Leven in een ecodorp: ‘Je kunt niet over elke krop sla discussiëren’

Tafelmanieren Wat er op het bord ligt, zegt iets over hoe we in het leven staan. In deze aflevering: In Ecodorp Land van Aine is ‘bewust’ eten voor iedereen iets anders.

Foto Reyer Boxem

Vanuit Emmen fiets je in een rechte lijn tussen de aardappelvelden door. Of parallel daaraan langs het strenge kanaal dat via Emmer-Compascuum naar Ter Apel gaat. Vlak voordat je over de grens met Duitsland kukelt, wordt het boomrijker. Aan de ene kant kronkelt de Ruiten Aa met zijn groene oevers, ten oosten daarvan streept het gelijknamige kanaal. Een rijtje arbeiderswoningen met keurige tuinen, iets daarvoor aan de weg een groot hek. Een oprijlaan, het kantoor van de oude Avebe-aardappelzetmeelfabriek, een handvol woonwagens, een blokhut, een grote nomadentent. Overal wringt groen zich door het asfalt omhoog om het oude fabrieksterrein vreedzaam te annexeren. En dan, een grote loods met lange tafels ervoor. Binnen wordt gebakken en staan grote pannen op het fornuis, buiten zitten een paar mensen aan een picknicktafel.

Daar zit Gerrie Reinders. „Normaal doen we een potluck in het weekend, dan neemt iedereen wat mee. Maar nu kookt Terra met een paar anderen voor de hele groep.” Terra de Graaf, met handen die laten zien waar ze vandaan komt: een zorgboerderij met een grote biodynamische moestuin, kippen, een geit en een koe. Altijd werken, altijd buiten. Zelf brood, kwark en kaas maken.

Gerrie snijdt op haar gemak champignons en vertelt over het Ecodorp Land van Aine, dat ze hier met zo’n 35 mensen opzetten. Zij was erbij, toen in 2012 in de Vogezen de zoektocht begon naar een plek waar ze samen een antwoord konden creëren op materialisme, individualisering en milieuvervuiling. Verbinding, ontplooiing, heling en transformatie – in abstracte termen. Een zelfvoorzienende circulaire leefgemeenschap – om het iets concreter te maken. Een plek waar mensen in harmonie met elkaar en de natuur kunnen leven. Maar waar vind je zoiets?

Jaren zoeken naar een geschikt terrein. Worstelen met haalbaarheidsplannen, beheersplannen, bestemmingsplanwijzigingen, gemeente-onderhandelingen. Er waren afhakers en nieuwe aanhakers en er moest sociocratisch, in volledige gezamenlijkheid, uit niets een gemeenschap worden gevormd. Het kreeg negen mannen en vrouwen niet omver. Eind 2019 tekenden ze een koopcontract.

Nu zijn ze hier, zestigers vaak al, sommigen jonger, sommigen ouder. Bouwend aan een dorp dat nog lang geen dorp is, dat mag groeien tot vijftig, misschien wel honderd bewoners. Met plannen voor ateliers, kleine ondernemingen, een natuurcamping, een theehuis, een zwemvijver en een schooltje. Deze groep plant de bomen, de volgende generatie plukt de vruchten.

Er zijn Ecodorpelingen in alle stadia. Snuffelaars, kennismakers, aspirant-bewoners en bewoners. Gerrie heeft haar woning in Groningen nog. Maar acht volwassenen en drie kinderen hebben huis en haard al achtergelaten en wonen hier in yurt, pipowagen of gepimpte schaftkeet tot de eerste huizen gebouwd zijn. Afgelopen winter met de ijsbloemen op de ramen.

Lees ook: Een rijtjeshuis van autobanden en strobalen

Coöperatie

Gerrie heeft vandaag al staan bakken, morgen komen er weer 25 mensen kennismaken. Overal vandaan, ook uit de Randstad. Ze snapt de aantrekkingskracht. „Klimaatverandering, ratrace, mensen willen eruit.” Maar niet iedereen begrijpt waar het hier om gaat. „Soms belt er iemand: ‘zijn er nog kavels te koop?’ Zo werkt het dus niet”, zegt Gerrie. „Je koopt een huis, maar het wordt eigendom van de coöperatie. We doen dit met elkaar. De één is architect, de ander klusser, ik ben vooral bezig met de sociale kant. Iedereen neemt iets mee. Die gemeenschappelijkheid, daar moet je voor openstaan. Niets is verplicht, maar je committeert je wel ergens aan.”

Dat zit in alles. De helft van de week wordt er samen gegeten. Altijd vegetarisch en biologisch, of biodynamisch als het aan Terra ligt, en voor wie wil veganistisch. Over details, voor zover er details zijn in een gemeenschap waar alle keuzes bewust worden genomen, verschillen ze van inzicht. Iemand heeft bij Lidl een biologisch brood meegenomen. „Dat zou ik zelf niet kopen”, zegt Terra. „De energie die in mijn eigen brood en groente zit, of bij de spullen van De Nieuwe Band of Odin, die zie ik bij de Lidl niet.”

En dan de tuin. Terra wil veel productie. „Dat hadden we op de zorgboerderij ook, daar konden we met tien man uit de moestuin eten, alles biodynamisch.” Monique Wijn, bioloog en ontwerper van eetbare landschappen, doet juist veel met permacultuur; niet spitten en ploegen en minder eenjarige planten. Dat komt op den duur wel goed, verwacht Terra, maar het levert in het begin minder groente op.

