Opinie

Waar blijft de biografie van Renate Rubinstein?

Michel Krielaars

De afgelopen maanden verschenen er allerlei mooie biografieën van Nederlandse schrijvers, met als hoogtepunt die van Nescio, van de hand van Lieneke Frerichs. Toch miste ik er één: die van Renate Rubinstein (1929-1990). Vier jaar na haar dood was Hans Goedkoop, auteur van een geweldige biografie van toneelschrijver Herman Heijermans, aan die klus begonnen. Maar na 27 jaar heeft dat nog altijd niets opgeleverd. Sterker nog, in 2009 heeft Goedkoop de opdracht en de daarvoor uitgekeerde subsidie teruggegeven, waardoor je voorlopig nog minder dan dat niets over Rubinstein kunt verwachten.

Ik mis de stem van Rubinstein in deze gepolitiseerde tijden, alleen al omdat ze in de even gepolitiseerde jaren zeventig en tachtig met haar persoonlijke Tamar-columns altijd een zeldzame dwarse mening liet horen. Zo was ze in 1981 voor de plaatsing van kruisraketten, terwijl het progressieve deel van de natie daar tegen te hoop liep, gelovend in de goede bedoelingen van de Sovjet-Unie. Bij Rubinstein hoefde je daar niet mee aan te komen. Tijdens een verblijf in het door westerse intellectuelen bewierookte China had ze zeven jaar eerder tenslotte al geconstateerd dat het communisme vooral ordinaire dictaturen opleverde. Haar afkeur van totalitarisme bleek ook nog eens uit haar voorkeur voor schrijvers als Gerhard Durlacher, Kurt Tucholsky, Michael Frayn en Karel van het Reve.

De twee laatste afleveringen van het literaire tijdschrift Hollands Maandblad (deel I en deel II) bieden hoop voor de nagedachtenis van Rubinstein. Want daarin staan twee lange biografische artikelen over haar van Charlotte Goulmy, die een aanzet lijken te zijn voor een serieuze biografie van deze ‘geboren opposante’. Achterin dat tijdschrift staat zelfs dat Coulmy op Rubinstein wil promoveren.

Ook lijkt Goulmy al een goede stelling voor dat proefschrift te hebben. En die luidt dat voor Rubinstein de Tweede Wereldoorlog nooit afgelopen was, wat alles te maken had met de moord door de nazi’s op haar Joodse vader. ‘Deze tragedie heeft haar hele leven bepaald,’ schrijft Goulmy, ‘uiteindelijk komt alles altijd als een boemerang terug bij haar vader. Ze bleef voor altijd zijn vaderskindje.’

Die zin lijkt me een goed uitgangspunt voor een Rubinstein-biografie, zeker als je in het aan Rubinstein gewijde privé-domeindeel Bange mensen stellen geen vragen haar essay ‘Niet de woorden maar de stem’ uit 1965 hebt gelezen, waaruit blijkt dat ze zich na de oorlog schuldig voelde omdat ze haar vader niet had gered, wat een vriendinnetje wel had gedaan.

Helaas gebiedt de werkelijkheid dat de erven van Rubinstein Goulmy geen toegang willen geven tot het archief van de schrijfster. Hetzelfde overkwam jaren geleden publiciste Ileen Montijn, die zich ook aan een biografie wilde wagen, maar daar vervolgens vanaf zag. Misschien hebben de erven hun hoop nog altijd op Goedkoop gevestigd.

Nu zijn die artikelen van Goulmy in Hollands Maandblad gebaseerd op openbare informatie, zoals Rubinsteins columns, interviews met haar familieleden en het liber amicorum Renate. Herinneringen van vrienden. In feite staat daar al zoveel in waaruit Rubinstein waarachtig naar voren komt, dat die brieven, ongetwijfeld aan mateloos bewonderde vrienden, daar niet eens zoveel aan toe zullen voegen. Reden te meer om ze alsnog even door Goulmy te laten bestuderen.