Reportage

Canada’s inheemsen weten: er liggen nog veel meer kinderen bij scholen begraven

Gedwongen assimilatie De vondst van stoffelijke resten van 215 inheemse kinderen in British Columbia zendt een schokgolf door Canada. De oorspronkelijke bevolking voelt zich eindelijk gehoord. „We told you so.”

Kinderschoenen zijn achtergelaten bij de Kamloops Indian Residential School in de Canadese provincie British Columbia, ter nagedachtenis aan de 215 kinderen van wie er stoffelijke resten zijn gevonden. De vondst heeft in Canada veel losgemaakt.
Kinderschoenen zijn achtergelaten bij de Kamloops Indian Residential School in de Canadese provincie British Columbia, ter nagedachtenis aan de 215 kinderen van wie er stoffelijke resten zijn gevonden. De vondst heeft in Canada veel losgemaakt. Foto Nicholas Rausch / AFP

In zo’n twintig rijen staan ze opgesteld op het plein voor het parlementsgebouw in de Canadese hoofdstad Ottawa: 215 paar kinderschoenen, in allerlei maten en kleuren. Sandaaltjes, sportschoenen, kaplaarsjes, teenslippers - en moccasins, inheemse schoentjes. Zij aan zij staan ze in een grote rechthoek, met de hielen naar het parlement, waar de Canadese vlag halfstok hangt. Vlakbij liggen teddyberen en ander speelgoed, bloemen en briefjes, met onder meer het opschrift „elk kind doet ertoe”.

Angela Aguonie, een vrouw van de inheemse Ojibway-bevolking, staat stil in de avondzon en kijkt er zwijgend naar. Ze denkt aan de omgekomen inheemse kinderen die de schoentjes symboliseren, zegt ze. „Door hier te komen toon ik mijn respect. Het is goed dat mensen zich realiseren wat er met deze kleine kinderen is gebeurd. Eindelijk kunnen hun zieltjes worden vrijgelaten.”

Overal in Canada zijn de afgelopen paar weken dergelijke gedenkplaatsen verschenen. Bij tal van kerken, musea en andere gebouwen zijn kinderschoentjes geplaatst in reactie op de ontdekking, eind vorige maand, van de stoffelijke resten van 215 kinderen bij een voormalige kostschool voor inheemse kinderen in Kamloops, in de westelijke provincie British Columbia. Met behulp van grondradar zijn op het gebied van die voormalige instelling ongemarkeerde graven gevonden van kinderen die zijn overleden tijdens hun gedwongen verblijf op de school, die van 1890 tot 1978 in gebruik was.

Rosanne Casimir, hoofd van de Tk’emlúps te Secwépemc, de gemeenschap in het gebied, kondigde de vondst eind vorige maand aan. Zij sprak van „een onvoorstelbaar verlies waarover werd gesproken maar dat nooit is gedocumenteerd door de Indiaanse kostschool van Kamloops.” Over de identiteit van de kinderen, wanneer ze zijn overleden en waaraan, is nog weinig bekend. Aan een uitgebreid rapport over de resultaten wordt nog gewerkt.

Internaten

De lugubere ontdekking heeft een grote schok teweeggebracht in Canada. „Het treft iedereen in het hart”, zegt Diane Gonto, een inwoonster van Ottawa die met haar zus naar het schoenenmonument is komen kijken. Ze had „een diep gevoel van verdriet” toen ze het nieuws hoorde, vertelt ze. „Soms hoor je dit soort dingen over andere landen, maar dit is hier bij ons.”

Lees ook: Vondst resten van 215 inheemse kinderen bij voormalige kostschool schokt Canada

De vondst heeft Canadezen hard geconfronteerd met de wreedheid van het voormalige beleid van internaten voor inheemse kinderen. Het bestaan van die ‘Indian Residential Schools’, die waren bedoeld om kinderen van oorspronkelijke bevolkingsgroepen gedwongen te assimileren in de witte maatschappij, is bij de Canadese bevolking tot op zekere hoogte bekend. Tussen ongeveer 1850 en 1970 waren er in totaal 130 van dergelijke instellingen, verspreid over het hele land. Inheemse kinderen, bij elkaar ongeveer 150.000 door de decennia heen, werden er gedwongen ondergebracht met als doel hen te ‘beschaven’ en zo „het indiaanse probleem” van Canada op te lossen, aldus een ambtenaar van Indiaanse Zaken in 1920.

