Welke acteur brengt een personage tot leven?

Anatomie van de tv-serie Welke onderdelen maken een serie goed? Deze zomer ontleden we wekelijks de televisieserie. Van de eerste seconde tot de allerlaatste scène. Deze week: casting

James Gandolfini als Tony Soprano, die een tafelrede houdt.
James Gandolfini als Tony Soprano, die een tafelrede houdt. Foto VARA

Tijdens de koude New Yorkse winter van 2002 was James Gandolfini vier dagen vermist. De opnames van The Sopranos in de studio in Queens kwamen abrupt tot stilstand, terwijl men geduldig wachtte op de terugkeer van de ster van de show. Een duur grapje, maar niet ongebruikelijk schrijft Brett Martin in zijn boek Difficult Men. Gandolfini verdween vaker, om vervolgens met excuses en attenties voor de cast en crew terug te keren.

Het spelen van de getormenteerde maffiabaas uit New Jersey ging niet vanzelf. Voor moeilijke scènes maakte hij zichzelf boos door iets kapot te maken in zijn trailer. En om de last die Soprano met zich meedroeg voelbaar te maken, droeg Gandolfini tussen de opnames door de zware badjas van zijn personage – ook in de snikhete zomers.

Dat Gandolfini vóór The Sopranos een redelijk onbekende acteur was (op een kleine prachtrol in True Romance na), was een zegen voor de serie. Geen kijker die erover viel dat hij als Tony Soprano een man in koelen bloede om het leven bracht. Wat het publiek betreft wás hij Soprano. Voor de van nature verlegen acteur was het een vloek. Hij kon in New York of New Jersey geen stap zetten zonder dat fans hem Tony noemden.

Tony Soprano is het soort personage waarvan je je niet kunt voorstellen dat het ooit door iemand anders dan Gandolfini gespeeld zou worden. Toch twijfelde showrunner David Chase tussen hem, Bruce Springsteen-gitarist Steven Van Zandt en Michael Rispoli. Van Zandt viel snel af en werd gecast als Silvio Dante, de sidekick die regelmatig voor een komische noot zorgde. Rispoli (die uiteindelijk Jackie Aprile speelde) was goed en grappiger dan Gandolfini. Maar grappig was niet de toon die Chase zocht.

Zelfs het beste script struikelt zonder acteurs die de personages geloofwaardig tot leven brengen. Casting heeft niet voor niets z’n eigen categorie bij televisieprijzen (The Sopranos won de Emmy in 1999, vorig jaar won Succession). Maar hoe weet je als casting director, of showrunner, dat je de juiste persoon hebt? Instinct is het romantische antwoord, in de praktijk komt het vaak neer op eindeloos auditeren.

Schoonheidssalon

Jon Hamm, de acteur die enkel een gleufhoed nodig had om een geloofwaardige reclameman uit de jaren ’60 te zijn, moest iedere scène uit het eerste Mad Men-script spelen, voordat de bazen van de televisiezender overtuigd waren dat hij Don Draper was. Jason Alexander werd pas gecast als George in Seinfeld, nadat Steve Buscemi, Chris Rock en Danny DeVito afvielen. Patrick Dempsey werd wereldberoemd als ‘McDreamy’ in Grey’s Anatomy, maar kreeg de rol pas toen Rob Lowe hem had afgewezen. Soms is goede casting ook gewoon domweg geluk. En geduld.

In 2002, op dag vier van Gandolfini’s verdwijning, belde de acteur op vanuit een schoonheidssalon in Brooklyn. Hij had geen telefoon of geld op zak, en het nummer van de studio was het enige dat hij kende. Een auto pikte hem op en Tony Soprano was weer terug.