Dorine Schoon, Huib Cluistra, Ziya Ertekin en Jochem Smit

Foto’s Lars van den Brink

‘Een vast contract. Wat een luxe!’

Interviews | Een nieuw beroep De coronacrisis dwingt kunstenaars soms om een ander vak te kiezen. „Heerlijk om weer een focus en richting te hebben.”

Huib Cluistra
Was: acteur, in o.a Anne+ en Spangas
Is: patissier

Huib Cluistra Foto Lars van den Brink

„Meteen weg was ik van macarons maken. Juist de simpliciteit en beperking van de vorm: twee schelpjes met een vulling met al die afwisselende smaken. Ik had het snel in de vingers. Maar lang niet alles hoor. Bij mijn examen ging ik finaal de mist in bij de manier waarop ik mijn desserttaart af glaceerde. Ik kwakte er een veel te dikke, nog te koele glaçage, zo’n glanzende spiegel, op en raakte zo in paniek dat ik er nog een tweede taart mee overgoot.

„Dit coronajaar was lang en stil. Er liep een pitch bij Orkater, ik zou locatietheater doen in Twente, er was een afstudeervoorstelling van een regiestudent. Ineens was alles weg. Alleen in het najaar kon ik met theatergroep PlayBack nog wat educatieve voorstellingen op middelbare scholen doen. En in november een commercial.

„Door mijn hoofd zwierf een plan voor een soort bakinterview-serie. Ik bakte als hobby, maar ik vond dat ik dan wel echt moest leren bakken. Negen weken deed ik een patisserie-opleiding bij de Bakery Institute. Negen weken lang – top, vond ik. Een jarenlange opleiding zou een omscholing zijn.

„Dagelijks fietste ik naar Zaandam, kwart voor 8 binnen. Ik ging er helemaal voor: spuittechnieken, koeken bakken, degen zetten, beslagen maken en taartjes maskeren, ze bestrijken met een paletmes met botercrème. Heerlijk om een focus en richting te hebben. Eind januari haalde ik mijn diploma.

„Om nog kilometers in de praktijk te maken loop ik nu stage, twee dagen per week bij patisserie Linnick in Amsterdam. Dat is productie draaien met precisie! Je komt er niet mee weg hoor als het ene taartje net even anders is. Thuis bak ik op bestelling, het vaakst een Charlottetaart met een ring van lange vingers. Laatst moest ik nog vijftien koekblikken vullen. Creëren vind ik het leukste. Zoals vanmorgen, tartelettes met opgespoten meringue.

„Zo’n al dan niet tijdelijke overstap is een beetje taboe. Ik was toch acteur? Ben ik echt gestopt met spelen? Als je naar de toneelschool gaat, ik studeerde in 2014 af in Amsterdam, word je steeds op het hart gedrukt dat je dit héél graag moet willen. Onbegrensde toewijding! Er komen namelijk weinig acteurs na de opleiding echt aan de bak. En er hoeft maar een pandemie te komen en je bent gewoon werkloos. Maar je kunt toch meerdere dingen doen?

„Veel kwieke, jonge mensen hebben nu de blues. Corona is de katalysator voor mijn bakken geweest. Dit sleept mij door de crisis. Dat de laatste tijd het acteerwerk met sneltesten en maatregelen weer iets aantrekt is fijn. Ik heb weer mogelijk iets voor tv en film, veel zin in. Maar dat bakken is te leuk om zomaar weer los te laten.” (AK)

Dorine Schoon
Was: hoboïste, o.a. in het Balletorkest
Is: kwartiermaker bij KNYFE

Dorine Schoon Foto Lars van den Brink

„Omscholen is geen onderwerp waar kunstenaars graag over praten. En dat is jammer, want er is veel dat benoemd en gezegd moet worden.

„Als musicus niet kunnen optreden is erg, niet spelen én geldstress is niet te doen. De eerste lockdown zag ik als iets om even dapper doorheen te bijten. Maar de onzekerheid duurde te lang. Ik had geen keuze meer, het roer moest om. Toen heb ik een loopbaancoach in de arm genomen. Zij hielp me met kiezen voor iets anders wat bij me past, terwijl ik ook de kans kreeg mijn verdriet over het verlaten van de muziek te benoemen.