Het leven op de kostscholen, die werden gerund door katholieke en protestantse kerken, was mensonterend. Kinderen voelden zich in de steek gelaten door hun ouders, hen werd schaamte bijgebracht voor hun inheemse afkomst. Leerlingen werden geslagen voor het spreken van hun eigen inheemse talen, die werden verworpen als ‘duivels’. Ze ondergingen tal van wreedheden, van fysiek geweld tot seksueel misbruik. Van zeker 4.000 kinderen is bekend dat ze op de kostscholen zijn omgekomen, onder meer aan tuberculose en kinderziektes; volgens betrokkenen zijn dat er in werkelijkheid veel meer.

„Als ze verder gaan zoeken, zullen ze nog meer lichamen vinden”, zegt Rose Grace Miller, een 80-jarige oud-leerling van de school in Kamloops, telefonisch vanuit British Columbia. Toen zij hoorde over de ontdekking van de stoffelijke resten bij de school, was ze geschokt, maar niet verrast. „We wisten dat er leerlingen werden vermist, en dat er lichamen waren. Toen we van de school af kwamen, probeerden dat aan mensen te vertellen, maar die geloofden ons niet. Tot op de dag van vandaag werden we niet geloofd.”

Veewagen

Miller, afkomstig van de Shuswap First Nation ten noorden van Kamloops, zat van haar achtste tot haar elfde op de school. Ze weet nog hoe zij en haar broertjes erheen werden gebracht, vanuit hun afgelegen gemeenschap. „Op een dag kwamen ze ons halen met een veewagen. We hadden geen idee wat er gebeurde of waar we naartoe gingen, wat het grote gebouw was. We huilden om onze ouders.”

Bij aankomst werden de kinderen gewassen alsof ze wilde dieren waren, vervolgt ze. „We werden meegenomen naar de wasruimte, waar we ons moesten wassen met borstels die je voor een vloer gebruikt. Ze goten een middel over onze hoofden omdat ze dachten dat we luizen hadden, maar we hadden geen luizen. Ik had vlechtjes, die werden afgeknipt. Onze kleren werden van ons afgenomen. We kregen allemaal een nummer, en we moesten dat nummer op de kleren naaien die ons werden gegeven.”

Canadezen legden bloemen en speelgoed bij het gebouw waarin de voormalige Kamloops Indian Residential School gehuisvest was.

Foto Jennifer Gauthier / Reuters

De kinderen kregen pap te eten met vaak zure melk. „Als we het uitbraakten, moesten we de vloer schoonmaken en een nieuwe kom gaan halen”, vertelt Miller. „De slaapzalen waren koud en we waren vaak ziek. Als je je bed niet zonder plooien opmaakte, werd je geslagen. Wie probeerde te ontsnappen, werd geslagen met een riem. Het was als een gevangenis.”

Als we de pap van zure melk uitbraakten, moesten we het schoonmaken en nieuwe pap halen

Rose Grace Miller oud-pupil Kamloops Indian Residential School

Al jaren wordt het kostscholenbeleid beschouwd als een donker hoofdstuk uit de Canadese geschiedenis - een ‘culturele genocide’ die inheemse kinderen beroofde van hun identiteit en grote schade heeft aangericht aan inheemse gemeenschappen. Familiebanden werden doorbroken en er werd groot wantrouwen gewekt. Inheemse leiders wijzen het decennialange beleid aan als een oorzaak van hedendaagse sociale problemen onder inheemse gemeenschappen, waaronder alcoholisme en drugsgebruik.

In 2008 bood de Canadese regering onder de toenmalige premier Stephen Harper excuses aan voor het beleid, in reactie op een juridisch proces van oud-leerlingen. Dat ging gepaard met een compensatieregeling ter waarde van ongeveer 5 miljard Canadese dollar. Ook kwam er een Waarheids- en Verzoeningscommissie die ervaringen van overlevenden van het systeem vastlegde.

