Staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën

Foto David van Dam

Interview

‘Wereldwijde winstbelasting afdoen als feestje voor rijke landen, is erg ‘glas half-leeg”

Hans Vijlbrief Staatssecretaris Financiën

Nederland belastingparadijs? Wat Hans Vijlbrief betreft, gaat Nederland voorop in de mondiale strijd tegen belastingontwijking. „Te veel constructiewerk toestaan, ondermijnt de belastingmoraal in je eigen land.”

Echt waar, zegt Hans Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën: „Wij proberen nu vooraan te staan bij de internationale aanpak van belastingontwijking.” Het zijn dezelfde woorden die zijn buitenlandse collega’s deze week te horen kregen in Washington, waar Vijlbrief Nederland vertegenwoordigde bij vergaderingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, plus een top van de G20.

Of ze hem geloofden? „Je ziet dat het tijd kost.”

Vijlbrief was erbij omdat Wopke Hoekstra, als minister van Financiën normaal de afgevaardigde, druk is met de kabinetsformatie. Zijn aanwezigheid bij de G20 kwam goed uit – en dan niet omdat Vijlbriefs naam in Den Haag rondzingt als opvolger van CDA’er Hoekstra, mocht D66 deze ministerspost opeisen.

Het draaide in Washington deze week namelijk allemaal om Vijlbriefs huidige portefeuille: de fiscaliteit. De G20-top stond in het teken van de komst van een wereldwijde winstbelasting, een minimumtarief dat een einde moet maken aan de ‘race naar de bodem’ waarmee landen elkaars belastingtarieven kapotconcurreren om grote bedrijven aan te trekken – met de bedrijven als lachende derde.

Als wij een grote broek aantrekken in Europa en tegelijkertijd de fiscale randen opzoeken, denken ze: ja lekker hypocriet

Scepsis is er genoeg. Het afgesproken minimum is 15 procent: hoger dan bijvoorbeeld de 12,5 procent die in Ierland geldt, maar lager dan de 25 procent die Nederland nu hanteert. Oxfam waarschuwt dat arme landen nauwelijks meedelen in de beloofde winsten. Dat rijke landen enthousiast zijn, voedt de argwaan. Helemaal als dat enthousiasme uit Nederland komt, een land dat geldt als de belichaming van een klassiek belastingparadijs – hooguit zonder lekker weer.

Maar Vijlbrief zit in het kamp der optimisten. Die zeggen: het was niet best, maar het gaat steeds beter. Kijk maar hoe Nederland gestaag fiscale routes dichtgooit, hoe beetje bij beetje de geheime buitenlandse bankrekeningen onmogelijk zijn gemaakt en hoe gezamenlijk dit wereldwijde minimumtarief tot stand kwam.

„Een hele belangrijke maatregel”, zegt de staatssecretaris telefonisch vanuit de auto die hem naar het vliegveld voor de reis naar huis brengt. „Je merkt bij zo’n bijeenkomst dat het tij aan het keren is.”

Waarom dan maar 15 procent?

„Iemand, ik geloof dat het de Franse minister was, zei: dit is voor het eerst in decennia dat we zo breed een deal hebben kunnen maken over belastingen. Dat is niet niks.

Natuurlijk krijg je mensen die cynisch reageren: 15 procent is eigenlijk te laag, er zijn te veel uitzonderingen. Allemaal waar. Wij hadden ook best een hoger tarief gewild en minder uitzonderingen. Maar dit is wel echt een hele grote stap.”

Ontwikkelingslanden zijn de klos, zegt Oxfam. Zij lopen straks veel belastinginkomsten mis.

„Dit afdoen als een feestje van de rijke landen vind ik toch wel erg ‘glas half-leeg’. Wat we juist proberen, is het systeem eerlijker maken. Bedrijven betalen straks meer belasting in landen waar ze hun spullen afzetten, niet alleen op de plek het moederbedrijf gevestigd is. En we sluiten loopholes af waardoor inkomsten naar belastingparadijzen verdwenen.

