Recensie

Recensie Film

In De luizenmoeder moeten de juffen de school draaiende houden zonder directeur Anton

Komedie Filmversie van populaire tv-serie ‘De luizenmoeder’ steekt de draak met post-pandemisch ‘blended learning’.

Topoverleg tussen moeder Hannah (Jennifer Hofman), juf Helma (Leny Breederveld), ouderraadvoorzitter Nancy (Bianca Krijgsman) en juf Ank (Ilse Warringa), in ‘Luizenmoeder – de film’.
Topoverleg tussen moeder Hannah (Jennifer Hofman), juf Helma (Leny Breederveld), ouderraadvoorzitter Nancy (Bianca Krijgsman) en juf Ank (Ilse Warringa), in ‘Luizenmoeder – de film’.

Er is een hoop gebeurd sinds de laatste aflevering van de populaire tv-serie De luizenmoeder. Diederik Ebbinge, die directeur Anton speelde, liet op sociale media weten het verhaal wel uitverteld te vinden. En dus is een groot deel van de plot van de filmversie, Luizenmoeder – de film, gewijd aan de vraag hoe alle overgebleven juffen onder leiding van zingende juf Ank (gespeeld door coregisseur Ilse Warringa) de boel op basisschool ‘De klimop’ in het gefictionaliseerde Mijdrecht draaiende moeten zien te houden.

De toon is verschoven van satirisch naar komisch, soms slapstickachtig. Behalve het gekrakeel der leraressen (wie is de echte weduwe van wijlen het schoolhoofd?) speelt ook de Covid-pandemie een belangrijke rol. De school is na twee maanden lockdown weer open. De afstandsregels versloffen alweer. En het overijverige schoolbestuur grijpt de ‘kansen’ die het onlineonderwijs met zich meebrengt en voert e-learning op de tablet ook in het klaslokaal in, evenals een robotonderwijsassistent en een interim-directeur die als een heuse James Bond-schurk droomt van een surveillanceschool.

Een glansrol is daarbij weggelegd voor juf Helma (Leny Breederveld), die eigenlijk net met pensioen was, en die met haar anti-autoritaire methodes (of zullen we gewoon zeggen: pedagogiek waarin het kind centraal staat?) in alles het tegendeel is van de neurotische Ank en de vloggende vader Karel (de oorspronkelijke ‘luizenmoeder’) die zich tijdens corona als een online lolbroek heeft ontpopt. Om de leerlingen voor te bereiden op de ‘grote revolutie’ waarin het filmverhaal uitmondt behandelt Helma in de geschiedenislessen de Maagdenhuisbezetting van 1969, toen studenten het bestuurlijke hart van de Universiteit van Amsterdam bezetten en meer inspraak eisten.

De luizenmoeder was altijd een serie over volwassenen. De kinderen waren slechts bijzaak. Veel van wat goed werkte in het korte, episodische bestek van het tv-format – het op de hak nemen van bezorgde en bemoeizuchtige ouders, de uit de bocht vliegende goede bedoelingen van directeur Anton, de alom aanwezige vooroordelen op het gebied van klasse, culturele achtergrond, gender en seksuele voorkeur – werken in de langere boog van een speelfilm looiig en uitgemolken. De lessen van de film: consequent zijn is moeilijk, moeders blijf uit de klas, verzet je tegen de regels, hadden ook de film zelf kunnen gelden. Een lijntje over de mogelijke Chinese herkomst van het virus en de nieuwe bewakingstechnologieën op school dat met een ‘Chinese themadag’ moet worden getackeld krijgt zoveel gewicht dat het eerder contraproductief wordt.

Het zijn vooral de stille momenten die nu raken. Juf Ank die zich over de kleine Bradley ontfermt. Helma die verliefd wordt – een pareltje van liefde op het eerste (of toch tweede?) gezicht.