Coronapas is nu toch een splijtzwam in de EU

Coronabeleid Sommige EU-landen stellen steeds strengere eisen aan de coronapas. De Europese Commissie belooft snel met nieuwe richtlijnen te komen.

Op de kerstmarkt in Valkenburg wijst een bord op het bij de hand hebben van de verplichte coronapas.
Op de kerstmarkt in Valkenburg wijst een bord op het bij de hand hebben van de verplichte coronapas. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Het was een zeldzaam succesje van Europese coördinatie in de coronacrisis: het coronacertificaat dat het vrije verkeer van burgers deze zomer weer op gang bracht. Maar minder dan een half jaar nadat het certificaat in werking trad, dreigt nieuwe verdeeldheid het alweer te ondermijnen – door discussies over geldigheid, boosters en vaccinverplichtingen. Maandag beloofde Eurocommissaris Stella Kyriakides (Gezondheid) snel met nieuwe ‘richtlijnen’ te komen, maar de vrees voor een nieuwe lappendeken aan regels groeit.

Begin deze zomer maakten EU-lidstaten afspraken over één certificaat dat laat zien of een EU-burger gevaccineerd is, genezen of recent een negatieve testuitslag had. Aanvankelijk vooral om het vrije reizen weer op gang te brengen en het vakantieverkeer zo te versoepelen. Maar een groeiend aantal landen hanteerde ook binnen de eigen grenzen een coronapas, en zo groeide ook de inzet van het EU-certificaat.

Het is de reden waarom het begint te schuren, nu de binnenlandse eisen die EU-landen aan de pas stellen steeds strenger worden. Bijvoorbeeld in Oostenrijk, waar de ene dosis Janssen-vaccin die voldoende was voor het Europese certificaat straks moet zijn aangevuld met een booster om toegang te krijgen tot bijvoorbeeld de skilift. Of in Frankrijk, waar 65-jarigen vanaf 15 december een derde prik moeten hebben gehad om hun ‘pass sanitaire’ te behouden.

Beperkte geldigheid vaccinpas

Vooralsnog heeft geen enkel EU-land nieuwe reisbeperkingen aangekondigd voor bezitters van het ‘traditionele’ certificaat. Maar de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis riep de Europese Commissie vorige week wel al op aan het Europese certificaat een geldigheid van maximaal zes maanden na het laatste vaccin te koppelen. Ook Italië overweegt de geldigheid van de vaccinpas te beperken, daar tot negen maanden. En als steeds meer landen boosters verplicht stellen voor een pas voor hun eigen bevolking dringt de vraag zich op: moeten burgers van buiten zónder derde prik dan wel zomaar binnengelaten worden?

Daarmee zal ook de discussie over het verplichten van vaccins onvermijdelijk invloed gaan hebben op de Europese afspraken. Oostenrijk besloot daartoe reeds, maar ook in Duitsland, België en Italië gaan er stemmen voor op. Blijven Europeanen zónder daar dan nog welkom?

Lees ook deze reportage vanuit Oostenrijk: Ook sceptische Oostenrijkers moeten aan het vaccin geloven

Aan de andere kant staan landen als Bulgarije en Roemenië, waar respectievelijk pas 29 en 43 procent van de volwassenen volledig gevaccineerd is. Terwijl het aantal eerste en tweede prikken daar nog steeds maar minimaal groeit, vrezen ze dat een discussie over ‘de derde’ en verplichtingen het toch al geringe animo weinig goed doet.

Toenemende spanningen

Het illustreert hoe lastig het blijft meer dan anderhalf jaar na het begin van de pandemie in de EU nationaal gezondheidsbeleid in lijn te brengen met internationale afspraken. In Brussel haast de Europese Commissie zich deze week met een voorstel voor meer coördinatie. Maar nu al lijkt zich een déjà vu te voltrekken van de talloze eerdere pogingen Europees reisbeleid te harmoniseren. Uiteindelijk gaan EU-landen over hun eigen grens én vaccinpolitiek, en al te veel bemoeienis accepteren ze daarbij niet.

Spanningen zullen zo verder gaan toenemen, zeker nu een nieuwe coronagolf vrijwel alle EU-lidstaten keihard treft. Dinsdag waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat Europa opnieuw het epicentrum van de pandemie is geworden. De WHO voorspelt dat in maart meer dan 2 miljoen Europeanen zullen zijn overleden.

Lees ook: 1G, 2G, 3G: hoe werkt de coronapas het best?