„Dat pakt vooral slecht uit als je concurreert met een hele lage vennootschapsbelasting. De vraag is of het voor ontwikkelingslanden aantrekkelijk is daarmee hun vestigingsklimaat te versterken.”

Het kritische Tax Justice Network is bang dat de ‘race naar de bodem’ nu een ‘race naar het minimum’ wordt. Hoe voorkom je dat?

„Het kan een nieuw richtpunt worden, dat kan ik niet ontkennen. En toch. Als je eerst een race naar 0 procent belasting had, zou je nu een race naar 15 procent krijgen. Dat is wel een substantiële vooruitgang. Bovendien is de sfeer nou anders in zo’n zaal. In Nederland zie ik dat de houding nu niet is: laten we zo dicht mogelijk op die 15 procent zitten en alsnog de randen opzoeken. Internationaal is dat ook zo. Veel landen willen dat niet meer.”

Dat minimumtarief van 15 procent kan ook betekenen dat een bedrijf dat nu op Bermuda zit en niets betaalt, straks net zo goed in Nederland kan zitten, met een handige nieuwe constructie. Straks zitten we hier met méér brievenbusfirma’s.

„Daarom moeten we ook het nationale net enorm blijven aantrekken. Dat doen we ook. Menno [Snel, Vijlbriefs voorganger] en ik hebben een enorme hoeveelheid maatregelen genomen. De bronbelasting bijvoorbeeld, waarmee we sinds dit jaar geldstromen aanpakken die via Nederland naar een ander land lopen waar ze niet worden belast.”

Er was een tijd dat Nederland multinationals lokte door mee te betalen aan de fiscalisten die zulke constructies optuigden.

„Daar kan ik kort over zijn: dat is ongewenst. Ja, we willen bedrijven aantrekken. Maar dat willen we doen met een goede infrastructuur, een geweldig opgeleide beroepsbevolking en een belastingsysteem dat voorspelbaar is en geen absurd hoge tarieven rekent. We willen géén belastingsysteem dat wij zodanig ontwerpen dat bedrijven verder niks betalen. Dat is in het verleden natuurlijk wel gebeurd.”

Wat is er veranderd?

„Een jaar of tien geleden zou Nederland schoorvoetend achter dit akkoord zijn gaan staan. Nu nemen we het voortouw. Het ondermijnt gewoon de belastingmoraal in je eigen land als je te veel van dit soort constructiewerk toestaat. Ook als het mag van de wet, zeggen mensen terecht: waarom betalen zij nauwelijks of geen belasting, en ik wel?

Het schaadt ook je relatie op andere terreinen. Als wij in Europa een grote broek aantrekken over begrotingsdiscipline en we zelf de randen opzoeken van wat fiscaal mag, kijken landen je natuurlijk ook aan van: lekker hypocriet. Een betere reputatie versterkt onze positie.”

Nederland als koploper: nemen andere landen dat wel serieus?

„Ongetwijfeld zijn er mensen die zeggen: eerst zien, dan geloven. Dat kost tijd en dat is meer dan zo’n akkoord. Het gaat ook om de nationale maatregelen die je neemt, en om de houding die je bij andere belastingdossiers aanneemt. Daar zullen ze ons op testen.”

Vorig jaar bleek dat het Nederlandse belastingklimaat de wereld 26 miljard euro aan inkomsten kost.

„Dat willen we aanpakken, maar dat is niet zomaar geregeld. Wat doe je met trustkantoren, wat met doorstroomvennootschappen? Het is een kwestie van steeds verder het net aantrekken. Maar er blijven altijd kleine gaatjes in zitten. Het is niet bewust beleid dat we bepaalde dingen blijven toelaten.”

Lees ook: Fiscaal minimumtarief voor multinationals stap dichterbij