Terra loopt terug naar de keuken. Grote salades staan al klaar, met daarin uit eigen tuin: kaasjeskruid, goudsbloem, rode klaver, melde, weegbree en allerlei kruiden. „Voor Monique maak ik falafel en rabarbercrumble met kokosolie.” Monique, ook van het eerste uur, komt aanlopen. Ze was al veganist voordat het vegan heette. „Ik heb ook een tijdje alleen maar raw food gegeten, maar sociaal was dat toch lastig vol te houden. Veganistisch is steeds minder een ding, ik ben allang niet meer de enige.”

Het terrein is enorm, ruim negen hectare groot. Monique en Gerrie lopen voorop om het te laten zien. Aan de rand van hun land beklimmen ze een heuvel. Van bovenaf kun je de cirkels zien, afgezet met linten, waar de eerste huisjes gebouwd zullen worden. Van leem en biologisch stro. Gerrie: „Morgen kijken we met de eerste bewoners of het zo goed ligt. Ik zou wat verder van de zwemvijver af willen, vanwege mijn behoefte aan stilte.”

Vlnr: Gerrie Reinders, Terra de Graaf en Monique Wijn.
Foto Reyer Boxem
Foto Reyer Boxem

Rechts liggen de voormalige vloeivelden, waar het water uit de fabriek werd geloosd. Nu is het een natuurgebied van Staatsbosbeheer. En achter de heuvel weer die uitgestrekte Groningse aardappelvelden. In de Tweede Wereldoorlog moet daar een Duits kamp hebben gestaan. Monique, die veel bezig is met energetische waarneming, voelde al iets voordat ze het wist. „De energie is hier niet goed. Daar moeten we nog iets mee.”

Aan de overkant, achter de huizen, komt het voedselbos. Veel bomen zijn al geplant. Appels, peren, kers, maar op het terrein staan ook augurk en Japanse kiwi. In dit klimaat? Op deze zandgrond? „Een boom heeft niet veel nodig, die zorgt voor zijn eigen ecosysteem.”

Pionieren

Monique loopt door naar de moestuin. Of eigenlijk: de proeftuin. Die wordt gevoed met bokashi, gefermenteerde voedselresten, met eigen compost gemengd met paardenmest. Veel dichter bij de kringloopgedachte kom je niet. In het midden het moestuingedeelte, aangelegd in cirkels, ernaast fruit- en notenbomen met ‘boomspiegels’ van struiken, planten en kruiden. Verschillende lagen, van boven naar beneden, worden benut voor eetbare gewassen. „Proef dit, waterpeper. Dat is hier spontaan gekomen.” De tuin is er voor iedereen en een flinke groep werkt mee in de tuinkring. Maar er kan er maar één de leiding hebben, dit jaar is dat Monique. „Je kunt niet over elke krop sla discussiëren.”

Foto Reyer Boxem

Een harde bel. Etenstijd. Nog meer tafels zijn aangeschoven. Uit alle hoeken komen mensen aanlopen. Een man of twintig, een paar kinderen, nemen een bord terwijl Terra, Gerrie en Monique opscheppen. Quinoa met paddestoelen, dadel-kaas-eitaart, een mix van erwtjes, wortel, mais en pastinaak, aardappelkoekjes voor de kinderen, falafel voor de veganisten.

Het gesprek gaat even over vroeger, over moeders die vooral aardappels, vlees en groenten kookten, geen fratsen. Gerrie herinnert zich hoe haar vader, uit een boerenfamilie, zelf de kippen slachtte. Hoe ze tussen zijn benen zat als hij met het paard het land ploegde. Monique: „Mijn vader was padvinder, we plukten van alles in het bos. Wij aten bewust, maar anders dan nu. Geen snoep, niks weggooien. Wijn was iets bijzonders, voor speciale gelegenheden.” Terra kreeg op zaterdag na de kerk bloedworst voorgezet. Maar ze was een slechte eter en kreeg daarom van haar moeder elke dag een kwartje voor een patatje toegestopt. „Pas op kamers ben ik goed gaan eten.”

Lees ook: ‘Vergroot je weerbaarheid, kweek je eigen voedsel’

Soms worden hier aan tafel pittige dialogen gevoerd. Waar komt ons eten vandaan? Moet het per se biologisch? „Dan houden we weleens een deelronde”, zegt Monique. „Je bevraagt elkaar, onderzoekt samen hoe het zit. Een soort oefening om niet in welles-nietes te blijven hangen.”

Deze mensen, ieder met hun geschiedenis, nemen allemaal hun eigen waarden en gewoonten mee. En dan gaat het alleen nog maar over het eten. Er zijn nog zoveel meer mensen en prioriteiten, zoals de bouw en de sanering van het terrein.

Hoewel ze al negen jaar onderweg zijn, staan ze nog maar aan het begin. Je moet een taaie zijn om daar elke dag aan te willen sleuren met mensen die óók hun principes hebben. „Dat pionieren, daar moet je tegen kunnen”, zegt Terra. „Sterker, daar moet je van houden.” Monique: „Als het zwaar is, denk ik vaak: later is het leuk. Dan zeggen we: zo leefden wij.”