Profiel

Drie jaar minister Van Nieuwenhuizen: veel stikstof, weinig resultaat

Infrastructuur en Waterstaat Minister Cora van Nieuwenhuizen wilde geen rekeningrijden, maar het komt er toch. Ook de opening van Lelystad Airport verloopt niet zoals gepland.

Cora van Nieuwenhuizen zorgde niet voor grote, wel voor kleine bestuurlijke doorbraken.
Cora van Nieuwenhuizen zorgde niet voor grote, wel voor kleine bestuurlijke doorbraken. Foto Phil Nijhuis / ANP

Bij haar aantreden in 2017 vroeg de VVD aan partijgenote ‘Cora’ wat ze wilde bereiken als minister van Infrastructuur en Waterstaat. Haar antwoord staat op de VVD-website: „Mijn taak is om het regeerakkoord uit te voeren en daar wil ik graag een succes van maken. Ik wil zorgen dat we in ons drukke land veilig en snel van A naar B kunnen blijven komen. Dat is niet alleen fijn voor weggebruikers, het is ook belangrijk voor de economie.”

De afgelopen drie jaar beriep minister Cora van Nieuwenhuizen (Ridderkerk, 1963) zich vaak op wat zij beschouwde als haar belangrijkste taak: uitvoeren van het regeerakkoord. Dat bleek niet eenvoudig. Veel doelen die VVD, CDA, ChristenUnie en D66 in 2017 hebben vastgelegd ten aanzien van mobiliteit zijn niet gehaald of vertraagd.

Van Nieuwenhuizens grootste nederlaag is de acceptatie van iets wat ze per se niet wilde: rekeningrijden. Zo was het immers vastgelegd in het regeerakkoord: er komen proeven met „alternatieve vormen van vervoer en betaling, zonder dat dit leidt tot een systeem van rekeningrijden”. Voor de VVD en Van Nieuwenhuizen staat rekeningrijden gelijk aan ‘automobilistjepesten’. Files bestrijd je met meer asfalt, niet met minder auto’s.

Toen vorig jaar steeds duidelijker werd dat rekeningrijden onmisbaar is om de klimaatdoelen te halen, maakte de VVD een ommezwaai. Van Nieuwenhuizen, niet betrokken bij coalitieoverleg over het klimaatbeleid, bleef zich verzetten. Tijdens een ministerraad in juni dreigde ze zelfs met opstappen, hoorde NRC-redacteur Tom-Jan Meeus in de wandelgangen. Dat pas het volgende kabinet rekeningrijden invoert, bood haar een uitweg.

Lees ook Hoe de minister werd overvallen door het kabinetsstandpunt over rekeningrijden

Twee miljard euro extra

‘Wij zijn de meiden van het spitsmijden’, was het vrolijke credo waarmee Van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) zichzelf presenteerden op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ook bij haar eerste begrotingsbehandeling, in november 2017, was de minister vol daadkracht: „I&W is een ministerie van doeners.”

Van Nieuwenhuizen was de eerste minister sinds lange tijd die weer extra mocht investeren in mobiliteit. Er kwam 2 miljard euro extra beschikbaar voor investeringen in spoor, asfalt en waterwegen. Tot 2030 zou er duizend kilometer asfalt worden aangelegd om de belangrijkste knooppunten op te lossen. Kosten: 19 miljard euro.

Maar geld krijgen en geld uitgeven bleken verschillende dingen. Wegwerken van achterstallig onderhoud neemt een hap uit de 2 miljard euro extra. Geen prestigieuze nieuwbouw, maar haarscheurtjes in metalen bruggen herstellen, bijvoorbeeld. In totaal kost het uitvoeren van achterstallig onderhoud aan de belangrijkste auto- en vaarwegen 767 miljoen euro.

Het geplande extra asfalt wil in de praktijk maar moeilijk lukken, blijkt uit overzichten van Rijkswaterstaat. In deze kabinetsperiode werd 207 kilometer asfalt opgeleverd, minder dan onder vorige kabinetten. Voor 617 kilometer kan de bouw binnenkort beginnen. 453 kilometer nieuwe snelweg wachten tijdrovende inspraakprocedures.

