Reportage

Zimmer frei: het gezin op zolder, de gasten beneden

Vakantie Vroeger verhuurden veel Zeeuwse gezinnen hun eigen slaapkamers aan Duitse toeristen. Tegenwoordig is een Ferienhaus luxer, groter, en met meer privacy. „Ik ben nog in de woonkamer geboren, terwijl de Duitsers een verdieping hoger in de slaapkamers lagen.’”

De winkelstraat van Domburg.
De winkelstraat van Domburg. Foto Wouter Van Vooren

Lenny Caljouw (56), eigenaresse van bed and breakfast ‘de Hiltop’, moet lachen als ze vertelt over het paasweekend van 1988, toen zij en haar man voor het eerst besloten twee van hun eigen slaapkamers aan toeristen te verhuren. „In die tijd sliepen we zelf hierboven en verhuurden we de kamer ernaast.” Ze loopt de trap van haar hoekhuis met twee verdiepingen op, pal achter de hoogste duintop van Domburg. Daar was de badkamer, wijst ze, die deelden ze dan met „de Duitsers”. „Als je ’s nachts naar de wc wilde, moest je goed opletten dat er niet opeens een ander over de gang liep.”

Achteraf denkt ze: dat was natuurlijk helemaal niks met niks, die kamers zonder badkamer… Maar tijdens dat eerste weekend stonden er wel meteen drie stellen voor de deur. „Ze kwamen ongeveer gelijktijdig aan, er ontstond onenigheid onderling. Ik zei: ‘Wie wil er het langst blijven?’ En die nam ik dan.”

Al zo lang Caljouw zich kan herinneren, zijn de zomers aan de Zeeuwse kust Duits. Nergens zijn de fietsen alleen te huur, ze zijn ook zu vermieten. En op de duinpaden richting de naastgelegen dorpen is de kans ’s zomers in het Duits te worden aangesproken groot. Voorheen vond Caljouw dat weleens irritant, geeft ze toe, maar sinds ze „een graantje meepikt”, accepteert ze het. Nu er door de coronacrisis veel meer Nederlanders komen, valt bovendien het optimisme van de Duitsers op. In weer en wind verdwijnen ze met emmers, strandschepjes en windjacks richting het strand, terwijl de Nederlanders vanachter de ramen klagen over een verregende zomerdag.

Het is ook dat optimisme, nóóit klagen, dat Duitse toeristen stiekem zo geliefd maakt in de Zeeuwse kustplaatsen. Niet alleen Caljouw, bijna heel Domburg verhuurde tot een jaar of 25 geleden één of meerdere slaapkamers in huis. Zaten hotels en campings vol, dan was er altijd en overal wel een Zimmer frei. Het enige dat je daarvoor hoefde te doen, was een houten bordje met plakletters voor de deur te zetten, vertelt Caljouw. „Met zo’n schuifje erop: vrij of bezet.” De Duitsers waren altijd tevreden – Caljouw verhuurde goed. „Je had zelfs hele gezinnen die ’s zomers met de kinderen op de zolder gingen zitten, om de eigen slaapkamers een verdieping lager aan toeristen te verhuren.”

Leo en Lenny Caljouw, in hun bed and breakfast ‘de Hiltop’, vlak achter het duin van Domburg.
Foto’s Wouter Van Vooren

‘Ferienhaus’

Maar met de komst van het internet verdwenen die bordjes aan de kust. Ze veranderden in Ferienhaus zu vermieten, in ‘bed & breakfast’. Of bewoners verhuisden, en zo’n bordje verdween onder de nieuwe eigenaar helemaal. Al in 2012 liet de VVV Zeeland weten dat het aantal Zeeuwen dat logies met ontbijt bij huis aanbiedt, hard terugloopt. En als ze het nog doen, gaat het veel vaker om een riant zelfstandig appartement in tuin of aanbouw, of om een luxe bed and breakfast.

Zo besloot ook Caljouw te stoppen met de verhuur toen ze kinderen kreeg. „Dat vond ik toch niks: vreemde mensen in je huis, met een baby in de slaapkamer ernaast.” Nu, 25 jaar later, zijn haar kinderen het huis uit en lieten Lenny en haar man Leo Caljouw de bovenverdieping van hun huis omtoveren tot bed and breakfast. Grotere kamers met ieder een eigen badkamer, een eigen ontbijttafel, een eigen opgang.

„Zoals we het toen deden… dat kan gewoon niet meer”, zegt ze. Toeristen willen het niet, en ze moet er zelf ook niet meer aan denken: de badkamer en eetkamertafel delen. Dat vrijwel alles nu via Booking.com loopt, is bovendien wel handig. „Vroeger werd een kamer nog weleens vooraf per telefoon gereserveerd. Was het rotweer, dan hadden ze opeens allemaal zieke schoonmoeders en kwam er niemand meer.” Nu worden haar kamers tijdens het boeken al betaald, „dus weet je waar je aan toe bent”.

