Opinie

Tuig van de richel? Er zijn gewoon te veel opinies

Aylin Bilic

Afgelopen weekend twitterde Geert Wilders: „Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel.” Hij schreef dat uitgerekend op de dag dat PersVeilig bekendmaakte dat acht op de tien journalisten weleens bedreigd of geïntimideerd worden tijdens hun werk. Bij zijn volgelingen ging Wilders’ tweet erin als koek. „De pers roept ook maar van alles”, twitterde er een. „Hij heeft groot gelijk”, een ander.

Als dat ‘tuig van de richel’ er niet was, wisten we nu weinig of niets over het Toeslagenschandaal, de miljoenendeal van Sywert of de ‘functie elders’ voor Pieter Omtzigt. Zaken waar ook Wilders’ aanhangers zich enorm over opwinden. En terecht.

Ik probeer weleens op sociale media in dialoog te gaan met aanhangers van Wilders of Bidet 🚽. Waar hun argumentatie steevast op uitdraait, is dat het merendeel van de journalisten linkse activisten zouden zijn, die de ‘linkse’ politiek graag helpen om zaken in de doofpot te stoppen. Neem de mondkapjesdeal van Sywert. De laatste complottheorie op sociale media daarover is dat het een ordinaire afleidingsmanoeuvre is om het echte probleem te verhullen: de 5 miljard euro aan corona-uitgaven die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet kan verantwoorden. Maar als het om de PVV of FVD gaat, dan zouden journalisten hun uiterste best doen om de spotlights vol op ieder vlekje te zetten. Kijk naar de nieuwste affaire rond Kamerlid Dion Graus. Hoe stevig en feitelijk onderbouwd de berichtgeving ook is, de rechts-populisten willen het niet eens lezen. Iets wat van ‘linkse activisten’ komt, deugt toch niet.

Het wegzetten van ‘mainstream media’ als linkse volksverlakkers is een wereldwijde trend. Over de oorzaken zijn tal van (sociologische) theorieën ontwikkeld. Wat die gemeen hebben is dat ze de oorzaak van het antimediasentiment doorgaans niet zoeken in de media zelf. En dus wordt de kloof met de rechts-populisten alleen maar groter, want die laatsten zien de vermeende onbetrouwbaarheid van de media juist als enige oorzaak van hun wantrouwen.

Vooropgesteld, ik ben een groot fan van onafhankelijke media en ik zie de aanval van Wilders op journalisten als levensgevaarlijk. Toch vind ik dat de media ook bij zichzelf te rade mogen gaan wanneer ze de vijandigheid willen begrijpen.

Toen ik als jonge tiener uit Rotterdam-Zuid kranten ging lezen, was het alsof ik ontwaakte. Kranten brachten mij kennis, inzicht en daarmee redelijkheid bij. Ik kreeg mee hoe de wereld feitelijk in elkaar zat, en leerde op basis daarvan een mening te vormen. Zo leerden we dat overigens ook op school: een mening kun je pas vormen, zodra je de feiten kent. Kant-en-klare meningen tellen niet.

Maar de pasklare mening is de laatste decennia onstuitbaar de massamedia binnengeslopen. In kranten kwam de column op. Een beetje krant telt tegenwoordig tientallen columnisten – ik ben er zelf ook zo een. Die smijten elke dag in een paar honderd woorden hun mening de wereld in. Op tv is het niet anders. Ooit schoof in actualiteiten- en praatprogramma’s (die er in mijn jeugd überhaupt nauwelijks waren) af en toe een echte deskundige aan. Die gaf onderbouwd een mening, vaak met allerlei mitsen en maren. Nu klinken in de vele talkshows vooral pittige meningen.

Tegelijk staan kranten ook nu gelukkig nog steeds boordevol met uitstekende journalistieke artikelen. Maar die worden op sociale media maar weinig gedeeld: te lang en ingewikkeld. Al die meninkjes van columnisten en opinieschrijvers vinden hun weg op Twitter en Facebook juist des te beter.

Zou het kunnen dat de negatieve kijk op ‘mainstream media’ bij populistisch-rechts daar iets mee te maken heeft? Zouden al die meningen het beeld van media als linkse activistenbolwerken mede zijn gaan bepalen? Want laten we eerlijk zijn: linkse columnisten waren in de landelijke kwaliteitskranten de afgelopen decennia niet bepaald ondervertegenwoordigd.

Ik weet het niet, het is maar een hypothese. Maar als ik doorvraag aan Wilders-adepten waarom ze denken dat kranten als NRC of de Volkskrant zo activistisch-links zijn, dan vallen al snel namen van columnisten met wie ze het fundamenteel oneens zijn. Of onderwerpen die zelden opduiken in verslaggeving, maar des te meer in de stukjes van ‘activistische’ columnisten en opiniemakers, zoals white privilege, ‘intersectioneel feminisme’, of ‘Deense xenofobie’.

Misschien was die ‘saaie’ krant uit mijn jeugd zo gek nog niet. Die krant die zich beperkte tot uitstekende verslaggeving en af en toe een gedegen journalistieke analyse; en die zich van meningen het liefst verre hield. Want die moesten mensen zelf vormen – nadat ze de krant uit hadden.

Aylin Bilic is ondernemer en publicist.