Justin Bijlow (Feyenoord) tegen Joël Drommel (PSV): de toekomst onder de lat

Keepers Justin Bijlow (23) en Joël Drommel (24) bewandelden ieder een ander pad naar het profbestaan als doelman. Nu zijn ze concurrenten voor de plek onder de lat in Oranje. Zondag speelden ze tegen elkaar in de door Feyenoord gewonnen topper (0-4).

Bijlow versus Drommel; de cijfers
Bijlow versus Drommel; de cijfers

De ene doelman kwam er pas op iets latere leeftijd achter dat hij bovengemiddeld goed kon keepen, verruilde als C-junior het veld voor de doelmond en kwam via amateurclub IJsselmeervogels op zijn achttiende terecht bij FC Twente. De andere keeper doorliep de volledige jeugdopleiding van de Rotterdamse club waarvan hij als kind al supporter was en werd toen hij zestien jaar was toegevoegd aan de selectie van het eerste elftal. Nee, het pad dat leidde naar het profbestaan als keeper toont voor Joël Drommel (24) en Justin Bijlow (23) weinig overeenkomsten. Toch zijn de twee nu concurrenten voor de rol van eerste keeper bij het Nederlands elftal – en daarmee ook de toekomst van het keepersgilde.

„Wie de minste ballen in zijn netje heeft, wint uiteindelijk”, had Drommel vooruitblikkend op het duel tussen PSV en Feyenoord zondag in Eindhoven gezegd tegenover de NOS. Die uitspraak zal hij, hoewel ogenschijnlijk kansloos bij de vier doelpunten van Feyenoord, gauw willen vergeten. Een ongekende weelde voor Feyenoord overigens, de 0-4 in het Philips Stadion – een uitslag die sinds 1965 niet meer was voorgekomen.

„Een fantastische jongen om mee samen te werken”, zei Drommel in aanloop naar het duel over Justin Bijlow. De twee jonge keepers trainden ruim een week lang samen bij het Nederlands elftal, met Tim Krul als derde doelman. Maar in het PSV-stadion, tijdens de eerste topper van het Eredivisieseizoen, waren ze „aartsrivalen”.

Generatiegenoten

De kwaliteiten van generatiegenoten Bijlow en Drommel worden vaker naast elkaar gelegd. Voormalig international en keeper Sander Westerveld noemde Bijlow eerder dit jaar tegenover Voetbal International „technisch wat beter” dan Drommel. Analisten verwijzen – zeker bij een zeperd – vaker naar de wat late keuze van Drommel om als doelman verder te gaan. Het zou zijn techniek onnatuurlijker doen ogen. En Bijlow zou al verder zijn in zijn ontwikkeling. Aan de Feyenoord-goalie kleefde tot voor kort vooral de vraag of hij fysiek wel in staat was op topniveau te spelen, na herhaaldelijk blessureleed.

„Drommel heeft vaker het lef om wat langer te wachten”, zegt Patrick Lodewijks, voormalig doelman van onder meer Feyenoord en PSV, als hem gevraagd wordt het verschil tussen beiden te duiden. „Bijlow durft daarentegen juist aanvallender of agressiever te keepen. Hij is niet bang om zijn doel uit te komen.”

Justin Bijlow in actie voor Feyenoord in de uitwedstrijd tegen PSV. Foto Pieter Stam de Jonge/ANP

Lodewijks was tot voor kort keeperstrainer bij Oranje, maar moest zijn plek opgeven door de komst van Louis van Gaal. In de drieënhalf jaar bij Oranje viel het oog van Lodewijks ook al op de huidige doelmannen van PSV en Feyenoord. „Het belangrijkste als jonge, talentvolle keeper is dat je de kans krijgt om veel wedstrijden te spelen. Veel trainers kiezen toch voor ervaring in het doel. „Maar zij krijgen die kans nu, dat is goed om te zien.”

Statistieken

Dat Drommel het duiken of reageren bij een-op-een situaties vaak uitstelt, wordt bevestigd door gegevens die databureau Gracenote over optredens van beide keepers in Eredivisieduels verzamelde. In de afgelopen twee seizoenen blokte Drommel in bijna zestig duels ruim dertig keer een bal staand. Afgelopen donderdag voorkwam hij op die manier nog een nederlaag voor PSV in het Europa League-duel met Real Sociedad. In blessuretijd kopte middenvelder Olivier Boscagli een bal fout terug en zette zo een aanvaller van Sociedad oog in oog met Drommel. Die laatste wachtte lang, bleef staan en blokte de bal met de voet – iets wat met name door de Duitse doelman Manuel Neuer de laatste jaren bijna tot kunst verheven is. Geen nederlaag voor PSV, maar een belangrijk punt.

Wat betreft het percentage reddingen in de Eredivisie ligt Bijlow, die zondag nauwelijks getest werd, iets voor. Bijlow kwam in 43 Eredivisieduels tot 71 procent aan reddingen. Drie procent meer dan Drommel, die wel bijna het dubbele aantal Eredivisieduels keepte: 92.

Lees ook: Feyenoord valt weer aan, maar de onzekerheid blijft groot in Rotterdam

Voor Drommel, die afgelopen zomer voor 3,5 miljoen euro werd overgenomen van FC Twente en daarmee Jasper Cillessen als duurste keeper in de Eredivisie afloste, was het duel met Feyenoord zijn eerste topwedstrijd. Die duels gaan gepaard met een andere druk voor een doelman dan wedstrijden bij een ‘gewone’ Eredivisieclub, zegt Lodewijks. „Bij FC Twente krijg je over het algemeen als keeper meer ballen op je af, waardoor je ook meer reddingen kunt verrichten. Bij Ajax, PSV en Feyenoord gaat het er vaak om dat je juist die ene bal op dat belangrijke moment pakt.”

Maar ook bij Justin Bijlow zijn de verwachtingen dit seizoen anders. Over diens optreden zal snel worden gezegd; dat kan niet als keeper van Oranje, verwacht Lodewijks. „De lat wordt dit seizoen voor beiden weer een stukje hoger gelegd. Het is interessant om te zien hoe dat ze vergaat.”

Lodewijks doelt op de keuze van de nieuwe bondscoach Louis van Gaal die Justin Bijlow voorlopig als eerste keeper in het Nederlands elftal aanwees. Hij stond in de basis bij de laatste drie WK-kwalificatieduels en overtuigde daarin, op een slippertje na tegen Turkije (6-1).

Van Gaal zei tijdens een van de persconferenties in aanloop naar de wedstrijden zijn keuze onder meer op voorspraak van ‘expert’ Frans Hoek te hebben gemaakt. Hoek is bij Oranje opvolger van Lodewijks en een vertrouweling van Van Gaal. Hij volgde hem onder meer van München naar Manchester.

Drommel werd al eens eerder opgeroepen door Van Gaals voorganger Frank de Boer en lijkt nu ook verzekerd van een plaats in de Oranjeselectie. Of Bijlow en Drommel de komende jaren vaste gezichten bij het Nederlands elftal zullen zijn, of over een aantal jaar bij een Europese topclub spelen, is volgens Lodewijks lastig te voorspellen. „Er komen meer goede jonge keepers aan in Nederland. Lastig te zeggen hoe ze zich ontwikkelen en hoe goed ze worden. Die kunnen zomaar het momentum pakken.”