Begraafplaatsen

Maar de schaal van het onrecht en de wreedheden die meer dan een eeuw lang werden gepleegd tegen de oorspronkelijke bevolking van het land, zijn pas nu, na de vondst van de stoffelijke resten van 215 kinderen in Kamloops, opeens in heel Canada doorgedrongen. „De ontdekking van de graven heeft voor het eerst in Canada een gevoel losgemaakt van: ‘potverdorie, dit is echt anders dan de ervaring van andere kinderen’”, zegt Karyn Pugliese, een professor journalistiek aan de Ryerson Universiteit in Toronto met een inheems- Italiaanse achtergrond. „Mensen zeiden vaak: ‘zo erg was het niet’. Maar nu is er onmiskenbaar fysiek bewijs. Scholen horen geen begraafplaatsen te hebben.”

Lees ook: Canadezen realiseren zich: ook hier is racisme diepgeworteld

Daar komt bij dat het debat in Noord-Amerika rond Black Lives Matter van het afgelopen jaar „ruimte heeft geschapen om over inheemse kwesties in Canada te praten”, zegt ze. Mensen die vroeger onverschillig waren, zijn nu eerder bereid om te luisteren. In dat klimaat groeit het besef dat de omgang van Canada met zijn oorspronkelijke bevolking, in het bijzonder het verleden met de Indian Residential Schools, de grote zwarte vlek is op de geschiedenis van het land, zoals het slavernijverleden dat is in de Verenigde Staten.

Voor leden van de oorspronkelijke bevolking van Canada kwam de ontdekking van de stoffelijke resten in Kamloops niet als een verrassing. „Ik was een beetje geschokt over het aantal, maar ik was niet verrast”, zegt Aguonie. „Ik voelde zelfs enige opluchting dat na vele jaren eindelijk de waarheid naar buiten komt. Er zijn meer waarheden te vertellen, dit was nog maar één school. Niemand luisterde tot nu toe naar ons.”

Ik voelde enige opluchting dat na vele jaren eindelijk de waarheid naar buiten komt

Angela Aguonie dochter van een oud-leerling van een kostschool

De moeder van Aguonie zat als kind in Ontario vier jaar lang op een inheemse kostschool, vertelt ze. „Toen ze vier jaar oud was werd ze weggerukt bij mijn grootouders. Op een dag kwamen ze haar halen. Ze verloor haar identiteit, want toen ze terugkwam was ze te wit voor het reservaat, maar te inheems voor witte mensen. Dus ze hoorde nergens meer bij.”

Lange tijd sprak haar moeder, die inmiddels is overleden, niet over de levenslange trauma’s die zij en haar broertjes en zusjes op de kostschool opliepen, zegt Aguonie. Een broertje overleed op de school, hoorde Aguonie pas jaren later. „Ze hebben hem daar begraven, maar mijn moeder wist niet precies waar. Ze hebben er over gelogen tegen mijn grootouders.”

In heel Canada gaan inmiddels stemmen op om ook op de terreinen van andere voormalige kostscholen te zoeken naar stoffelijke resten. Dit was één van de 94 aanbevelingen in het eindrapport van de Waarheids- en Verzoeningscommissie uit 2015. Er is eerder ongeveer 30 miljoen Canadese dollar (ruim 20 miljoen euro) voor vrijgemaakt, maar het specialistische werk moet op de meeste plekken nog beginnen.

Medeleven

Ook wordt hard aangedrongen op excuses van de katholieke kerk, die in tegenstelling tot protestantse kerken nog geen excuses heeft gemaakt. Premier Justin Trudeau heeft paus Franciscus daar in 2017 persoonlijk om gevraagd, en pleit er nu opnieuw voor. Tot nog toe heeft de paus wel medeleven uitgesproken over de ontdekking in Kamloops, maar geen excuses aangeboden voor de rol van de katholieke kerk bij de kostscholen - mogelijk uit angst voor aansprakelijkheid.

