Opinie

Straks halen we onze eiwitten uit zee

Louise O. Fresco

Niet lang geleden was je een vegetariër als je geen vlees at; vis of schelpdieren konden wel. Nog steeds beschouwt lang niet iedereen die als dierlijk. Ze tellen niet mee vergeleken met het ‘grote kwaad’ van het vlees (lees: CO2, vernietiging van biodiversiteit, obesitas en pandemie). Over vis praten we een stuk minder dan over vlees. Vissen – die koudbloedige inwoners van donkere wateren – zijn onzichtbaarder en ambivalenter dan landdieren. Natuurlijk, je hebt prachtige visrestaurants en zo ongeveer iedereen eet sushi. Maar vis wordt ook geassocieerd met calorierijke fish and chips en met stank en bederf. We eten het liefst vis waarin we niet te veel dierlijks herkennen of waar we niets aan hoeven te doen: vissticks, graatloze kweekfilet of handzaam gepelde en gemarineerde garnalen.

De laatste jaren begint het tot de consument door te dringen dat vis en schaaldieren ook problematisch kunnen zijn, zij het op een andere manier dan dierlijke productie. Vissoorten worden met uitsterven bedreigd, net als koraalriffen. Visserij is verre van CO2-neutraal. Visserij, het equivalent van jagen en verzamelen uit het wild, omvat de hele waaier aan traditionele, vaak inefficiënte boten tot hyperefficiënte, grootschalige drijvende fabrieken. Condities voor mens en dier kunnen abominabel zijn, zie de recente Netflix-documentaire Seaspiracy.

Het alternatief, visteelt, betekent dat vissen moeten worden gevoed, en behalve bij planteneters gebeurt dat met andere vis of eiwitrijk afval. In visteelt worden antibiotica gebruikt. Vanuit het oogpunt van gezondheid moeten we vaker vis eten, maar vanuit duurzaamheid weer niet te veel.

Veganistisch, of vegan, is het nieuwe vegetarisch, hoewel dat in eerste instantie zuivel, eieren en bindmiddelen als gelatine raakt. Waar ‘vegetarisch vlees’ een groei doormaakt, ligt er nog geen ‘vegetarische vis’ in de schappen. Over visvervangers hoor je nauwelijks iets. Gemalen soja met vissmaak, iemand? Als bijmengsel, maar verder ontoereikend. Labvis? Nog niet eens in het experimentele stadium. Het namaken van de structuur van vis is niet makkelijk. Een equivalent van de hamburger, dus gemalen vissubstituut, bestaat nauwelijks. Ondertussen doen andere alternatieven hun intrede in de strijd om de dierlijke eiwitten, zoals insecten en gisten.

De vraag is niet vlees of vis, vegetarisch of vegan. De echte vraag is wat de totale combinatie van toekomstige eiwitten wordt en waar die vandaan komen. We staan aan het begin van een historische eiwittransitie, waarbij voor het eerst de relatie tussen inkomensgroei en vleesconsumptie wordt omgedraaid. Niet: meer inkomen, meer vlees; maar: meer inkomen, meer alternatieven – die op den duur voor iedereen betaalbaar worden. Optimisten verwachten dat Europeanen in 2050 twee derde van hun eiwitten uit plantaardige bronnen betrekken.

De hoop is ook gevestigd op voedsel uit water, blue food. De zeeën, die 70 procent van de oppervlakte van de planeet beslaan, produceren nu slechts 7 procent van de eiwitten. Er kan veel meer, al is de gedachte dat de zeeën vol met vis zitten, gevoed door documentaires van Attenborough en anderen, onjuist. Grote delen van de oceanen zijn ecologisch voedselarm. Als we meer uit de zee willen halen, moeten we ons concentreren op soorten lager in de voedselpiramide. Alle ogen zijn gericht op zeewier (macroalgen): gezond en een goede grondstof voor de voedingsindustrie, al vraagt de extractie van eiwitten voorlopig veel energie.

Wat de mix van de eiwittransitie ook wordt, de les van tienduizend jaar landbouw is dat we ook op zee de voedselproductie in balans moeten brengen met de ecologische grenzen. Internationale afspraken en stimulerend beleid zijn daarbij dringend gewenst.

Louise O. Fresco is schrijfster en voorzitter raad van bestuur van Wageningen University & Research (louiseofresco.com).