De stikstofuitspraak van de Raad van State van mei 2019 doorkruist veel asfaltplannen. Dinsdag nam de minister een nieuw tracébesluit voor de eerder afgewezen en nog steeds omstreden verbreding van de Ring Utrecht (A27). Als nieuwe wegen schade berokkenen aan naastgelegen natuurgebied, moet veel meer geld worden gereserveerd voor compensatie dan voorheen. Vertraging is er sowieso. De minister loopt in haar begroting vooruit op stagnatie in haar asfaltprogramma. Ze schuift 1,5 miljard euro door tot na 2021 omdat onduidelijk is hoe ze dat moet uitgeven. Het is aan een volgend kabinet daarover te besluiten. Zelf gaat Van Nieuwenhuizen ervan uit dat het ‘geoormerkt’ geld is.

Stikstof bezorgde Van Nieuwenhuizen meer problemen. Om milieuruimte te creëren voor woningbouw, zag het kabinet zich genoodzaakt de maximumsnelheid terug te brengen van 130 naar 100 kilometer per uur. „Een rotmaatregel”, aldus premier Rutte, voorman van de zelfverklaarde ‘vroempartij’. Van Nieuwenhuizen was er ook niet blij mee: „Ik had dit liever niet gedaan, laat dat duidelijk zijn. Maar het is echt noodzakelijk. Als je ondernemers spreekt, dan hoef je niet te twijfelen.”

Lees ook deze reconstructie over de verlaging naar 100 km/u op de snelweg

Lelystad Airport

Waar de lastige dossiers van I&W eerder onder de staatssecretaris vielen, was de taakverdeling op het ministerie deze periode gelijkwaardiger. Van Veldhoven was verantwoordelijk voor spoor en fiets. Van Nieuwenhuizen stak veel tijd in verkeersveiligheid, klimaatadaptatie en luchtvaart. Dat laatste is politiek gezien het meest weerbarstige onderwerp. Kort na haar aantreden noemde de minister Lelystad Airport al een „buikpijndossier”.

Van voortgang is geen sprake bij de omstreden vakantieluchthaven, bedoeld als dependance van Schiphol. Pogingen het vertrouwen van burgers terug te winnen zijn mislukt. Tot drie keer toe, in februari 2018, juli 2019 en maart 2020, stelde Van Nieuwenhuizen de opening van ‘Lelystad’ uit. Het laatste uitstel, tot november 2021, wijt de minister aan de coronacrisis, maar stikstof is ook hier een nog onopgelost probleem.

Het stilvallen van de luchtvaart zorgt wel voor minder druk op de discussie over de groei van Schiphol. Vorig jaar kondigde Van Nieuwenhuizen aan dat Schiphol vanaf 2021 alleen kan groeien als hinder voor omwonenden aantoonbaar is afgenomen. De minister beschouwt deze voorwaarde als een „trendbreuk”. Groei van de luchtvaart zal in de Tweede Kamer nog worden besproken bij de behandeling van Van Nieuwenhuizens Luchtvaartnota voor het beleid tot 2040. Het plan is kritisch ontvangen.

Dat het luchtvaartdossier de ambtsperiode van Van Nieuwenhuizen flink heeft gekleurd, komt niet alleen door groeiend klimaatprotest in de samenleving. In de Tweede Kamer liggen coalitiepartijen D66 en ChristenUnie geregeld dwars. Bij de steunoperatie voor KLM, formeel uitgevoerd door Van Nieuwenhuizen en Wopke Hoekstra (Financiën, CDA), gaat alle aandacht naar Hoekstra.

De oogst aan resultaten is bescheiden. Deels laat zich dat verklaren door de stikstofcrisis, maar het overwinnen van zo’n tegenslag is ook een politieke vaardigheid. Van Nieuwenhuizen heeft niet gezorgd voor grote bestuurlijke doorbraken. Wel voor kleine: mogelijk gaat ze de boeken in als de minister die de Stint van de weg heeft gehaald en appen op de fiets verbood.