„Al snel kwam deze baan op mijn weg. Nu zit ik vier dagen op kantoor in Hilversum, nota bene op het Muziekcentrum van de Omroep, dus ik ontmoet voortdurend oud-collega’s. Mijn nieuwe baan – adviseur voor bedrijven in de creatieve en culturele sector – bevalt heel goed. Ik vind het werk leuk en inspirerend. Maar ik mis het leven als musicus ook. Vooral het samen naar een mooi concert toewerken – dat proces van samen iets moois opbouwen misschien nog meer dan het hobospelen.

„Ik ben blij dat ik bij KNYFE nog veel raakvlakken heb met de culturele sector. En dan is er de belevenis van wat erbij komt. Een maandelijks salaris! Een vast contract! Wat een luxe. Waar ik ook van geniet, is het realisme. Als kunstenaar leefde ik voor interessante projecten – financiële uitvoerbaarheid was vaak van later zorg. Nu leer ik omgekeerd te denken. Is een project levensvatbaar? Daarna komt de invulling.

„Ben ik nog hoboïste? Dat vind ik een confronterende vraag. Collega’s troosten: musicus ben je voor altijd. Maar dat geloof ik niet. Het moet goed – of niet. En nu is dat dus: niet.

„Het verwarrende is: juist deze maand won ik een rechtszaak van het Balletorkest. Het orkest belde me in april 2020 dat ze me niet meer zouden inhuren. De genoemde reden was ‘kwaliteit’, maar in de tien jaar dat ik vast in het orkest remplaceerde, is dat nooit eerder opgekomen. Ik vond het extreem pijnlijk. Omdat ik niks meer te verliezen had, dacht ik: nu wil ik weten of dit mag. Nee, dus. De rechter gaf me gelijk. Officieel zorgt die uitspraak ervoor dat ik nu een klein loondienstverband heb als tweede hoboïst. Maar daar was het me niet om te doen. Een terugkeer is een gepasseerd station. Ik wilde een punt maken dat verder gaat dan mijn eigen situatie. Er is in 2012 zo zwaar bezuinigd dat veel orkesten hun programmering alleen kunnen uitvoeren dankzij een flexibele schil musici die werken onder zeer onzekere omstandigheden.

„Naast mijn werk voor KNYFE ben ik nog actief voor het Platform voor Freelance Musici. Ik voel me ontzettend in de steek gelaten door de overheid, en er zijn vele anderen voor wie dat geldt. ‘Knap het zelf maar op’, lijkt de boodschap. Dat vind ik kwalijk. Ík heb een andere baan, maar er zijn er velen die dat geluk niet hebben.” (MS)

Jochem Smit
Was: acteur, in o.a. Soldaat van Oranje
Is: IC-ondersteuner in het ziekenhuis

Jochem Smit Foto Lars van den Brink

Een jaar geleden speelde Jochem Smit nog in Soldaat van Oranje, de succesmusical over verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema. Inmiddels werkt hij als IC-ondersteuner in het OLVG in Amsterdam. „Mijn werk varieert nu van bloed wegbrengen naar het lab tot het aanvullen van spuitjes en het vervangen van de waszak.”

Soldaat van Oranje ligt sinds een jaar vrijwel volledig stil. In afwachting van eventuele versoepelingen van de maatregelen zat Smit afgelopen jaar voornamelijk thuis te wachten. „Ik voelde me ontzettend nutteloos. De wereld is in crisis, maar omdat ik beschikbaar moest blijven voor Soldaat van Oranje, moest ik de dagen proberen door te komen met niets.” Ergens was het dus ook een opluchting toen zijn contract per 2021 niet werd verlengd. „Eindelijk kon ik uitzoeken wat ik wél kon doen.”

Via via stuitte hij op een oproep voor een IC-ondersteuner bij het OLVG. „Dat was precies waar ik naar op zoek was: iets in de frontlinie. Al sta ik de hele dag koffie te zetten, ik wilde gewoon iets doen. Ik heb ook recht op een WW-uitkering, maar gevoelsmatig heb ik dat al bijna een heel jaar gehad.”

De stap naar de IC komt niet compleet uit het niets. Na zijn middelbare school overwoog Smit al om geneeskunde te gaan studeren. „Ik had er de juiste papieren voor, maar toen werd ik aangenomen op de theateropleiding.”