Cynthia Gabriëlse in haar zelfstandige vakantiewoning, achter in de tuin van haar woonhuis.
Foto’s Wouter Van Vooren

Extra inkomen

Dat steeds minder Zeeuwen kamers in huis met ontbijt aanbieden, wijt Cynthia Gabriëlse (48) uit Domburg ook aan het toenemende aantal werkende vrouwen. „Voorheen waren vrouwen vaker thuis en was dit een extra inkomen”, vertelt ze. De kinderen gingen naar school of naar het strand, man aan het werk, zij maakten een ontbijt klaar, schrobden de badkamer, legden nieuwe handdoeken neer en verwelkomden gasten.

Van huis uit weet Gabriëlse niet beter: haar moeder verhuurde slaapkamers aan toeristen, haar grootmoeder deed het. En altijd zat het gezin ’s zomers dan een paar weken in de schuur of op zolder. „Ik ben zelfs in de woonkamer geboren”, vertelt ze, „terwijl de Duitsers een verdieping hoger in de slaapkamers lagen. De volgende dag zeiden ze: ‘O, is er een baby geboren? We hebben helemaal niets gehoord.’”

Nu ze zelf een baan en twee pubers heeft, is dat veel te veel geregel. De stenen schuur in de tuin knapte ze daarom op tot zelfstandig vakantiehuis – „net als bijna iedereen hier in de Schuurmanstraat”. De reserveringen lopen via de site van Walcheren Vakanties, op de ontvangst van de gasten en het schoonmaken na, heeft ze er nauwelijks omkijken naar. Dat geldt ook voor de slaapkamer met badkamer die ze op de zolder verhuurt, al zit daar nog wel een ontbijt bij. „Maar dat halen de gasten bij mijn moeder een paar deuren verderop”, die inmiddels ook veel luxere slaapkamers mét ieder een eigen een badkamer verhuurt.

In de jaren negentig, toen de kinderen er nog niet waren, deed ze het nog wel, slaapkamers op de tussenverdieping verhuren, de badkamer delen. „In die tijd plakte je gewoon een A4’tje op de deur: ‘Zimmer frei, om zes uur ben ik thuis.’ Dan kwam je thuis en stonden de gezinnen op de stoep. Of je plaatste een advertentie in een Duitse krant.” Maar vergeet ook niet dat het vakantieseizoen toen veel korter duurde, zegt Gabriëlse. „Dertig jaar geleden had je alleen in juli en augustus mensen in huis.”

Arianne Verplanke-Catsman in haar vakantiehuis, dat achter in de tuin staat. Haar moeder verhuurde vroeger ook de slaapkamers in het huis, waar zij en haar man nu wonen.
Foto’s Wouter Van Vooren

Oosterburen

Misschien zijn het zelfs de herinneringen aan vroeger wel, die maken dat de nieuwe generatie kustbewoners het niet meer ziet zitten: toeristen over de (eigen) vloer. Niet vanwege de Duitsers – dat zéker niet. Nog altijd verhuren ze hun bed and breakfasts en vakantiewoningen het liefst aan de oosterburen, die nog steeds nauwelijks klagen.

Voor haar moeder was de verhuur aan toeristen „haar lust en haar leven”, vertelt Arianne Verplanke-Catsman (50) in de deuropening van haar woning in de Schuurmanstraat – zo’n honderd meter bij Gabriëlse vandaan. Voordat haar moeder overleed, woonde ze hier, in dit huis. En altijd bleef haar moeder er de bovenverdieping en een appartement in de tuin verhuren. „Tot op haar sterfbed regelde ze de verhuur voor Pasen”, vertelt Verplanke-Catsman. „Al die jaren liep ze ’s ochtends vroeg naar de bakker en maakte ze een riant ontbijt. Sommige gasten kwamen al jaren – ze vragen nog steeds weleens hoe het met ons gaat.”

Toch moet ze er nu ze zelf kinderen heeft niet aan denken dat er toeristen door haar huis lopen. Nu doet alleen de stenen schuur in de tuin daarom nog dienst als vakantiewoning: twee verdiepingen, twee slaapkamers, een keuken, woonkamer, badkamer en een afgeschermd buitenterras knapten Verplanke-Catsman en haar man helemaal op.

„Als zeventienjarige kwam ik weleens thuis van werk en zat ik daar, in de gang van ons huis, in badjas op de trap te wachten tot de Duitsers gedoucht hadden”, vertelt Verplanke-Catsman. „Hoorde ik ‘klik’, dan rende ik zo snel als ik kon naar de badkamer.” Ze lacht, schudt dan haar hoofd. „Dan is zo’n vakantiehuis een stuk luxer, toch?”