Een reizend EK-circus: want het is feest, vindt de UEFA

EK voetbal Het EK voetbal werd zestig jaar oud, dus voetbalbond UEFA wilde een pan-Europees toernooi. De timing kon beter. Maar wie weet wordt het EK symbool van de grote heropening.

Spelersrondvaart na EK ’88: Nederland viert de nieuwbakken status van kampioen.
Spelersrondvaart na EK ’88: Nederland viert de nieuwbakken status van kampioen. Foto Hollandse Hoogte/ANP

„Ga volop met mensen om, en feest erop los als je niet aan het werk bent: doen of niet doen?”

Gniffel er gerust om, maar een grap is het niet. Deze vraag komt uit de ‘coronaprotocol-quiz’ die duizenden toernooimedewerkers en journalisten succesvol moeten doorlopen om te worden toegelaten tot de stadions, trainingsvelden en perscentra van het Europees kampioenschap voetbal, dat deze vrijdagavond begint. Is het certificaat eenmaal op zak, dan wacht nog de ‘epidemiologische screeningsprocedure’. Een formulier waarop zij moeten aanvinken dat zij én hun naasten klachtenvrij zijn. Elke dag.

Check, check, dubbel check. Het credo van dit EK is: veiligheid eerst. Zelfs nu nog opperen sommige deelnemende landen dat speellocaties zouden moeten worden geschrapt vanwege de coronacrisis. Zoals de Tsjechen, die vanwege strenge, Schotse quarantainemaatregelen liever niet in Glasgow willen spelen. Door de UEFA zijn zij inmiddels al vanuit hun trainingskamp in Schotland naar Engeland ‘geëvacueerd’.

Beproeving

Eén virus, elf organiserende landen en evenzoveel staatsapparaten met elk hun eigen gedragsregels, quarantainemaatregelen en reisbeperkingen: de organisatie van dit EK is verworden tot een ultieme beproeving voor de circa negenhonderd medewerkers van de Europese voetbalbond, een jaar nadat Euro 2020 naar 2021 werd verschoven. Ondanks alles wilde de UEFA vasthouden aan het EK in meerdere landen, ook om het zestigjarig bestaan van het toernooi te vieren.

Vanzelfsprekend is het natuurlijk niet, een pan-Europees toernooi in pandemietijd, met teams die Europa door moeten vliegen en het risico dat spelers besmet raken. Dat gebeurde al bij de Spanjaarden en Zweden, waar spelers het EK nu dreigen te missen.

De praktische hobbels en beperkingen vormen niet het enige verhaal van dit toernooi. Het EK kan ook symbool worden van de heropening van de samenleving, van een nieuw begin waar velen naar snakken nu Europa op zijn tandvlees naar het einde van de pandemie hobbelt. Een sportfeest als voorbode van de verlossing. Nu eens mét het Nederlands elftal erbij.

Lees ook: de NRC-kijkgids voor dit EK. Wie zijn de favorieten, op welke spelers moet je letten?

Oranje meutes op de Reeperbahn

Niet iedereen zal weten dat Oranje het in de groepsfase opneemt tegen Oekraïne, Oostenrijk en EK-debutant Noord-Macedonië, maar dat er een toernooi aankwam zal inmiddels weinigen zijn ontgaan. In talkshows en krantenkolommen is al gespeculeerd over de 5-3-2 opstelling die volgens de ene analist meer van 4-3-3 verschilt dan de ander.

En terwijl supermarkten oude en jonge voetbalhelden inzetten om mee te liften op wat zomaar een hype kan worden (er is al een reclame-rel tussen Jumbo en Albert Heijn), kan de liefhebber zich laven aan de beelden uit 1988 die overal bovenkomen. De vaal-oranje meutes op de Reeperbahn in Hamburg, de Hollandse magie in München en de vervaarlijk deinende woonboten in de Amsterdamse grachten toen Marco van Basten, Ruud Gullit, Ronald Koeman en hun teamgenoten er de cup kwamen showen.

Deze week doken oude aantekeningen op van Nol de Ruiter, in 1988 assistent-trainer van bondscoach Rinus Michels. Krabbels over hoe de muur van Oranje bij een vrije trap van de tegenstander moest staan en welke spelers daarvoor verantwoordelijk waren („Van Tiggelen regelt met Van Breukelen of de muur goed staat”). Chris van Nijnatten, toen journalist, nu voorlichter bij de KNVB, kreeg ze van De Ruiter. „Zo werd je toen winnaar van het EK”, schreef Van Nijnatten erbij.

De EK-zege van toen was de eerste (en nog steeds enige) hoofdprijs die het Nederlands elftal ooit won. Dat in de halve finale West-Duitsland werd verslagen was volksgeluk op zich. Een vorm van revanche, na de verloren WK-finale van ’74. Met de oorlog nog in het achterhoofd werd bombastisch gesproken van een „bevrijding”.

Het EK van 2021 vindt plaats nu Nederland al prikkend uit de coronacrisis kruipt. Weg van de grootste naoorlogse crisis die het land doormaakte, zoals premier Mark Rutte het noemde. Cafés zijn open, terrassen zitten vol, theaters en bioscopen ontvangen publiek. Het land gaat open, hoewel Nederlanders – anders dan Belgen – niet in de kroeg naar het EK mogen kijken. In de Johan Cruijff Arena zitten zondag wel zestienduizend mensen als Nederland tegen Oekraïne speelt.

Het toelaten van publiek was ook noodzaak, om de gunst van de UEFA te behouden. Zonder publiek geen EK, vond de UEFA – lockdown of niet. Ierland wilde geen garanties geven. Met als gevolg dat Dublin als speelstad werd geschrapt. Net als Bilbao, dat werd ingewisseld voor Sevilla, waar publiek net als in Amsterdam, Boekarest, Kopenhagen, Glasgow, Rome en Londen de stadions voor een kwart tot 40 procent zal vullen. Sint-Petersburg, thuishaven van olie- en gasconcern en UEFA-sponsor Gazprom, kreeg de duels die Dublin verloor.

Lees ook: de EK-column van Arjen Fortuin, over het gebrek aan ‘een Pirlo’

Eén land maakte de organisatie nog blijer. De Hongaarse premier Viktor Orbán beloofde doodleuk dat de bijna zeventigduizend plekken tellende Puskas Arena in Boedapest tot op de laatste stoel vol zal zitten. En zo zal komende week geschieden.

Opmaat naar het oude

Een vol stadion lijkt in Nederland ver weg. Zoals ook een feest in de eigen straat, kroeg of park nog amper is voor te stellen. Wat niet is, kan zomaar komen. Het Nederlands elftal kan de voetbalwaakvlam oppoken die flakkert sinds het afgelaste EK van vorig jaar. Voetbal kan nog altijd mensen dichterbij elkaar brengen, vreemden elkaar in de armen doen vallen (als ze de anderhalve meter mochten vergeten). Het zou dan helpen als niet-favoriet Oranje goed voetbalt, in welke formatie ook.

Het kan zomaar datgene zijn waar het land behoefte aan heeft. Samen vieren. Een overwinning. De opmaat naar het oude leven. Inderdaad – een bevrijding.

Correctie (15 juni 2021): het stadion in Boedapest heet de Puskas Arena. Dit is aangepast.