Opinie

Zijn dino’s echt uitgestorven op school? En hoe zit het met die gedeputeerden?

Gevoeligheden zijn gevoelige dingen, zeker als je er rekening mee gaat houden: ze kunnen zomaar in je gezicht ontploffen.

Educatieve uitgeverijen kunnen daar nu over meepraten, sinds NRC onthulde dat makers en illustratoren van lesmateriaal voor basisscholen „richtlijnen” krijgen voor religieuze gevoeligheden, onder druk van een reformatorische lobby. Onder meer: God, ouderlijk gezag, draken, make-up, vloeken, Harry Potter.

Grote ophef, tot in de Tweede Kamer. Motto: schandaal en censuur. Weinig verbazingwekkend, want alles wat raakt aan artikel 23 is maatschappelijke springstof, van islamitisch onderwijs tot reformatorische homofobie.

Maar critici en christelijke media waren er ook snel bij om te wijzen op een dubbele moraal. Waarom is dit een gruwel, terwijl sensitivity readers die scannen op racistische gevoeligheden juist worden aangeprezen? NRC-columnist Karel Smouter vroeg zich af of sommige gevoeligheden gevoeliger liggen dan andere.

Is de ophef terecht? Ja, dit was een onthullend en interessant verhaal (Dino’s en korte rokjes worden uit de schoolboeken geweerd), maar wel met een gat in het midden. Het artikel stelt onomstotelijk twee zaken vast: educatieve uitgeverijen gebruiken richtlijnen om gelovige afnemers niet voor het hoofd te stoten, en een aantal makers voelen zich daardoor in hun vrijheid beknot en tekenen bezwaar aan. Onderwijskundigen bepleiten dat je „de wereld laat zien zoals die is”.

Maar onduidelijk bleef de ernst en omvang van de inhoudelijke en didactische schade. In het artikel is sprake van „informatie” die schoolkinderen „stelselmatig” wordt „onthouden”. Ook de evolutieleer zou „dikwijls” een „verboden onderwerp” zijn.

Leren schoolkinderen daar dan niks over? De concrete voorbeelden van „ingrepen” waren vooral kleinzerig-cosmetisch: een illustrator moest in plaats van een bikini-topje een sok aan de waslijn hangen, een heks omtoveren in een enge vrouw en van een spaarvarken een dito olifant maken. Laakbaar misschien, maar ‘Taliban’ (zoals het op Twitter meteen klonk) is het nog lang niet. Uitgeverijen die hun afnemers tevreden willen houden (70 procent van de leerlingen zit op een bijzondere school) zijn ook nog iets anders dan overheidscensuur zoals in China of Hongarije.

Het verzwijgen of negeren van wetenschap zou ook lastig zijn, want scholen – ook reformatorische – zijn gebonden aan eindtermen. Uitgeverijen stuurden de auteur dan ook prompt (het artikel vermeldt het) lesmateriaal toe over Darwin en de evolutietheorie – met portret van de bebaarde wetenschapper én een plaatje van, jawel, twee gezellige dino’s.

Natuurlijk is schade moeilijk in te schatten, het artikel noteert terecht dat nergens staat „wat de boeken niet heeft gehaald”. Op verzoek stuurde de auteur me nog twee ingrepen: een tekst waar niet in mocht staan dat „mensen dus ook dieren” zijn en een waarin een „kerktoren” sneuvelde – althans de kerk, niet de toren.

Alleen: beide voorbeelden stammen uit schoolboeken van meer dan tien jaar geleden. Reden waarom ze ook niet in het stuk werden opgenomen. Overigens, er stond in die tekst nog wel: „En mensen? Horen die bij de dieren? Daar kun je verschillend over denken.” Want „mensen leven heel anders dan koeien of apen”. Tja, ook een waarheid als een koe.

Dit is niet om het artikel af te doen als oninteressant. Integendeel, ik weet nu meer dan ik wist voordat ik het las, altijd een goed criterium. Maar ik vind wel dat de krant de ‘censuur’ veel te zwaar aanzette, waardoor je de indruk krijgt dat schoolkinderen onwetend worden gehouden. Waarom geen minder beschuldigende focus, zoals Makers van schoolboeken boos over ‘censuur’.

Intussen zegt het verhaal dus ook iets over moderne gevoeligheden – die van een in meerderheid seculiere samenleving. De richtlijnen dragen makers en tekenaars bijvoorbeeld ook op om „cultureel divers” te zijn en mannen en vrouwen niet in vaste, stereotiepe rolpatronen te laten zien – en dáár ontstond, uiteraard, geen opwinding over.

Nog een onderzoek dat frappante feiten leverde, maar meer overzicht had mogen bieden: het spitwerk van Joep Dohmen en Paul van der Steen in het Limburgse labyrint van politiek en zakenleven. Dat leverde al een reeks primeurs op. Maar deze week buitelden die verwarrend over elkaar, na de publicatie van een rapport (dat geen belangenverstrengeling vond maar wel sprak van een bestuurlijke cultuur van „wegkijken”).

Dat rapport verscheen vrijdagavond te laat voor de krant – maar het online bericht dat Dohmen en Van der Steen erover maakten verscheen ook maandag niet op papier. De auteurs waren toen al bezig met een reportage over pogingen het rapport af te zwakken (dinsdag), en een kritische analyse van de conclusies (woensdag).

Het is logisch dat de verslaggevers die het best ingevoerd zijn in de materie, het rapport bekijken en analyseren. Bovendien blijft dit een bewegend doelwit: eerst dook een concept van het rapport op (met kritiek op NRC), daarna verscheen het definitieve rapport (zonder die kritiek), meteen volgde een controverse over interne druk om het gesignaleerde „wegkijken” glad te strijken.

Maar voor de lezer die alle eerdere stukken niet paraat heeft, is de kluwen dan nauwelijks meer te ontwarren. Dat online bericht erbij had geholpen, of een feitelijk overzicht van hoofdrolspelers en inhoud van het rapport.

Niet om rekening te houden met Limburgse gevoeligheden, maar wel met die van lezers die een helder beeld willen van blik- en andere schade. Of het nu gaat om dino’s, Darwin of Limburgse gedeputeerden.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.