De katholieke kerk runde een meerderheid van de instellingen, waaronder de school in Kamloops, een van de grootste uit het netwerk. „We moesten de hele dag bidden”, herinnert Rose Miller zich. „De nonnen zeiden dat als we niet zouden bidden, de Romeinen zouden komen om ons te verkrachten en ons te verbranden en dat we naar de hel zouden gaan.”

Stanley Paul, een 76-jarige oud-leerling van de Kamloops Indian Residential School, zit bij een gedenkplaats voor de 215 kinderen van wie stoffelijke resten zijn gevonden.

Foto Cole Burston / AFP

Miller voelde zich in de steek gelaten door haar ouders en haar grootmoeder, bij wie ze verbleef toen ze werd weggevoerd. „Later in mijn leven haatte ik mijn vader en moeder, ik was zo boos op ze, ik gaf ze de schuld van wat me was overkomen. Maar zij konden er niets aan doen, het was de wet.” Met behulp van therapie heeft ze kostschooltrauma’s leren verwerken en haar ouders vergeven, zegt ze. „Ik schaamde me ervoor en ik heb het lange tijd verdrongen.”

Ook heeft therapie haar geholpen om haar leven op orde te krijgen. Miller en veel van haar broers en zussen raakten na hun ervaringen op de kostschool de weg kwijt. „Twee van hen leefden jarenlang op straat. Ze konden de pijn niet aan, veel van ons gingen aan de drank. Ik heb mijn eigen kinderen ook pijn gedaan en zij raakten ook aan de drank, en enkelen aan drugs. Ik heb hen om vergeving gevraagd dat ik hen niet beter heb kunnen opvoeden; ik had er de vaardigheden niet voor.”

Miller spreekt op feitelijke toon over haar leven. Ze heeft moeten leren om er over te praten zonder emotioneel te worden, legt ze uit. Ze doet haar verhaal over haar ervaringen bij de school in Kamloops „namens alle kinderen die zijn omgekomen en het nooit hebben kunnen navertellen.” Ze hoopt dat de resten van de 215 kinderen kunnen worden teruggebracht naar hun gemeenschappen van herkomst.

DNA-onderzoek

Of er meer duidelijk zal worden over de identiteit van de 215 kinderen en de tijdstippen en oorzaken van hun dood, is echter nog onbekend. De gemeenschap bij Kamloops beraadt zich op vervolgstappen, waaronder eventuele opgraving en DNA-onderzoek. Dat is een moeilijk proces, waarvoor „geen routekaart” bestaat, benadrukt Rosanne Casimir, het hoofd van de Tk’emlúps te Secwépemc.

Velen hopen bovendien dat de huidige schok zal leiden tot verbetering van het hedendaagse bestaan van inheemse volken in Canada. Pugliese pleit voor beter onderwijs voor kinderen in oorspronkelijke gemeenschappen, die daarvoor nu vaak nog steeds zijn aangewezen op scholen op honderden kilometers afstand, waarvoor ze op jonge leeftijd weg moeten bij hun ouders. „Dat is niet veel beter dan het systeem van de kostscholen”, zegt ze. „Maar ik vrees dat het bij uitingen van verdriet en medeleven blijft, dat mensen de kostscholen zien als een historische kwestie zonder zich te realiseren dat de problemen doorgaan. Inheemse kinderen worden nog steeds benadeeld.”

Rose Miller pleit daarom voor meer zelfbestuur voor inheemse volken. „Dit was ons land en zij zijn hier naartoe gekomen en hebben ons onderdrukt in onze eigen gemeenschappen”, zegt ze gedreven. „We worden nog steeds beheerst door een koloniaal systeem.”

Een vrouw koelt haar woede op het neergehaalde standbeeld van Egerton Ryerson, een van de bedenkers van het internatensysteem waarin inheemse kinderen gedwongen werden geassimileerd. Het beeld van Ryerson dat in Toronto op de campus van de naar hem genoemde universiteit stond, werd zondag neergehaald.

Foto Olivier Monnier / AFP