Is dit wellicht de opmaat naar een medische carrière? „Het idee om toch nog geneeskunde te gaan studeren, speelt zeker weer door mijn hoofd. Alleen denk ik niet dat dit een representatieve tijd is om die beslissing te nemen. Ik kan de afweging pas goed maken als ik weer volop kan spelen. En wie weet, misschien valt het te combineren.”

Stel: Soldaat van Oranje gaat morgen weer spelen en hij wordt gevraagd om zijn rol per direct op te pakken. „Moeilijk. Ik voel echt een morele verplichting naar de IC, zeker omdat we nu aan het begin van een mogelijke derde golf staan. Als ze me zouden vragen om in mei weer in te stappen zou ik meteen ja zeggen, maar nu weet ik het echt niet.

„Erik Hazelhoff zei: ‘In het leven van ieder mens komen ogenblikken voor waarop hij tot zichzelf zegt: „Tja, dat kan niet.” En dan doet hij iets.’ Dat principe wil ik uitdragen. Ik ben geen Erik Hazelhoff, maar ik wil later wel tegen mijn kinderen kunnen zeggen: de pleuris brak uit, maar ik heb iets gedaan.” (SJ)

Ziya Ertekin
Was: muzikant, als Blue Flamingo
Is: planner vaccinaties bij GGD

Ziya Ertekin Foto Lars van den Brink

„Ik heb vanaf mijn twintigste altijd meerdere keren per week opgetreden. Ik was onafhankelijk en financierde mijn projecten grotendeels zelf. Dus de coronacrisis was alsof een fiets in volle vaart is en er een stok tussen de spaken komt. Ik kon aanspraak maken op de eerste ronde Tozo [Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, red.]. Ik ben dankbaar dat ik in een land leef waar voor je wordt gezorgd.

„Maar die eerste maanden waren ook confronterend. Ik had me nooit afgevraagd waarom ik in de muziek zat. Ik maakte mensen blij, ik kwam blij terug, kon mijn rekeningen betalen. Nu kwam ik erachter hoe belangrijk het is voor mijn functioneren. Muziek maakt mijn hoofd leeg, het voedt mijn ziel. Het stelt mij in staat om aan de maatschappij bij te dragen zonder verstrikt te raken in een systeemwereld waarin alles en iedereen wordt gereduceerd tot getallen en statistieken.

„Nu marcheer ik mee in die systeemwereld. Na de zomer ben ik begonnen bij de GGD, eerst met het inplannen van tests, nu vaccinaties. Voor nu is dat prima, ik draag bij aan de coronabestrijding en het stopt zodra de muziek weer op gang komt. Bovendien hou ik van geschiedenis en ik zit er nu middenin terwijl die zich voltrekt. Ik krijg ontkenners aan de lijn die zich moeten laten testen van hun baas, de volgende beller is dan een jong persoon die nog naar adem hapt vanwege een eerdere besmetting. Of iemand van in de negentig die naar de teststraat wil fietsen en jongeren die nog geen dorp verder willen. Of een vrouw die zich moet laten testen en breekt omdat haar man is overleden aan corona. Ik ben deels sociaal werker. Ze zijn blij dat ik even met ze praat.

„Als Blue Flamingo draai ik veelal 78-toerenplaten. Ik leef een beetje in de jaren twintig van de vorige eeuw, maar nu doe ik soms livestreams vanuit de woonkamer, of bijvoorbeeld voor het Rijksmuseum of de TU Delft. Heerlijk om weer even te mogen, maar muziek is communicatie en zonder publiek draait mijn innerlijk kompas eindeloos rondjes, op zoek naar de reactie, dat is mijn ijkpunt.

„Mijn nieuwe album zou afgelopen zomer verschijnen. Mijn single ‘Boom Nama Gan Gan’ werd op verschillende radiostations gedraaid als zomerhit, ook in België. We waren flink op de pauken aan het slaan. Dat moest op pauze.

„Nu bereiden we alsnog de release voor. Ik wil klaar staan om mensen weer schoonheid, hoop en afleiding te bieden. Door het werk dat ik nu doe kan ik iets bijdragen aan de maatschappij en er zijn voor mijn gezin, maar het valt me zwaar om in de marsmaat van de systeemwereld te lopen. Ik moet echt weer muziek gaan maken, dat is wie ik in diepste wezen ben.” (LvdV)