Het Joegoslaviëtribunaal bereikte veel, maar geen verzoening

Joegoslaviëtribunaal Na de uitspraak in hoger beroep tegen Ratko Mladic is het einde van het Joegoslaviëtribunaal in zicht. Wat heeft het grootste oorlogstribunaal sinds Neurenberg opgeleverd?

Een Bosnische moslima bij het Srebrenica-monument in Potocari.
Een Bosnische moslima bij het Srebrenica-monument in Potocari. Foto Dado Ruvic/Reuters

Met de definitieve veroordeling van Ratko Mladic kan de statistiek van het Joegoslaviëtribunaal worden bijgewerkt. Bijna 26 jaar na de eerste aanklacht en drieënhalf jaar na zijn veroordeling tot levenslange gevangenisstraf verhuist Mladic (78) na het voltooien van de beroepsprocedure van de categorie ‘lopende zaken’ naar ‘veroordeeld’. Het aantal veroordeelden komt daarmee op 91, op 161 aangeklaagden. Slechts één zaak, tegen twee Servische spionnenchefs, resteert.

Het Joegoslavietribunaal, het eerste oorlogstribunaal sinds de Tweede Wereldoorlog, geldt als succesvol. Niet vanwege het aantal veroordelingen, zegt Iva Vukusic, historica aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in genocidestudies. „Vrijspraken horen er bij, een score van 100 procent veroordelingen zou zeer verdacht zijn. Het tribunaal was succesvol omdat de mensen die berecht moesten worden, berecht zijn. Er zijn geen voortvluchtigen meer. En omdat het gelukt is om deze enorme klus te klaren.”

Dankzij het Joegoslaviëtribunaal, opgericht door de Verenigde Naties en internationaal bekend als ICTY, werden tientallen verdachten berecht van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die in het voormalig Joegoslavië werden gepleegd in de periode van 1991 tot 2001. Tijdens de oorlogen in Joegoslavië vielen tenminste 130.000 doden en raakten ruim 2 miljoen mensen ontheemd.

Juristen prijzen het tribunaal, dat eind 2017 de deuren sloot en enkele resterende zaken overhevelde naar het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT). Er zijn nieuwe normen gevestigd in het internationale strafrecht. Uitspraken over genocide en verkrachting werken door bij andere oorlogstribunalen en in nationale rechtspraak.

Maar niet alles is gelukt. De rechtspraak heeft niet geleid tot verzoening tussen de diverse bevolkingsgroepen in voormalig Joegoslavië.

Neurenberg en Tokio

De grootste verdiensten van het tribunaal, vindt André Nollkaemper, zijn dat er recht is gesproken in tientallen zaken die niet op een andere manier konden worden afgehandeld omdat er nationaal geen capaciteit of politieke wil bestond, en de „wereldwijde boodschap dat er bij grote conflicten geen sprake is van straffeloosheid”. Nollkaemper is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit van Amsterdam, voormalig adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken en betrokken bij verschillende oorlogstribunalen. „De rol van het tribunaal reikt verder dan de oorlogen in Joegoslavië. Het was het eerste oorlogstribunaal sinds Neurenberg en Tokio, en het bleek een belangrijk instrument in het streven naar gerechtigheid bij een concreet conflict. Dit kon alleen op internationaal niveau; leiders als Milosevic, Karadzic en Mladic waren anders niet berecht.”

Bekijk ook onze tijdlijn over de oorlog in het voormalige Joegoslavië en de nasleep van de val van Srebrenica

Het laatste aspect is voor Nollkaemper een criterium om het succes van het tribunaal aan af te meten. „Kijk naar het aantal uitspraken dat niet gedaan zou zijn als het aan nationale rechtbanken zou zijn overgelaten.” Het Joegoslaviëtribunaal heeft volgens Nollkaemper als model gefungeerd. „Zowel het Internationaal Strafhof als de tribunalen over misdaden in Rwanda, Sierra Leone en Cambodja profiteren van hun pionierswerk.”

Voor het eerst werd verkrachting niet langer gezien als een incidentele ontsporing, maar als een strategisch gebruikt wapen.

Carsten Stahn hoogleraar internationaal strafrecht

Zijn Leidse collega Carsten Stahn, hoogleraar internationaal strafrecht en co-auteur van een boek over de erfenis van het Joegoslaviëtribunaal, ziet twee cruciale juridische vernieuwingen. „Het tribunaal heeft geleid tot een nieuwe interpretatie van het begrip genocide, waarbij niet het aantal slachtoffers maar de intentie van de daders de doorslag geeft. Daarom was het bevel dat Mladic in Srebrenica gaf om de mannen te scheiden van vrouwen en kinderen essentieel voor de bewijsvoering. Dat wijst op intentie.”

