoen dollar aan het loket in Kinshasa in contanten wordt gestort. Maar van die drie rekeningen worden nooit reguliere bedrijfskosten afgeschreven. De vehikels sluizen alleen maar contanten van onbekende herkomst door.

Repeterend patroon

Op 31 mei 2011, vlak na de lunch, krijgt een medewerker van BGFI Congo een e-mail van zijn collega bij BGFI in Parijs. De Franse tak heeft rare betalingsopdrachten gezien tussen het Congolese Atlantic Trading Company en een Libanees bedrijf met een Zwitserse rekening en ‘offshore’ in de naam. Grote bedragen, opmerkelijk repeterend patroon en een ongebruikelijke bank van een Saoedisch conglomeraat waar het geld naar toe moet.

Het lijkt erop dat Atlantic Trading bij de Tajideen-familie hoort, schrijft de Franse medewerker na wat eigen onderzoek, „met wie we absoluut geen zaken moeten doen”. De Congolese medewerker zet het bericht meteen door naar de hoogste baas van de bank, Francis Selemani, de geadopteerde broer van president Joseph Kabila. „Wat kan ik ze zeggen om ze gerust te stellen?”

Dat geruststellen lukt niet, want Parijs stuurt steeds meer vragen naar de vestiging in Congo over bedrijven die aan Tajideen zijn gelieerd. En de Fransen blokkeren een aantal transacties van Atlantic Trading, onder meer met het Nederlandse Meat Plus. De paniek groeit bij de Congolese bank, als twee maanden later de Maltese FIM Bank en de Commerzbank in Frankfurt óók vragen beginnen te stellen over geldstromen vanaf de bedrijven van Tajideen. Twaalf transacties zijn verdacht, waaronder wéér betalingen aan Meat Plus; of BGFI Congo ze kan toelichten?

Dat mislukt wederom. Meer verzoeken van buitenlandse compliance-afdelingen van banken in het internationale betalingsverkeer volgen, meer transacties worden geblokkeerd.

Maar de Congolese bank houdt zijn klant de hand boven het hoofd. Als een Maltese bank in 2011 om een onderliggende factuur van Meat Plus vraagt, stuurt de Congolese bank er één van maanden eerder, met een totaal ander bedrag. Rabobank, dat van elke geblokkeerde overboeking een melding krijgt, grijpt ook niet in.

Wordt het Conrado te riskant? Op 1 november 2013 zet de vleeshandelaar een opmerkelijke stap. Hij kondigt aan dat hij het geld niet meer hoeft voor alle kip die nog betaald moet worden. Al zijn klanten moeten hun onbetaalde rekeningen maar aan een ander bedrijf voldoen, ‘Epsilon’ in de Arabische Emiraten, zo blijkt uit een intern document bij de bank. Daaraan draagt hij in één klap zijn hele handel over, een bedrijf dat onder controle staat van Tajideen. Daarna zijn er bij de bank geen transacties meer te vinden met Meat Plus.

Of Teeuwissen dan ook stopt met de export, blijft onduidelijk. Zeker is dat er in Cuijk in 2015 nog bijna 2 miljoen dollar binnenkomt van het Congolese importbedrijf ‘Union Invest’, óók gelieerd aan Kassim Tajideen. Laham is dan al weg. Maar er is iets geks mee. In de stukken van de bank staat op een afschriftje uit het internationale betalingssysteem Swift dat op die dag een geheel ander Congolees bedrijf, het onbekende Economat du Peuple, exact datzelfde bedrag naar Teeuwissen overmaakt. Eén van de twee stukken boekhouding klopt niet.

Het bijzondere is: ondanks al deze waarschuwingen en tijdelijke blokkeringen worden de meeste van deze dubieuze betalingen uiteindelijk gewoon uitgevoerd door internationale banken als Commerzbank en Deutsche Bank. En worden ze, ondanks vertragingen en waarschuwingssignalen, zonder problemen geaccepteerd door Rabobank en ABN Amro.

Een vitrinekast met een SS-helm

Op Facebook en LinkedIn zijn ze allemaal bevriend: José Lago Conrado, zijn Libanese handelaar, Ziad Abou Jahjah, Kassims zoon Mohamed in Angola, de Teeuwissen-werknemer die de fabrieken voor Tajideen bouwde, een inkoper van Tajideen in Libanon. Ze liken elkaars foto’s en berichten. Behalve Laham, die zit niet op Facebook. Maar als rondgaat dat NRC vragen stelt, schermen sommigen plots hun vrienden af en schonen ze hun cv op LinkedIn op van banden met Tajideen. Eén handelaar verwijdert zijn hele arbeidsverleden bij een bedrijf van Kassim.

