‘Het kabinet zoekt de randjes op’

Rutte III Minister Van Nieuwenhuizen gaat lobbyen voor de energiesector. Kamerleden worden staatssecretaris. Niet zuiver, zeggen critici. „Het morele democratische kompas is zoek.”

Oud-bewindslieden Stientje van Veldhoven (D66) en Cora van Nieuwenhuizen (VVD) vorig jaar in de Kamer. Ze kregen allebei een nieuwe baan. Foto Phil Nijhuis/ANP
Oud-bewindslieden Stientje van Veldhoven (D66) en Cora van Nieuwenhuizen (VVD) vorig jaar in de Kamer. Ze kregen allebei een nieuwe baan. Foto Phil Nijhuis/ANP

Voor een voormalig personeelsmanager (bij Calvé) is Mark Rutte er opvallend slecht in zijn derde kabinet bijeen te houden. Deze dinsdag moest de demissionaire premier opnieuw een voortijdig vertrek van een van zijn bewindspersonen aankondigen.

Cora van Nieuwenhuizen (VVD) is met onmiddellijke ingang uit het kabinet gestapt omdat zij voor een nieuwe baan buiten de Haagse politiek heeft gekozen. Ze wordt voorzitter van Energie-Nederland, de lobby-organisatie voor de energiesector. Als minister van Infrastructuur en Waterstaat is ze per direct opgevolgd door partijgenoot Barbara Visser. Haar taken als staatssecretaris van Defensie worden overgenomen door de zittende minister van Defensie, Ank Bijleveld (CDA).

Het is de zoveelste reshuffle van het demissionaire kabinet-Rutte III (VVD, CDA, D66 en ChristenUnie), dat sinds half januari demissionair is, en sindsdien steeds verder desintegreert. Kabinetsleden nemen voortijdig ontslag, melden zich ziek of wisselen van portefeuille. Van de 24 bewindslieden die in 2017 aantraden, hebben nog maar zes dezelfde functie als toen.

Tegelijkertijd vult Rutte zijn kabinet aan met invalkrachten. De komst van een nieuw kabinet is door de moeizame formatie immers nog lang niet in zicht, en de werkdruk is onverminderd hoog. Opvallend aan de laatste drie benoemingen is dat het om drie Tweede Kamerleden gaat: Dilan Yesilgöz (VVD) is sinds mei staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Haar partijgenoot Dennis Wiersma zit sinds augustus op Sociale Zaken en Werkgelegenheid. D66’er Steven van Weyenberg werd toen benoemd tot staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

Het kabinet-Rutte III is, met andere woorden, een duiventil. Politiek én staatsrechtelijk zoekt het daarmee de randjes op, of gaat het er overheen, zegt oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. „De cultuur in de kabinetten-Rutte is dat bewindspersonen geen ambt vervullen, maar een soort kortverbandvrijwilliger zijn. Mark Rutte zelf noemde zijn ambt ‘een baan’. Dat is precies het probleem. Een baan zeg je op als je ergens anders iets leukers voorbij ziet komen, een ambt vervul je tot je tijd grondwettelijk voorbij is. Kabinetsleden hebben als dienaren van de Kroon een voorbeeldfunctie, maar handelen daar niet naar.”

De overstap van Van Nieuwenhuizen naar Energie-Nederland toont volgens hoogleraar staatsrecht Wim Voermans van de Universiteit Leiden aan dat het kabinet „democratische normen consequent aan de laars lapt”. „Dit deugt echt niet. Van Nieuwenhuizen gaat straks lobbyen voor een sector waar ze als bewindspersoon ook mee te maken heeft gehad.”

Dit, zegt Voermans, is in strijd met de letter en geest van het lobbyverbod voor bewindspersonen dat in 2017 werd ingevoerd. Tot twee jaar na hun vertrek, staat in de circulaire waarin dit werd vastgelegd, mogen bewindslieden niet lobbyen over zaken waar ze als bewindspersoon ook over gingen. Probleem is alleen: op 1 januari 2020 is die circulaire zonder enige ruchtbaarheid ingetrokken. Desondanks, schreef minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in juli aan de Kamer, is het lobbyverbod nog steeds van kracht.

Lees Tom-Jan Meeus over de verdwenen circulaire

De vraag is niet alleen of Van Nieuwenhuizens stap net wél of net níét mag, zegt Voermans. „Het morele democratische kompas is zoek. En dat is een patroon. Het probleem van de huidige bestuurscultuur is dat Nederland gerund wordt als een bedrijf, waar het kabinet als boardroom functioneert en waar mensen in- en uitvliegen.”

Dubbelrol

Dat drie zittende Kamerleden zijn geworven om in het demissionaire kabinet plaats te nemen zónder af te treden, is volgens Wim Voermans in strijd met de Grondwet. Immers: de Kamer moet de regering controleren. En dat gaat niet als Kamerleden ook in die regering zitten. Alleen andersom is zo’n dubbelrol toegestaan: een afgetreden bewindspersoon mag na de verkiezingen in de Kamer plaatsnemen zolang de formatie duurt. Zo is Mark Rutte nu fractievoorzitter van de VVD, en Sigrid Kaag (minister van Buitenlandse Zaken) van D66.

„Rutte holt met de benoeming van drie Kamerleden de positie van het parlement uit. Dit kan echt niet”, zegt Gerdi Verbeet. „Een Kamerlid dat bewindspersoon is, kan de regering niet controleren. Ik neem tenminste aan dat het geen gespleten persoonlijkheden zijn. Heel praktisch betekent dit dat bewindspersonen invloedrijk zijn in de fractie. Ministers en staatssecretarissen zijn het gewend de leiding te nemen, die gaan zich met alle dossiers bemoeien.” Bovendien ontstaat er, zegt Verbeet, een elite van Tweede Kamerleden die veel méér weten dan hun collega’s. „Volksvertegenwoordigers moeten toegang tot dezelfde informatie hebben. Dat is al ingewikkeld met coalitie- en oppositiefracties, maar nu is er een derde categorie bijgekomen: Kamerleden die als bewindspersonen precies weten wat er in het kabinet speelt.”

Die vermenging van functies is nu, tijdens de formatie, een extra groot probleem, zegt Verbeet. „Kijk hoe weinig assertief het parlement de formatie volgt. De startnotitie van VVD en D66 [die de basis moet vormen voor de formatie met andere partijen] wordt al weken geheimgehouden voor de Kamer, en een meerderheid vindt dat goed. Ik vind dat ongehoord.”

Waarschijnlijk deze woensdag publiceert de Raad van State een advies over deze politieke dubbelfuncties. De Tweede Kamer had daarom gevraagd. Als de belangrijkste juridisch adviseur van de regering deze constructie afkeurt, en daar wordt in Den Haag rekening mee gehouden, dan zullen de drie pas aangetreden staatssecretarissen hun Kamerzetel moeten opgeven.

Wim Voermans zegt dat de huidige demissionaire staat van Rutte III ideaal voor de premier is. „De formatie loopt niet, maar het loopt allemaal wel voor Rutte. In september presenteert hij gewoon een nieuwe begroting, en kan hij weer een jaar beleid maken. Ook als het om de samenstelling van zijn kabinet gaat, doet hij wat hij wil. Dus waar is nog de noodzaak om haast te maken met de formatie?”