Stahn: „Daarnaast wordt seksueel geweld nu erkend als oorlogsmisdaad. Voor het eerst werd verkrachting niet langer gezien als een incidentele ontsporing, maar als een strategisch gebruikt wapen. Beide inzichten spelen mee in zaken bij het Internationaal Strafhof, bijvoorbeeld over Congo en Oeganda.”

Genocide

Ondanks de verruiming van de definitie voor genocide werd Mladic in 2017 niet veroordeeld voor een van de twee aanklachten voor genocide, tot onvrede van nabestaanden. Hij werd wel veroordeeld voor de massamoord in Srebrenica in 1995, maar niet voor moordpartijen elders in Bosnië in 1992. Stahn: „Hier hanteerden de rechters juist een smalle opvatting over genocide, waarbij sprake moet zijn van fysieke verwoesting.”

In de documentaire The trial of Ratko Mladic is te zien hoe de aanklagers elkaar in 2017 feliciteren na de uitspraak ‘levenslang’, maar dat zij ook teleurgesteld zijn dat de eerste van de elf aanklachten het niet gehaald heeft. Historica Vukusic: „Ik vind die obsessie met het begrip genocide niet gezond. Misdaden tegen de menselijkheid zijn ook verschrikkelijk. Laten we geen hiërarchie aanbrengen.”

Zowel Vukusic als Stahn vinden de gedetailleerde verslaglegging over de gruwelen in Srebrenica, mede mogelijk dankzij forensisch onderzoek, een grote verdienste van het tribunaal. Vukusic: „We weten van uur tot uur wat er in Srebrenica is gebeurd, dat is heel waardevol.”

Falende menselijke natuur

Het tribunaal heeft daarmee belangrijke jurisprudentie en geschiedschrijving opgeleverd. Maar tot verzoening heeft het niet geleid. De uitspraken worden nauwelijks erkend in Servië en Kroatië, de animositeit tussen de bevolkingsgroepen is niet verdwenen. En oorlogsmisdadigers die na hun straf naar huis terugkeren, worden door familie en nationalistische politici als helden onthaald.

Dat veroordeelden geen berouw tonen wijst niet op falende rechtspraak maar op een tekort in de menselijke natuur, zegt Vukusic. We zijn nu eenmaal slecht in het erkennen van schuld. „Daar gaat veel tijd overheen. In de het zuiden van de VS vinden ze nog steeds dat ze gelijk hadden in de Burgeroorlog. Kijk maar naar die discussie over omstreden standbeelden daar.”

Lees ook Sarajevo kan alleen zelf zijn wonden helen (2017)

Ook Nollkaemper constateert dat de kloof tussen het tribunaal en de bevolkingsgroepen waar de uitspraken voor bedoeld zijn niet is overbrugd. „Dat de uitspraken slechts beperkt worden erkend staat genoegdoening, een belangrijk doel van rechtspraak voor nabestaanden, in de weg. Tegelijk is het niet realistisch om te verwachten dat de uitspraken omarmd zouden worden. Daarvoor zitten de conflicten in de regio te diep. Echt herstel is iets voor de lange termijn.”

Waarheid is het beste wapen. Maar het vergt een grote maatschappelijke inspanning om de waarheid erkend te krijgen.

Herstel van vertrouwen tussen daders en slachtoffers is volgens Nollkamper meer dan het tribunaal kon bewerkstelligen. „Dat het tot nu niet is gelukt is toch eerder een verantwoordelijkheid voor nationale partijen, en daarnaast voor de EU en de VN.”

Het tribunaal had een ‘Outreach’-Programma dat de band met de betrokken landen moest versterken. Was dat genoeg? Stahn denkt van niet. „Waarheid is het beste wapen. Maar het vergt een grote maatschappelijke inspanning om de waarheid erkend te krijgen. Daar heb je kritische media voor nodig, sterke burgerorganisaties, een gezond politiek klimaat. Maak archieven toegankelijk, zorg voor goede schoolboeken, nodig kunstenaars uit. En, heel belangrijk: pak genocide-ontkenning aan via de rechter."

In Servië, Bosnië en Herzegovina en Kroatië wachten nog duizenden zaken tegen ‘kleinere vissen’ op berechting door nationale rechtbanken. Vukusic werkte eerder als onderzoeker voor het OM in Sarajevo. Voor de resterende zaken is volgens haar te weinig aandacht. Ze vreest dat het nog lastiger zal worden om de zaken door te zetten nu het proces tegen Mladic is afgerond en ‘Den Haag’ bijna dichtgaat. De verwerking duurt nog jaren, denkt Vukusic. „Niemand wil terugkijken na een oorlog. Maar we zijn nog niet klaar.”