Lago Conrado, 69 jaar, belt NRC zelf op. Waar is NRC mee bezig? Met enige terughoudendheid stemt hij in met een gesprek.

Conrado woont een groot deel van zijn tijd in Portugal, maar heeft een kantoor op de begane grond van een jaren tachtig bedrijfspand in ‘s Hertogenbosch, dat van hem is. Zijn kantoor staat vol verhuisdozen, ordners, amateurschilderijen en rolkoffers. In een glazen vitrinekast zijn rode Adidas-schoenen en een SS-helm te bewonderen.

In de jaren tachtig stapte hij in Portugal in de vleeshandel, vertelt hij, toen er nog dikke subsidie op vleesexport zat. Algauw komen er sterke verhalen. Over vijftig stieren op transport die hij stiekem inruilde voor vijftig verzwakte vaarzen. Over hoe hij in het paardenvleesschandaal belandde. („Er stond ineens een Portugese filmploeg op de stoep.”) Hoe hij de stempels voor ‘biologisch’ en ‘halal’ gewoon op kantoor had staan. („Bam! Dan heb je biologisch vlees. Bam! Halal.”) En hoe hij ooit een lading ingevroren vlees van 22 jaar oud – hij grinnikt erbij – na een test gewoon heeft verwerkt. „Maar dat was allemaal vroeger hè. Nu is het anders.”

De rechtszaak tegen Soafrimex waar hij bij betrokken raakte was vervelend, zegt hij. De Belgische politie wilde ook van alles van hem. Met de eigenaar Kassim Tajideen is hij toch altijd zaken blijven doen. Ook nadat die in België was vastgezet en daarna veroordeeld, óók nadat hij op de sanctielijst kwam. „In Kassim heb ik 100 procent vertrouwen. Ik ben bij hem thuis geweest, bij de bruiloft van zijn kinderen. Hij is heel gelovig. Hij bidt wel vijf keer per dag, ook hier op kantoor” – hij wijst links naast hem op de grond – „hier, op zo’n kleedje.”

Hij bladert wat door zijn ordners. „Ik deed gewoon zaken met Congo Futur, hoor” – het bedrijf dat op de sanctielijst staat. Zijn vinger gaat langs facturen: Ovlas, ook op de sanctielijst. En de gelieerde bedrijven General Trade Company, Leaders of Supply and Products, Congo Stars for Commerce. „Eigenlijk was Angola mijn grootste afzetmarkt. Dat deed ik allemaal via de Banco Bic” – de Portugese bank van de in opspraak geraakte Angolese zakenvrouw Isabel dos Santos. En Hezbollah? „Kassim zei tegen mij: José, ze beschuldigen mij van Hezbollah, maar iedereen in Libanon is betrokken bij Hezbollah! Hezbollah bouwt ook scholen en ziekenhuizen. Voor hen is dat het Leger des Heils.”

Overal kocht Conrado vlees in voor Tajideen, ook bij Jalal Laham die hij goed kent. „Dat sloeg ik dan op in Vriesoord, hier vlakbij, en dan ging dat in één keer, vijfduizend ton, per boot naar Afrika.” Zelf pakte hij het vliegtuig naar de haven van bestemming met een koffer met 10.000 dollar erin, en hij zette twee pallets bier op de boot. „Dat lossen moest snel, dus gaf ik de werkers bier en een biljet van 50. Kóm op, doorwerken.”

En de sancties? Nee. Vragen van de Rabobank over de omvang en frequentie van de transacties, over de geblokkeerde overboekingen, over de identiteit van zijn klanten, over OFAC, kreeg hij al de jaren niet. „Ik ben nooit één keer gebeld hierover.”

In 2014 stopte hij. De handel werd moeilijker, zegt hij, zonder uit te leggen waarom.

Zijn goede vriend Kassim Tajideen kreeg na zijn uitlevering in 2019 in de Verenigde Staten vijf jaar celstraf wegens witwassen en het omzeilen van de sancties, onder meer door het afnemen van bevroren kip uit de VS. Hij kwam vorig jaar vervroegd vrij om gezondheidsredenen. Het heeft zijn reputatie bij Conrado niet veranderd. „Ik heb nooit problemen met hem gehad. Hij is goed voor zijn mensen in Libanon.”

En voor de Congolezen, die hun kip jarenlang voor woekerprijzen bij het Tajideen-imperium moesten inkopen? Een kartel dat met ijzeren vuist de markt domineerde, met armoede en honger als gevolg? Wat vindt hij daarvan?

Conrado weet het niet. „Tja. De handel was in handen van de Libanezen, nu van de Chinezen.” Hij haalt zijn schouders op. Hij was toch alleen leverancier?

Reacties? onderzoek@nrc.nl
Illustraties Martien ter Veen.